Home Blog Pagina 73

Oranje-debuut voor HRC-tweeling Zoë en Esmée van Santen

Bij HRC’14 loopt veel talent rond, maar het gebeurt niet vaak dat twee meiden tegelijk worden uitgenodigd voor de trainingsselectie van Oranje MO15. Toch overkwam dit bijzondere lot Zoë en Esmée van Santen, tweeling en vaste waarden bij de club. Onlangs mochten zij voor het eerst hun stappen zetten in het Nederlands elftal-shirt – een droom die voor beiden werkelijkheid werd.

De uitnodiging

Het nieuws kwam via de KNVB, die de uitnodiging voor de meiden doorgestuurd kreeg via HRC’14. “Toen we het hoorden, waren we enorm verbaasd en vonden we het ontzettend spannend,” vertellen Zoë en Esmée. Na hun eerste training deelden ze het nieuws vol trots met hun opa’s en oma’s. Het was een moment dat hun inzet en toewijding bij HRC’14 eindelijk erkende op het hoogste niveau van het jeugdvoetbal.

Samen, maar toch verschillend

Hoewel ze een tweeling zijn, hebben Zoë en Esmée elk hun eigen plek op het veld. Zoë voelt zich het meest op haar gemak achterin, waar ze rust bewaart en het spel van achteruit opbouwt. Esmée is juist het type dat vooruit denkt en haar acties voorin maakt. Ondanks hun verschillende posities vertonen ze veel overeenkomsten in speelstijl. Wat hen het meest bindt, is hun fanatisme: beiden willen absoluut niet van elkaar verliezen. Het is die gezonde rivaliteit die hen blijft uitdagen om zichzelf te verbeteren.

HRC’14 als thuisbasis

Bij HRC’14 voelen de meiden zich helemaal thuis. Voor Zoë en Esmée draait voetbal niet alleen om winnen of verliezen, maar vooral om de gezelligheid en het samenspel met teamgenoten. “Onze mooiste herinneringen zijn de kampioenswedstrijden,” zeggen ze in koor. “De spanning, de druk en het gevoel dat je samen iets kunt bereiken, dat maakt het zo speciaal. Onze teamgenoten betekenen alles voor ons.” Het is duidelijk dat HRC’14 meer is dan een club voor de tweeling; het is een plek waar ze zich kunnen ontwikkelen, zowel op als naast het veld.

Dromen voor de toekomst

De toekomst van de tweeling is veelbelovend, maar ze blijven nuchter en gefocust. Op korte termijn hopen ze snel een wedstrijd te spelen bij dames 1 van HRC’14. Op de langere termijn koesteren ze de droom om misschien ooit samen in het grote Oranje te spelen. Het combineren van school en voetbal was in het begin een uitdaging, maar inmiddels hebben de meiden meer ruimte gekregen om te trainen en wedstrijden te spelen, waardoor hun talent optimaal kan worden ontwikkeld.

Buiten het veld

Naast hun voetbalcarrière hebben Zoë en Esmée ook een druk sociaal leven. Ze brengen graag tijd door met vrienden en vriendinnen en halen veel energie uit hun sociale kring. Hun grootste voorbeeld is hun vader, die hen altijd steunt en begeleidt. Opvallend is ook hoe verschillend hun voorbereiding voor wedstrijden kan zijn: Zoë eet liever niets voor een wedstrijd, terwijl Esmée zwerft bij een boterham. Het illustreert dat, ondanks hun overeenkomsten, ieder zijn eigen rituelen en voorkeuren heeft.

Tip voor de jeugd

Aan jong talent bij HRC’14 geven Zoë en Esmée een eenvoudige maar krachtige boodschap mee: “Heel veel plezier maken en altijd je best doen.” Bescheiden als ze zijn, staan de meiden liever met hun voeten op het veld dan in de schijnwerpers. Toch mag dit succes best gevierd worden, want het laat zien dat doorzettingsvermogen, talent en plezier hand in hand kunnen gaan.

Het Oranje-debuut van Zoë en Esmée van Santen is een bijzondere mijlpaal voor de tweeling, maar ook voor HRC’14, dat trots kan zijn op deze dubbele vertegenwoordiging in het nationale jeugdvoetbal. Terwijl de meiden hun eerste stappen op het hoogste niveau zetten, blijven ze hun wortels bij de club en hun liefde voor het spel trouw. Voor Zoë en Esmée geldt dat dit pas het begin is: de toekomst biedt nog vele kansen, op het veld en misschien ooit in het grote Oranje.

Klik op HRC’14 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op HRC’14 voor meer informatie over de club.

Al 36 jaar betrokken bij VFC: Fred van Pamelen

Bij VFC lopen heel wat vrijwilligers rond, maar sommigen zijn zo verweven met de club dat je je afvraagt of ze er niet gewoon geboren zijn. Zo iemand is Fred van Pamelen. Al sinds 1987 loopt hij rond op het complex en inmiddels is hij sinds tien maanden officieel bestuurslid. Zijn portefeuille? De accommodatie én de kantine – en dat bevalt hem prima.

“Jarenlang heb ik me geërgerd aan dingen op het terrein en in de kantine. Nu kan ik er eindelijk zelf wat aan doen,” vertelt Fred nuchter. En dat doet hij ook.

Sloten, sluitingstijden en besparingen

Een van de eerste klussen: de kantine beter beveiligen. Er waren zóveel sleutels in omloop dat iedereen zomaar naar binnen kon. Gevolg: drank en etenswaren verdwenen zonder dat er betaald werd. Simpele oplossing? Nieuwe sloten. Alleen wie écht een sleutel nodig heeft, kan nu nog naar binnen. Zelfs de bestuurskamer kreeg een nieuw slot, omdat vergaderingen daar wel héél populair waren – vooral vanwege de tap.

