Ruim 160 wedstrijden in het betaalde voetbal, vijftig doelpunten en een carrière langs clubs als RKC Waalwijk, Willem II, Excelsior en Sparta. Iwan Redan weet wat er wordt gevraagd om als voetballer de top te bereiken. Tegenwoordig staat de 46-jarige Rotterdammer aan de andere kant. Als nieuw Hoofd Jeugdopleiding van Excelsior’20 wil hij zijn ervaring gebruiken om jonge voetballers verder te brengen. “Bovenal moeten alle kinderen trots zijn op het embleem op hun borst en weer lekker willen voetballen.”
Redan begon zijn voetbalcarrière bij Germinal en kwam via Neptunus in de jeugdopleiding van Sparta terecht. Daar werd de basis gelegd voor zijn verdere loopbaan. “Ik heb daar heel veel goede trainers gehad, zoals Joop Brand , Adri van Tiggelen en Mike Snoei. Die laatste nam mij later ook mee naar Vitesse. Dat vormt je als speler. De Spartaanse opleiding maakt je harder.”
Bij Vitesse wilde Redan zijn droom als prof najagen. Patrick Kluivert was in die tijd zijn grote voorbeeld. “Ik wilde weten waarom hij zo goed was geworden. Ik ben altijd heel leergierig geweest en wilde alles weten over hoe hij dat had gedaan.”
Zijn weg naar de top verliep niet zonder tegenslagen. Redan scheurde tweemaal zijn kruisband. De eerste keer was hij pas vijftien jaar. De tweede zware blessure volgde op een moment dat hij in de Eredivisie doorbrak en grotere clubs belangstelling toonden. Toch bouwde hij een mooie carrière op. Vooral zijn periode bij RKC Waalwijk maakte veel indruk.
“Alles wat er vanaf RKC is gebeurd, is een droom.” Bij de Waalwijkers werkte hij onder Martin Jol en Ton Verkerk. Vooral Verkerk, destijds trainer van het tweede elftal, speelde een belangrijke rol in zijn ontwikkeling. Redan kwam bovendien terecht in een selectie vol ervaren spelers, onder wie Zeljko Petrovic, Patrick van Diemen, Rick Hoogendorp, Rob van Dijk en Carlos van Wanrooij.
Met RKC eindigde hij als zesde in de Eredivisie. “We waren misschien niet de beste spelers, maar we werkten keihard en hadden een familiegevoel binnen de selectie. Iedereen moest fit zijn.”
Juist die ervaren spelers mist Redan tegenwoordig soms in het voetbal. Het spel is volgens hem sneller geworden, maar niet automatisch beter. Ook ziet hij minder ruimte voor individualisme. “Wat ik mis, zijn de creatieve spelers op het veld. Het is allemaal voorgekookt en weinig verrassend. Mensen komen naar het stadion voor creatieve spelers en niet voor robotvoetbal.”
Na zijn profcarrière bleef Redan actief in het voetbal. Samen met voormalig prof Edward Burleson begeleidde hij spelers en later richtte hij zich volledig op performancetraining. Hij begon een eigen bedrijf en werkte met sporters die bewust hun doelen wilden najagen. Sinds juli 2025 is hij bovendien performancecoach bij het Nederlands vrouwenelftal.
Bij Excelsior’20 raakte Redan betrokken toen zijn kinderen er gingen voetballen. Hij werd trainer en startte later een academie op basis van performance. Dit seizoen zette hij de volgende stap als Hoofd Jeugdopleiding.
Zijn belangrijkste opdracht is het aanbrengen van structuur en het creëren van duidelijke voorwaarden waarbinnen spelers én trainers zich kunnen ontwikkelen. Daarbij wil Redan zijn ervaring niet gebruiken om anderen te vertellen hoe het moet. “Ik kom hier niet als de betweter, ondanks dat ik 29 jaar ervaring als prof en coach heb. Jij hebt een visie, ik heb een visie, daar praten we over en dan komen we samen tot een oplossing voor de ontwikkeling van de kinderen.”
Daarbij mag ambitie volgens Redan nadrukkelijk een plaats hebben. Recreatief voetbal en prestatie hoeven elkaar niet in de weg te zitten. Ook jonge voetballers mogen volgens hem leren omgaan met winnen én verliezen. “Plezier creëer je door een situatie te creëren waarbij winnen een voorwaarde kan zijn. Winnen of verliezen, leer ermee omgaan.”
Ook de trainers spelen daarin een belangrijke rol. De selectieteams van Excelsior’20 beschikken al over gecertificeerde trainers. Redan wil er uiteindelijk naartoe dat die kwaliteit binnen de gehele jeugdopleiding beschikbaar is, zodat ieder kind de mogelijkheid krijgt zich verder te ontwikkelen.
De eerste indrukken zijn positief. Redan ziet goede faciliteiten en veel betrokken mensen, maar denkt tegelijkertijd dat Excelsior’20 ambitieuzer mag worden. Structuur, duidelijkheid, ontwikkeling en verbondenheid moeten daarbij de basis vormen.
“Alles moet duidelijk zijn voor iedereen.” Uiteindelijk komt zijn visie terug bij iets wat Redan zelf als prof ook heeft ervaren: een team en een club moeten meer zijn dan alleen een verzameling voetballers. “Je wilt ook een soort familieband creëren binnen de teams.”
Na een leven als profvoetballer, trainer en performancecoach heeft Redan bij Excelsior’20 een nieuwe uitdaging gevonden. Niet meer zelf proberen te scoren, maar ervoor zorgen dat een volgende generatie de kans krijgt het maximale uit zichzelf te halen.

