DEVO stelt trainer aan met verleden bij vierdeklassers

0
153
DEVO

DEVO heeft met Jaimy van Wortel een ambitieuze trainer aangesteld. De 36-jarige Hoevenaar begint in Bosschenhoofd aan zijn derde klus als hoofdtrainer, maar stapt voor het eerst in bij een vijfdeklasser. „Het is misschien wel een stapje achteruit, maar het mooie daarvan is, is dat je er ook weer twee vooruit kunt zetten.’’

De afgelopen twee seizoenen was Van Wortel actief bij WVV’67. Hoewel hij het in Woensdrecht erg naar zijn zin had, besloot hij er niet door te gaan. „Ik wilde opgaan voor mijn UEFA B-diploma’’, begint de trainer zijn uitleg. „Het reizen naar Woensdrecht in combinatie met mijn werk en de trainerscursus was iets te veel van het goede. Daarom ging ik op zoek naar een club dichter bij huis.’’

DEVO paste in het plaatje waar Van Wortel naar op zoek was. De plannen om zijn UEFA B-diploma te behalen gingen echter, nadat hij DEVO al zijn woord had gegeven, niet door. „De KNVB heeft bepaalde richtlijnen met een aantal punten waar je als trainer aan moet voldoen om mee te mogen doen aan de cursus’’, legt hij uit. „Ik vinkte te weinig punten aan om uitgenodigd te worden.’’

Desalniettemin begon Van Wortel met enthousiasme bij zijn nieuwe club. „Ik was ervan overtuigd dat er meer uit deze selectie te halen viel’’, blikt hij terug. „Meer dan ze in het verleden hadden laten zien. Dat triggerde mij en was ook mijn voornaamste reden om bij DEVO in te stappen.’’

Ook kende Van Wortel al een aantal spelers uit de selectie. „Dat zijn spelers die aan de bal goed zijn’’, vertelt hij. „Terwijl DEVO voorheen vaak met de lange bal speelde. Je zag die spelers de hele wedstrijd met een stijve nek omhoog kijken. Dat wilde ik gelijk veranderen. Zij moesten in hun kracht komen, zodat zij de dragende spelers zouden worden.’’

Een ploeg aan het voetballen krijgen: laat dat maar aan Van Wortel over. Bij zijn eerste club, RSV uit Rucphen, trof hij een gelijkwaardige situatie aan. „RSV was altijd een club die onderin meedraaide en waar de lange bal werd gehanteerd. Ik ben aan de slag gegaan met het positiespel, de omschakeling en een stukje lef aan de bal. In combinatie met de goede lichting die toen doorbrak, is dat een geslaagd project geworden.’’

Maar Rome is niet in één dag gebouwd. Dit soort projecten kosten tijd en moeite, zo weet Van Wortel ook: „Bij DEVO moest ik best een beetje trekken aan de selectie in het begin. Je merkt dat het wat meer moeite kost om je visie op een vijfdeklasser overgebracht te krijgen, dan op een vierdeklasser. DEVO speelde eerst de lange bal en ik wil ze nu op balbezit laten spelen, dat vergt energie.’’

„Maar na twee maanden hebben we zeker al stappen gemaakt’’, vindt de hoofdtrainer. „Je weet dat niet alles gelijk zal lukken, maar we zien progressie. Daarnaast vind ik het net zo belangrijk dat we er plezier in houden. Ons doel dit seizoen? De speelstijl erin krijgen. Als team vind ik dat we bovenin mee zouden kunnen draaien – daar heb ik alle vertrouwen in – maar dan moeten we nog wel een aantal stappen zetten.’’