Ook de sluitingstijden zijn aangescherpt. Waar vroeger nog weleens tot diep in de nacht werd doorgefeest, gaat nu op tijd het licht uit. “Als de sluitingstijd om 22:00 uur staat, wordt er na die tijd ook geen drank meer geschonken.”

Van fatbikes tot doeltjes over het hek

Als verantwoordelijk man voor de accommodatie komt Fred ook de nodige uitdagingen tegen. Van jeugd die fatbike-races op het veld houdt tot trainers en spelers die kleine doeltjes nonchalant achter de hekken gooien. Het levert schade op die in de duizenden euro’s loopt. “Zonde, want het is zo te voorkomen als je normaal met het materiaal omgaat.”

Gelukkig zijn er ook genoeg leuke momenten. Als Fred met de bladblazer bezig is, vragen scholieren van de St. Jozef Mavo hem weleens om ze even koel te blazen. En achter de bar in de kantine maakt hij grappen tegen de jongste snoepkopers: “Pas op met die kikkersnoepjes, daar ga je van kwaken!”

Een leven bij VFC

Fred kwam bij VFC toen zijn oudste zoon ging voetballen. Hij floot jarenlang wedstrijden, zat in commissies en draaide mee in talloze functies. Alleen trainer en voorzitter is hij nooit geweest. Ondertussen bouwde hij ook buiten de club een indrukwekkend CV op: 47 jaar lang werkte hij als basisschoolleraar, en hij liep ooit zelfs de Marathon van Rotterdam in 3 uur en 27 minuten.

Hoewel hij inmiddels geniet van zijn pensioen, is stoppen bij VFC nog lang niet aan de orde. “Ik ga nog wel een jaar of zes door, zolang ik er plezier in heb,” zegt hij met een glimlach.

De onderhoudsploeg

Eén ding wil Fred graag benadrukken: de ploeg van zes à zeven mannen die dagelijks klaarstaat voor onderhoud en klusjes. “Wat die gasten allemaal doen wordt vaak onderschat. Mensen vinden het vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Soms is dat wel frustrerend, maar we doen het toch met veel plezier.”

Dat plezier blijkt wel uit een mooi voorbeeld: onlangs hielpen ze buurclub CWO nog uit de brand door de lijnen op hun velden te trekken. Geen geld gevraagd, alleen een traktatie. En jawel, de volgende dag stond er gebak klaar.

Klik op VFC Vlaardingen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VFC Vlaardingen voor meer informatie over de club.

SV Heerewaarden zet in op jeugd: samenwerking met Alem en RKVSC als succesformule

SV Heerewaarden, de dorpsclub uit het Gelderse Heerewaarden, is al sinds 1940 een belangrijk sportief en sociaal centrum voor het dorp. De vereniging staat bekend om haar betrokkenheid bij de lokale gemeenschap en haar focus op het jeugdvoetbal. De club kijkt echter verder dan de eigen grenzen en heeft in de afgelopen jaren de samenwerking met omliggende verenigingen zoals Alem en RKVSC geïntensiveerd om de jeugdopleiding verder te versterken.

Volgens Bart van Oijen, betrokken bij de jeugdcommissie van SV Heerewaarden, loopt de samenwerking sinds 2019. “Op dit moment zijn er drie teams waarin een mix van kinderen uit de deelnemende clubs speelt en daarnaast zijn er twee teams die volledig uit kinderen van Heerewaarden bestaan. Ook hebben we een meiden JO17-team dat in samenwerking met DSC wordt gevormd.” Van Oijen benadrukt dat deze samenwerking een logische stap was. “Het idee is ontstaan door een structureel tekort aan jeugdspelers bij de deelnemende clubs. Door samen te werken, kunnen we volledige elftallen vormen en ervoor zorgen dat kinderen op een hoger niveau kunnen spelen.”

Een voorbeeld van de vruchten van de samenwerking is het gecombineerde JO15-team dat al sinds 2019 bestaat. Van Oijen: “Dat team is echt een mooie mix van kinderen uit alle deelnemende clubs en laat zien wat je kunt bereiken als je samenwerkt. Dit seizoen is er ook een JO13-mix gestart op een heel veld, en dat is prachtig om te zien.”

De grootste uitdaging blijft volgens Van Oijen de constante wisseling van spelers binnen dezelfde leeftijdsklasse. “Soms speel je met een speler van acht jaar in een JO12-team om een volledig elftal te hebben. Ook komen we vaak bij dezelfde vrijwilligers uit om te trainen en wedstrijden te leiden, maar daar vinden we creatieve oplossingen voor.” Ondanks deze uitdagingen blijft de focus liggen op plezier en ontwikkeling. “Voetballen is natuurlijk sportief leuk, maar je leert ook om samen te werken, samen te winnen en samen te verliezen. En plezier staat altijd voorop. Zo gaan we al een paar jaar met alle jeugdleden in de winter zwemmen, om het groepsgevoel te versterken.”

De samenwerking tussen de clubs heeft volgens Van Oijen ook praktische voordelen. “Als je voetbal in kleine dorpen wilt behouden, is dit gewoon noodzakelijk. Door afwisselend te trainen en wedstrijden te spelen bij de verschillende clubs, kan het prima worden georganiseerd en blijft iedereen betrokken.”

