Van de jeugdopleidingen van Sparta en NAC Breda naar helemaal stoppen met veldvoetbal. Het voetbalverhaal van Galid Belaazzani kent een opvallend verloop. Jarenlang stond alles in het teken van een mogelijke profcarrière, maar rond zijn twintigste trok de Rotterdammer abrupt de stekker eruit. Pas vorig seizoen keerde hij bij SVV terug op het veld. Inmiddels is Belaazzani dertig en geniet hij weer volop van het spelletje dat ooit zijn hele leven beheerste.
Belaazzani werd geboren en groeide op in Rotterdam. Hij begon bij Neptunus en werd als D-pupil gescout door Sparta. Daar doorliep hij vervolgens vrijwel de gehele jeugdopleiding. Als aanvallende middenvelder of buitenspeler speelde hij tot zijn achttiende voor de Kasteelclub.
Als eerstejaars A-junior kreeg Belaazzani te horen dat Sparta niet helemaal tevreden over zijn ontwikkeling was. Via zijn toenmalige zaakwaarnemer kwam hij vervolgens bij NAC Breda terecht. In Breda speelde hij een seizoen in de A1 en daarna bij het belofteteam. Zijn droom om profvoetballer te worden was nog altijd springlevend.
Juist in die periode verkeerde NAC echter sportief in onzekerheid. De club moest play-off spelen om zich in de Eredivisie te handhaven en dat had gevolgen voor de begroting en de samenstelling van de selectie. Uiteindelijk werd het tweede elftal opgeheven. Van de ongeveer vijftien spelers uit de beloftenploeg moesten er dertien vertrekken. Belaazzani hoorde bij die groep.
“Ik kwam er heel laat achter dat ik clubloos zou zijn. Mijn zaakwaarnemer gaf aan dat bij de meeste BVO’s alles qua spelers al vol zat. Dat betekende voor mij dus dat ik clubloos zou zijn.”
Hij sloot zich aan bij Haaglandia om fit te blijven en ondertussen naar een nieuwe mogelijkheid te zoeken. De overgang vanuit een BVO bleek groot. Jarenlang had Belaazzani zes keer per week getraind met spelers die allemaal dezelfde droom hadden. Nu stond hij tweemaal per week op het veld in het amateurvoetbal.
Ook thuis veranderde de situatie. Zijn jeugd had volledig in het teken gestaan van voetbal. “Ik ben opgevoed met het idee dat ik profvoetballer zou worden. Ik hoefde ook geen bijbaantjes te nemen. Alles was gericht op het voetbal. Ik was echt de trots van de familie.”
Bij Haaglandia zakte zijn motivatie snel weg. Belaazzani maakte het seizoen niet eens af en stopte volledig met veldvoetbal. Hij koos voor werk en liet zijn voetbaldroom achter zich.
Daar kijkt hij nu met gemengde gevoelens op terug. “Ik heb daar na al die jaren enorm veel spijt van. Ik weet 100.000 procent zeker dat ik er met mijn capaciteiten mijn beroep van had kunnen maken.” Achteraf beseft hij dat er ook buiten het betaald voetbal mogelijkheden waren geweest om op hoog amateurniveau door te gaan. “Ik heb het toen allemaal laten vallen. Het was destijds een enorme klap, maar ondertussen heb ik het wel geaccepteerd.”
Jarenlang bleef het veldvoetbal vervolgens uit zijn leven. Belaazzani speelde nog wel wat in de zaal, maar echt enthousiast werd hij daar niet van. De beperkte ruimte paste minder bij zijn spel.
Vorig seizoen kwam daar verandering in. Een vriend vroeg hem om bij SVV te komen voetballen en Belaazzani besloot na al die jaren weer de voetbalschoenen aan te trekken. Niet meer met de druk om prof te moeten worden, maar simpelweg omdat hij weer wilde voetballen.
“Ik dacht: waarom niet? Niet alleen voor de lol, maar ook voor mijn conditie. Ik ben niet het type dat naar de sportschool gaat.”
De terugkeer beviel beter dan hij vooraf had verwacht. Twee keer per week trainen en op zaterdag een wedstrijd spelen is inmiddels weer een vast onderdeel van zijn leven. Ook de multiculturele samenstelling van de selectie spreekt hem aan. “We hebben jongens met verschillende achtergronden in de groep. Ik heb het hier heel erg naar mijn zin.”
Zijn tijd bij Sparta en NAC blijft een belangrijk onderdeel van zijn leven. Een toernooi met Sparta in Qatar en zijn onofficiële debuut voor NAC tijdens een oefenwedstrijd behoren tot zijn mooiste herinneringen.
De droom van toen is voorbij, maar bij SVV heeft Belaazzani sinds vorig seizoen iets terug wat hij jarenlang kwijt was: het plezier om iedere week weer gewoon op het voetbalveld te staan.