Met het oog op de toekomst is Van Oijen optimistisch. “Over vijf jaar hoop ik dat de samenwerking nog steeds succesvol is en dat alle jeugdspelers lekker samen kunnen voetballen. Het zou mooi zijn als ze zo lang mogelijk samen blijven spelen en misschien zelfs kunnen doorstromen naar een gemixt seniorenteam.” Zijn persoonlijke droom is eenvoudig maar veelzeggend: “Zo lang mogelijk in Heerewaarden voetballen, zowel voor junioren als senioren. Dankzij de samenwerking met Alem en RKVSC is dit voor de jeugd zeker realistisch.”

Van Oijen benadrukt ook dat SV Heerewaarden openstaat voor nieuwe leden en vrijwilligers. “Iedereen kan zich aanmelden om te beginnen met voetballen, aansluiten bij een bestaand team of zich inzetten als vrijwilliger. Zo blijven we de club levendig en zorgen we dat het voetbal in ons dorp een toekomst heeft.”

Voor SV Heerewaarden is de jeugd het hart van de club. Door samen te werken met omliggende verenigingen, biedt de club kinderen niet alleen de kans om hun voetbaltalent te ontwikkelen, maar ook om belangrijke sociale vaardigheden te leren. Samenwerken, winnen, verliezen en plezier maken – het zijn de kernwaarden die de jeugdopleiding van Heerewaarden kenmerken. Dankzij deze visie is het niet alleen mogelijk om volwaardige teams te vormen, maar ook om de sport in kleine dorpen als Heerewaarden levendig en aantrekkelijk te houden voor de volgende generatie voetballers.

Klik hier voor meer artikelen over SV Heerewaarden.
Klik hier voor meer informatie over SV Heerewaarden.

Altijd tussen de palen: keeperstrainer Jan Onck (71)

Hij werd geboren met keepershandschoenen aan, zo zegt men weleens gekscherend. Jan Onck (71) stond vanaf zijn achtste onder de lat bij Zwaluwen Vlaardingen en is sindsdien niet meer weg te denken uit de wereld van de keepers. Inmiddels is hij al meer dan tien jaar actief als jeugdkeeperstrainer en coördinator bij MVV’27 – en nog altijd met hetzelfde enthousiasme als toen hij zelf begon.

Een leven als keeper

Jan doorliep alle jeugdteams bij Zwaluwen en keepte daar jarenlang in de selectie. Op zijn 33e moest hij noodgedwongen stoppen door een hernia, maar het trainerschap lag al klaar. Hij rolde vanzelf in het geven van keeperstrainingen, haalde diploma’s en breidde zijn ervaring uit bij verschillende clubs. Zo werkte hij onder meer bij Spartaan’20, Excelsior Maassluis, VV Maasdijk en uiteindelijk MVV’27.

Zelf was Jan een atletische doelman, 1.87 meter lang, met sterke reflexen en een duik naar de hoek die menig spits tot wanhoop dreef. En zoals hij zegt: keepers zijn misschien apart, maar zeker niet gek. “Ze zijn belangrijker voor het team dan vaak gedacht wordt.”

Trainer voor de lange termijn

Jan noemt zichzelf geen clubhopper. Waar hij neerstrijkt, blijft hij lang. Bij Maasdijk zat hij tien jaar, en bij MVV’27 is hij inmiddels ook alweer tien seizoenen actief. Eerst bij de senioren, tegenwoordig als coördinator en trainer van de jeugdkeepers. En dat doet hij niet alleen: met een team van twaalf keeperstrainers zorgt hij ervoor dat alle 25 jeugdteams van MVV’27 professionele begeleiding krijgen.

Met zichtbaar trots vertelt hij dat alle selectiekeepers van MVV’27 uit de eigen jeugd komen. En dat is precies waar hij altijd naar streeft: keepers klaarstomen voor het eerste elftal.

Meedenken en motiveren

Jan stond bekend om zijn goede relatie met hoofdtrainers én keepers. Ook teleurgestelde reservekeepers wist hij weer te motiveren. Hij benadrukt vaak dat keepers tegenwoordig meer moeten kunnen dan alleen ballen tegenhouden. Sinds de nieuwe spelregels wordt er veel gevraagd van hun voetballende kwaliteiten. Toch gaat voor Jan nog altijd één ding boven alles: soms moet de bal gewoon vooruit, in plaats van eindeloos opbouwen achterin.

Trots en energie

Nu hij zes jaar met pensioen is na vijftig jaar werken, houdt de voetbalwereld hem jong en fit. Jan is blij dat hij gezond is en nog steeds met plezier op het veld staat. De keepers bij MVV’27 geven hem energie, en het niveau is volgens hem hoog: “Gemiddeld een dikke acht.”

En of keepers écht anders zijn? Misschien een beetje. Maar zonder hen is er geen team. Jan Onck weet dat als geen ander – al ruim zestig jaar tussen de palen en ernaast.

Klik hier voor meer informatie over MVV ’27
Lees hier meer artikelen over MVV ’27

Bob Zonnenberg: ervaring, ambitie en plezier bij Nivo Sparta

Bob Zonnenberg groeide op in Oss, een stad die hem van jongs af aan vertrouwd terrein bood voor zijn voetballeven en sinds kort woont hij in Den Bosch. Zijn eerste stappen in het voetbal zette hij bij de jeugdopleiding van Top Oss, waarna hij één jaar voor het eerste van SV Top uitkwam.

Vervolgens volgden twee jaar bij DESO en zes jaar bij OSS20. “Ik heb bij de senioren altijd op vierde divisie niveau gespeeld, totdat ik mijn eerste jaar bij OSS20 kampioen werd in de vierde divisie,” vertelt hij. Daarna speelde hij vijf jaar in de derde divisie bij OSS20 en nog twee jaar bij OJC. De piek van zijn carrière bij OSS20 kwam in 2020, toen het team op de rand van promotie naar de tweede divisie stond met een voorsprong van zeventien punten op de nummer twee. “Corona gooide roet in het eten en de competities werden niet afgemaakt. Dat was een mooi kampioensfeestje door de neus geboord. Daarom wil ik nog graag een keer kampioen worden met Nivo Sparta.”

Door de jaren heen heeft Bob bij verschillende clubs veel ervaring opgedaan, iets wat hij nu meeneemt naar zijn huidige club. “Die ervaring op divisieniveau helpt hopelijk om wedstrijden over de streep te trekken,” zegt hij. Zijn mooiste herinnering tot nu toe blijft de KNVB Bekerwedstrijd met OSS20 tegen FC Twente, die live op ESPN werd uitgezonden. “Het was een hele leuke happening; je waande jezelf voor één dag prof met alle media-aandacht die daarbij kwam kijken.”

Nieuwe uitdaging bij Nivo Sparta

In de zomer van 2025 maakte Bob de overstap naar Nivo Sparta, een club die hij hoog heeft zitten. “Nivo Sparta staat er als club erg goed op in de regio Den Bosch. De gesprekken met de club bevestigden dat: een goede organisatie rondom het eerste elftal, de ambitie van de club en de reistijd waren doorslaggevend.” Zijn eerste indruk van de club en de selectie is positief. “We hebben een goede selectie en Nivo Sparta is een hechte club. Dat merkte ik direct op de eerste donderdag training door met z’n allen naar de braderie in Zaltbommel te gaan.”

Bob merkt nog niet veel verschillen tussen Nivo en zijn vorige clubs, en dat is een dik compliment naar Nivo. Zijn ambitie is duidelijk: hij wil een dragende speler zijn binnen het team. “Ik hoop een belangrijke speler te worden voor Nivo en dat het dit keer net de goede kant opvalt, zodat we onze doelstelling kunnen behalen.”

Speelstijl en ambitie

Bob voelt zich het meest op zijn gemak op de posities van ‘6’ of ‘8’. “Van daaruit kom ik veel aan de bal en probeer ik mijn teamgenoten in stelling te brengen om te scoren.” Zijn persoonlijke doelen voor dit seizoen bij Nivo Sparta zijn helder: belangrijk zijn voor het team, bijdragen aan de promotie en jonge spelers helpen in hun ontwikkeling. “Veel plezier in het spelletje blijven houden is ook belangrijk voor mij.”

Hij ziet de kracht van het team vooral in het voetballend vermogen. Voor hem was dat ook een reden om voor Nivo te kiezen. “Attractief voetbal spelen met een duidelijke doelstelling om te promoveren past bij wie ik ben als persoon. Het liefst dit seizoen al.”

Persoonlijk & ervaringen

Invloeden in zijn carrière zijn er genoeg geweest, met name van medespelers. “Joep van de Rande is mijn grote voetbalvriend, we hebben zeven jaar samengespeeld en veel derde helften meegemaakt. Hij heeft zich ingeschreven bij Nivo onder het motto: als ik het ga missen, sluit ik aan. Dat moment is er nog niet gekomen, maar ik hoop dat dat snel gebeurt.”

Hoewel hij ambitieus is, combineert Bob het voetbal met een druk privé- en werkleven. Hij werkt als Sales Manager bij DPD Pakketservice en gaat regelmatig direct na het werk door naar de club. “Het is een uitdaging, maar ik doe het met veel plezier.”

Toekomstvisie

Bob houdt het realistisch als het gaat om zijn verdere carrière. Over vijf jaar verwacht hij gestopt te zijn met voetballen. Een stap omhoog in het amateur- of profvoetbal staat momenteel niet op zijn agenda; hij heeft bewust gekozen voor de balans tussen werk, leven en sport. “Wat ik nog heel graag zou willen bereiken als speler, is nog één keer kampioen worden.”

Met zijn ervaring, ambitie en liefde voor het spel is Bob Zonnenberg een waardevolle aanwinst voor Nivo Sparta. Hij brengt niet alleen kwaliteit en inzicht op het veld, maar ook een positieve energie en betrokkenheid buiten het veld. Voor hem draait het om het plezier in het voetbal, het ondersteunen van jonge spelers en het helpen van de club bij het verwezenlijken van grote ambities.

Klik op Nivo Sparta voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Nivo Sparta voor meer informatie over de club.

CWO-zaalvoetbal: van vriendenteam naar Topklasse binnen drie seizoenen

Wat begon als een vriendenteam uit Vlaardingen en Schiedam, groeide in een paar seizoenen uit tot een ploeg die nu op hoog niveau actief is. De zaalvoetballers van CWO zijn namelijk in drie jaar tijd doorgestoomd naar de Topklasse, het derde niveau van Nederland.

Van vriendenteam naar competitie

Het team ontstond toen een groep vrienden besloot eens te gaan zaalvoetballen. Ze hadden nog nooit officieel in de zaal gespeeld, maar het enthousiasme was er direct. Het eerste seizoen was half, omdat ze pas in januari instroomden. In het tweede seizoen ging de titelstrijd tot het laatst gelijk op met WIA, dat uiteindelijk de beslissende wedstrijd won.

Ondanks dat teleurstellende slot mocht CWO 2 toch promoveren, mede dankzij een indrukwekkend doelsaldo: 160 goals vóór en slechts 20 tegen. De KNVB bood het team zelfs een plek in de Hoofdklasse aan, die dankbaar werd aangenomen.

Overmacht in de Hoofdklasse

In de Hoofdklasse liet CWO 2 zien hoe sterk de vriendengroep inmiddels was. Slechts één wedstrijd ging verloren – en dat had alles te maken met de Ramadan. Op een bijzondere gebedsdag konden maar twee vaste spelers meedoen en moest de rest met invallers aantreden. Het tekent de band in het team: persoonlijke overtuigingen gaan boven sport, zonder dat het hun ambities in de weg staat.

In het kampioensjaar raakte aanvoerder Nassim Hanzouli langdurig uitgeschakeld met een zware enkelblessure. Hij revalideerde maandenlang en speelt sindsdien altijd met ingetapete enkel. Dat weerhield hem er echter niet van om terug te keren en opnieuw zijn bijdrage te leveren.

Klaar voor de Topklasse

Met ingang van dit seizoen speelt de ploeg als CWO 1 in de Topklasse. In de voorbereiding werd al gewonnen van Bergambacht, een ploeg die tot de kanshebbers wordt gerekend. Ook Sportclub Excelsior (met oud-profs in de gelederen) en The Talent Academy (jonge spelers met ervaring op hoog niveau) worden vooraf als sterke tegenstanders gezien.

Wat CWO bijzonder maakt? Het is vooral het collectief. Techniek hebben de spelers volop, maar in de zaal draait alles om samenspel en discipline. Verdedigen doen ze samen, aanvallen ook. De vriendschap zorgt ervoor dat afspraken duidelijk zijn – en dat iedereen elkaar scherp houdt.

Ambitieus en realistisch

Het team beschikt over een keeper die eredivisiewaardig wordt genoemd en meerdere spelers kregen al aanbiedingen van hoger spelende clubs. Toch bleef iedereen trouw aan de ploeg. Het doel is duidelijk: samen iets bereiken. Waar het eindigt, weet niemand.

Sommigen dromen van de eredivisie binnen vijf jaar, anderen houden het liever bij stap voor stap. Maar één ding is zeker: CWO wil winnen, groeien en laten zien dat een vriendenteam het kan schoppen tot de absolute top.

Klik op sv CWO voor de laatste artikelen over de club.
Klik op sv CWO voor meer informatie over de club.

Het draait bij de G-teams van VFC om respect en vertrouwen

Gert Veldhoen, Peter Stouten, Yvonne van Noort en Ed de Koning hebben één gemeenschappelijke deler: Het G-voetbal bij VFC. G-voetbal is voetbal voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Bij VFC spelen er twee teams in de competitie, G1 en G2.

Het is een drukke bedoeling bij VFC. Maar liefst vier mensen zijn aangeschoven om hun verhaal te vertellen over het G-voetbal bij VFC. Gert en Peter zijn de trainers van G1 en G2. Ze begeleiden de G1 tijdens de wedstrijden. Yvonne is samen met Diny verantwoordelijk voor de G2. Ed is bestuurslid en verantwoordelijk voor het G-voetbal bij de Kwekkers.

“Het G-voetbal bij VFC bestaat al ruim 30 jaar bij de club. We zijn enorm trots op de G-afdeling. Momenteel spelen er twee seniorenteams bij de club. Uitbreiding is lastig omdat de club helemaal vol zit. Eén misverstand wordt snel uit de wereld geholpen. Omdat er binnen de reguliere competitie werd gewerkt met A t/m F en de mensen met een beperking ook wilden voetballen, werd voor de volgende letter in het alfabet gekozen en dat werd het G-voetbal”, zegt Ed over het G-voetbal.

Het gevoel en respect dat je krijgt is onbetaalbaar

“Het gevoel wat je krijgt, de waardering die je krijgt van mensen die daar zo blij mee zijn. Daar doen wij het voor”, Gert Veldhoen klinkt bijna emotioneel als hij het zegt en Peter Stouten beaamt de uitspraak van Gert. Peter en Gert zijn zeer ervaren trainers en hebben vrijwel alle teams die er zijn wel getraind. Van F’jes tot senioren. Het G-voetbal is iets heel aparts. Of je wint of verliest, de spelers geven je het gevoel van respect. De spelers zijn goudeerlijk en je moet ze niet in de maling nemen”, zeggen de trainers bijna in koor. Yvonne is begonnen als trainster van een meidenteam en toen de plek vrijkwam bij het G2 team is ze erbij gekomen en ze is heel enthousiast over het team.

Niet teveel spelers in een team

De twee groepen bestaan uit vijftien spelers. Meer kunnen er ook niet bij, anders zijn de trainers continu bezig met het wisselen van spelers. Bij het G-voetbal wordt er 8×8 gespeeld op een half veld. De spelers zitten in de leeftijd van 18 tot een jaar of 50. De G2 zat dit seizoen eerst te hoog ingedeeld en zijn op verzoek van VFC nu op hun eigen niveau ingedeeld. “De competitie is nu redelijk gelijkwaardig en daardoor is het plezier binnen het team veel meer terug”, legt de Koning uit.

Niveauverschil tussen de G1 en G2

Er zit een groot verschil in het niveau tussen de G1 en G2. Alhoewel het niveau van de G2 duidelijk is gegroeid. De spelers van G1 willen gewoon winnen. Als ze verliezen ontvangen de trainers s-avonds appjes van de spelers over wat het team beter zou kunnen doen. Ze zijn best fanatiek.

Belangrijke skills als trainer van een G-team

De trainers benadrukken dat ze alles op gevoel doen. “We weten dat er bij ons 3 of 4 spelers uit de bocht kunnen vliegen. Dan moet je alle zeilen bijzetten om dat tegen te houden. We zijn nu al zover dat als spelers het aan voelen komen ze direct kunnen wisselen, even afkoelen en dan een gesprekje tussen trainer en speler. We zijn heel hard aan het werk met die gasten” vertelt Gert.

Respect en voetbalhumor

Belangrijk onderdeel is het vertrouwen dat de trainers moet hebben bij de spelers. Je moet ze ook niet in de maling nemen. De trainers zien de spelers dan ook als spelers zonder beperking.  Voetbalhumor is trouwens ook aanwezig bij het G-voetbal. De humor is nog wel meer misschien dan bij de reguliere teams. Het gevoel met de groep is enorm belangrijk. Als je dat er niet in kan brengen, moet je nooit als trainer voor die groep gaan staan. Voor de buitenwacht is het heel lastig om vriendschappen te sluiten. Als je beperkt bent is de wereld al heel klein, maar bij ons is niemand beperkt.

Dankbaar

De trainers maken duidelijk dat ze het heel dankbaar vinden wat ze doen bij VFC en zijn zeker nog niet van plan om te stoppen. “Wij lopen al heel wat jaren mee. Maar dit is het mooiste wat er is. De eerlijkheid, puurheid en het respect”, zeggen ze in koor. Het gaat dan ook goed met het G-voetbal. Er komen steeds meer mensen kijken om te supporteren. Dat is natuurlijk ook geweldig voor die gasten!

Klik op VFC Vlaardingen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VFC Vlaardingen voor meer informatie over de club.

Marno van Heusden: aanvoerder van BZC met focus op team en plezier

Voor veel voetballers is hun club meer dan een plek om een balletje te trappen; het is een gemeenschap, een plek waar vriendschappen ontstaan en waar persoonlijke ontwikkeling hand in hand gaat met sportieve ambitie. Voor Marno van Heusden, 24 jaar en afkomstig uit Zuilichem, geldt dat zeker. Hij begon zijn voetbalcarrière in de jeugd bij Zuilichem en vond uiteindelijk zijn plek bij BZC, waar hij sinds 2014 speelt, nadat hij samen met een aantal teamgenoten daar terechtkwam. “Ik ben in Zuilichem begonnen met voetballen en het is uiteindelijk BZC geworden. Ik vind het hartstikke gezellig en heb het heel goed naar mijn zin bij BZC,” vertelt Marno.

Het afgelopen seizoen kreeg hij een nieuwe verantwoordelijkheid: hij werd benoemd tot aanvoerder van het eerste elftal. “Het is een teken van vertrouwen vanuit de trainer en de club, en dat geeft een goed gevoel,” zegt hij. Voor Marno betekent aanvoerder zijn niet dat hij zich boven het team stelt. “Iedereen is gelijk en moet elkaar accepteren. Niemand is meer of minder, ook ik niet ondanks dat ik aanvoerder ben.” Zijn rol als leider gaat verder dan alleen het dragen van de aanvoerdersband. Hij probeert het team te coachen, jonge spelers te begeleiden en teleurstellingen of tegenslagen om te buigen in motivatie. “Als er iets misgaat, probeer ik iedereen weer te motiveren en de gezichten dezelfde kant op te krijgen,” legt hij uit.

Een team met potentie

Marno prijst de sfeer binnen het team. “We kennen elkaar allemaal en de sfeer is op dit moment goed,” zegt hij. Die onderlinge band vertaalt zich op het veld in een collectieve inzet: de grootste kracht van BZC ziet hij in de focus en het vermogen om voor elkaar te werken. Tegelijkertijd erkent hij dat er altijd ruimte is voor verbetering. “Onze focus erbij houden en elke wedstrijd 100% ervoor gaan, is iets waar we samen aan kunnen werken. Soms denken we dat 85% ook genoeg is, maar dat gaat niet.”

Het team onderging de afgelopen tijd enkele veranderingen. Er zijn een aantal spelers vertrokken en jonge talenten uit de jeugd stroomden door. Dat betekent dat het seizoen een uitdaging is geworden, maar ook kansen biedt. “We willen altijd bovenin meedoen, maar we moeten ook realistisch blijven. Als we een periode pakken, zou dat al heel mooi zijn,” zegt Marno. Tegenstanders zoals Asperen en Vuren zijn interessant, al kijkt hij niet bewust uit naar specifieke duels. Voor Marno draait het om consistentie en het samen brengen van het team, niet om persoonlijke rivaliteit.

Persoonlijk leiderschap

Als leider probeert Marno een voorbeeld te zijn zonder zichzelf op de voorgrond te plaatsen. Hij is er voor de jonge spelers, betrekt ze bij het team en helpt ze leren van hun fouten. “Gewoon met die jongens praten, ze er bij betrekken. Als ze iets goed doen, vertel ik dat, en als ze iets fout doen, probeer ik ze te helpen zodat ze ervan kunnen leren,” legt hij uit.

Zijn persoonlijke benadering is praktisch en realistisch. Marno heeft geen specifieke profspeler als voorbeeld, en hij gelooft niet in bijgeloof voor wedstrijden. Zijn focus ligt op het spel en de voorbereiding: op wedstrijddagen zorgt hij dat hij ruim op tijd aanwezig is en klaar om samen met zijn team het beste te laten zien. “Meestal doe ik ’s ochtends niet zoveel, en rond 13:00 verzamelen we op het veld. Ik ben er altijd ruim op tijd.”

Toekomstvisie

Marno kijkt ook vooruit naar zijn eigen toekomst en die van BZC. “Als ik fit mag blijven, hoop ik over vijf jaar nog in het eerste van BZC te voetballen. En ik hoop dat we tegen die tijd een stabiele derdeklasser zijn.” Als aanvoerder wil hij vooral een positieve indruk achterlaten binnen de club. “Ik hoop dat ik een goede indruk van mezelf achterlaat. Ook als ik stop, zal ik zeker nog vaak bij de club komen.”

Tot slot laat hij een glimlach zien als hij nadenkt over een luchtige gedachte: mocht hij ooit een bekende profspeler mogen uitnodigen om met BZC mee te doen, zou dat niemand minder zijn dan Lionel Messi. “Die heeft alles gewonnen wat er te winnen valt, en het zou vet zijn om hem bij BZC te hebben.”

Marno van Heusden belichaamt de balans tussen plezier en verantwoordelijkheid, tussen persoonlijke ambitie en teamgeest. Voor BZC is hij niet alleen een speler, maar een leider, een mentor en een voorbeeld van toewijding en betrokkenheid, zowel op als naast het veld.

Klik op BZC’14 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op BZC’14 voor meer informatie over de club.

Ariën van Heijningen: rustige kracht en vaste waarde in het eerste elftal van Well

Voor Ariën van Heijningen draait voetbal niet alleen om het spel zelf, maar vooral om de mensen en de sfeer eromheen. Hij begon zijn voetbalcarrière bij Gameren en Kerkwijk, maar al vroeg voelde hij zich aangetrokken tot Well. “Ik ben bij Well terechtgekomen door mensen in mijn omgeving. Het was altijd gezellig buiten het veld, dus ik dacht dat het binnen het veld ook wel zo zou zijn. Een paar jaar geleden heb ik al eens bij Well gespeeld in de onder 15, en dat beviel zo goed dat ik hier ben gebleven.”

Nu maakt Ariën deel uit van het eerste elftal, waar hij al jarenlang een vaste waarde is. Vanaf jonge leeftijd speelt hij het liefst centraal achterin, een positie die hem alles biedt wat hij nodig heeft om zijn spel te ontwikkelen. “Het geeft overzicht over het hele veld. Ik probeer de rust te bewaren en de juiste pass te vinden om de aanval op gang te brengen. Als ik mezelf zou omschrijven, dan ben ik een rustige voetballer met overzicht en een goede trap. Maar eerlijk is eerlijk: ik kan slecht tegen mijn verlies. Als het niet goed gaat, kan ik daar best in blijven hangen.”

Team, vriendschap en sfeer

Bij Well gaat het om meer dan alleen techniek en tactiek; de teamgeest speelt een grote rol. “De sfeer binnen het team is top. Buiten het veld is het altijd gezellig; op donderdagen en zaterdagen zijn we graag met velen in de kantine. Op het veld kan er zo nu en dan nog eens op elkaar gezeken worden, maar dat hoort er allemaal bij.”

Ariën heeft binnen het team sterke vriendschappen opgebouwd, vooral met Justin en Jaylin. “We kennen elkaar al heel lang en hebben vaak samen gevoetbald. Dat merk je ook tijdens de wedstrijden: soms vinden we elkaar blindelings.” Die onderlinge band helpt het eerste elftal om als een eenheid te functioneren, zowel in de wedstrijden als daarbuiten.

Ook de supporters maken een groot verschil. “Bij Well zijn er altijd veel supporters, ongeacht het weer. Warm of koud, zon of regen, ze zijn er altijd. Dat geeft een extra dimensie aan het spelen bij deze club.” Voor Ariën is die betrokkenheid van het publiek een belangrijke motivatie, zeker tijdens speciale duels.

Hoogtepunten en derbygevoel

Een van de mooiste momenten van Ariën bij Well blijft een overwinning na een lange periode van tegenslag. “Na zeventien maanden wonnen we weer eens een wedstrijd. De ontlading was enorm; het voelde alsof al het werk en geduld eindelijk beloond werd.”

Hoewel hij geen vaste rituelen heeft voor een wedstrijd, kijkt hij elk seizoen uit naar de derby tegen Kerkwijk. “Het is niet zozeer het voetbal zelf, maar alles wat eromheen gebeurt: de supporters, de sfeer, de rivaliteit. Daar kijk je het hele seizoen naar uit, en het geeft net dat beetje extra motivatie.”

Persoonlijke doelen en toekomst

Dit seizoen heeft Ariën duidelijke doelen gesteld voor zichzelf. “Ik wil een steady seizoen draaien en belangrijk zijn voor het team. Ik ben in het verleden veel geblesseerd geweest en hoop dat dat dit seizoen anders zal zijn. Voor de toekomst zou het mooi zijn als we over een paar jaar promotie maken naar de vierde klasse, maar voor nu ligt de focus op fit blijven en goed voetbal laten zien.”

Zijn loyaliteit aan Well is groot. “Ik ben nu niet bezig met dromen over andere clubs. Ik zit erg lekker op mijn plek, en zolang dat zo blijft, blijf ik graag bij Well.” Dat gevoel van verbondenheid met de club en het team maakt hem niet alleen een betrouwbare verdediger, maar ook een voorbeeld voor jongere spelers en een stille leider binnen het eerste elftal.

Een speler die het verschil maakt

Hoewel Ariën zichzelf omschrijft als rustig, is zijn invloed op het veld duidelijk. Met zijn overzicht en precisie vanuit de verdediging helpt hij het spel op te bouwen, terwijl zijn betrokkenheid buiten het veld bijdraagt aan de hechte teamgeest van Well. Samen met zijn teamgenoten, de trouwe supporters en zijn eigen inzet, belichaamt Ariën van Heijningen waar Well voor staat: voetbal met passie, plezier en ambitie.

Klik op WSV Well voor de laatste artikel over de club.
Klik op WSV Well voor meer informatie over de club.

DVO’32: de sociale spil van de Westwijk

In de Vlaardingse Westwijk vervult voetbalclub DVO’32 een rol die veel verder gaat dan sport alleen. Waar de wijk kampt met armoede, jeugdproblematiek en criminaliteit, biedt de club structuur, ontmoeting en kansen. Onder leiding van voorzitter Kees Zegers is DVO’32 uitgegroeid tot een sociaal middelpunt waar voetbal hand in hand gaat met maatschappelijke betrokkenheid.

Maatschappelijke rol in een kwetsbare wijk

Sinds 2017 staat Kees Zegers aan het roer van DVO’32, een club die diep geworteld is in de Westwijk in Vlaardingen. Voor de gemeente en de wijkbewoners vervult DVO’32 een rol die veel verder reikt dan alleen het voetbalveld. “Wij zijn eigenlijk de spil in de maatschappelijke functie van de Westwijk,” benadrukt Zegers.

De Westwijk staat bekend als een achterstandswijk waar armoede, criminaliteit en jeugdzorgproblematiek samenkomen. Terwijl de gemeente veel zaken formeel organiseert, belanden die initiatieven in de praktijk vaak bij DVO’32. Organisaties die activiteiten voor de wijk opzetten, kloppen regelmatig bij de club aan om gebruik te maken van de velden of het complex.

Dat de club zelf eigenaar is van het complex en de velden huurt van de gemeente, zorgt soms voor spanning. De gemeente Vlaardingen zou de accomodatie graag in eigen beheer krijgen, maar de onderhandelingen verlopen moeizaam. Toch blijft Zegers hoopvol dat er een oplossing komt waarbij het belang van de club en de wijk voorop staat.

Samenwerkingen en initiatieven

DVO’32 werkt intensief samen met verschillende maatschappelijke organisaties. Zo is er een nauwe band met Minters, een organisatie die zich inzet voor jongeren in de wijk. Verschillende spelers uit de selectie zijn daarbij betrokken en begeleiden kinderen tijdens sport- en spelactiviteiten in de kantine of op de velden.

Daarnaast zijn er samenwerkingen met Vlaardingen in Beweging en Stroomopwaarts, waarbij mensen die willen re-integreren in de samenleving terecht kunnen bij DVO’32 om te sporten en elkaar te ontmoeten. Ook lokale scholen, zoals het Vos College en Lentiz College, maken dagelijks gebruik van de faciliteiten. Voor hen zijn kleedkamers beschikbaar gesteld, tegen een kleine vergoeding.

Een belangrijk initiatief is ook de samenwerking met de Laureus Foundation, die sport inzet als middel om maatschappelijke problemen aan te pakken. Dankzij dit programma kunnen kinderen op woensdag- en vrijdagmiddag onder begeleiding sporten. Aanvankelijk leverde dit geen extra leden op, maar sinds dit seizoen is er een O15-team dat via deze constructie lid is geworden van DVO’32 – een belangrijke stap vooruit.

Sport als middel tegen criminaliteit

De realiteit in de Westwijk is dat veel jongeren in aanraking komen met criminaliteit en drugs. Hoewel niet altijd zichtbaar, weet de club dat sommige leden in het circuit zitten. Toch ziet Zegers dat sport bijdraagt aan positieve verandering. Trainers spelen daarin een cruciale rol: door jongeren structuur te bieden, worden ze socialer en minder vatbaar voor verkeerde keuzes.

Toch blijft het ledenaantal onder druk staan. Een groot deel van de jeugd – zo’n 85% – kan alleen meedoen dankzij het Jeugdfonds Sport, dat de contributie betaalt. Voor deze kinderen maakt dat een wereld van verschil.

Uitdagingen na corona

Net als veel andere verenigingen heeft DVO’32 het zwaar gehad na de coronaperiode. Het sportgedrag van jongeren veranderde: vechtsporten en gamen trekken steeds meer aandacht. Ook het werven van vrijwilligers is een groot probleem. Barpersoneel of bestuursleden zijn nauwelijks te vinden, waardoor de toekomst van de club afhankelijk is van een kleine groep mensen die nu veel op zich neemt.

Toch blijft de club een belangrijke ontmoetingsplek. Zo gebruiken vrouwen uit de Westwijk in de zomer het complex om samen te picknicken – iets wat in de wijk zelf nauwelijks mogelijk is.

Toekomst en fusiegesprekken

Vooruitkijkend ziet Zegers zowel kansen als bedreigingen. Er wordt gesproken over een fusie met Deltasport, waarvan het hoofdveld moet wijken voor de bouw van een zwembad. Ondanks dat de culturen van beide clubs goed zouden matchen, is er bij Deltasport nog terughoudendheid. Ook met CION zijn gesprekken gevoerd, maar die club kiest ervoor zelfstandig te blijven.

Een belangrijk discussiepunt blijft het complex. Het is getaxeerd op 800.000 euro, maar de gemeente biedt slechts 250.000 euro. DVO’32 wil dat bedrag misschien accepteren, mits de gemeente investeert in directe verbeteringen en verduurzaming.

Meer dan een voorzitter

Naast zijn rol bij de club heeft Kees Zegers een achtergrond als bouwkundige en jarenlang gewerkt als projectleider en opzichter bij een woningcorporatie in Alphen aan den Rijn. Al sinds 1966 is hij lid van DVO’32, en zijn betrokkenheid bij de vereniging is onveranderd groot.

“Als club hebben we het moeilijk, maar er zit wel toekomst in,” zegt Zegers. Of het nu gaat om fusies, maatschappelijke projecten of sportieve prestaties, één ding is duidelijk: DVO’32 is in de Westwijk veel meer dan alleen een voetbalclub.

Klik op vv DVO’32 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv DVO’32 voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.