Ondanks een flink aantal blessures, handhaaft DSE zich voorlopig in de top van de vierde klasse. Al had trainer Karel Daamen richting het einde van de competitie, liever nog wat hoger gestaan. “Ik was hoopvol dat we kampioen konden worden.”
Een doelstelling die de 63-jarige Daamen eigenlijk op voorhand, al voor zichzelf én zijn team had neergelegd. “Ik had ons, zonder blikken of blozen, wel bij de bovenste drie staan. Puur omdat ik vind dat we daar horen.” Toch gooiden een aantal blessures, dit seizoen wat roet in het eten. “We missen er te vaak een stuk of vier. Dus wat dat betreft moeten we tevreden zijn.” Want, zo vertelt hij. “Daardoor speel je steeds in een andere samenstelling. Vooral achterin waren we zoekende.”
Meer controle
En dat begon eigenlijk al, aan het begin van het seizoen. “Mijn backs, mis ik al bijna het hele jaar. Dan krijg je andere mensen, op andere plekken.” Van een gebroken sleutelbeen, tot verrekte kniebanden en zelfs een gebroken neus. “Daardoor mis je een beetje de onderlinge concurrentie.” Of dat erg is? “Het liefst heb je natuurlijk veel concurrentie, want dan gaat de trainingsarbeid en de beleving omhoog. Alleen zorgt dit ook wel voor een stukje rust in het elftal.” Bezig aan zijn tweede seizoen bij de club, heeft Daamen zijn speelwijze inmiddels een beetje aangepast. “We spelen iets meer in de controle dan vorig jaar. Minder open en gecontroleerder aanvallen.” Wat betekent dat in de praktijk? “Dat vier of vijf jongens, vooral moeten verdedigen. Anders ben je zo kwetsbaar, als je aanvallend probeert te spelen. Zeker met jongens die niet vaak achterin gespeeld hebben.” Want ondanks dat DSE afgelopen seizoen als derde eindigde, heeft de club uit Etten-Leur de lat nu nog een stukje hoger gelegd. Al heeft de ploeg de laatste weken wat steken laten vallen. “Daardoor wordt het nu wel heel lastig richting de eerste plek.” Met een voorlopig derde plaats, lijkt de ploeg zich op te moeten gaan maken voor de nacompetitie. “Daar kom je liever niet in. Op dat soort wedstrijden staat altijd meer druk, en je moet jezelf weer opnieuw opladen.” Desondanks, ziet Daamen dat zijn ploeg de nodige stappen heeft gemaakt. “Vooral in een stukje degelijkheid en in de structuur van aanvallen en verdedigen.” Met als doel: winnen. “Daarom leg ik de lat ook hoog. Dat is een bepaalde drive. Maar wel door die jongens in hun waarde te laten.” En dat terwijl de voormalig nummer tien van VVR, nooit had verwacht dat hij trainer zou worden. “Ik had een eigen bedrijf, en werd eigenlijk alleen maar jeugdtrainer om VVR een beetje te helpen.”
Felle donder
Dertien jaar verder, was hij onder meer jeugdtrainer bij Moerse Boys en had hij de eerste elftallen van Gesta, SVC en Chaam onder zijn hoede. “Mensen bleven maar hameren dat ik mijn diploma’s moest halen, dus ben ik op een gegeven moment maar de cursus gaan doen. Nu heb ik mijn VC2.” Verdere ambities, heeft hij niet. “Nog een cursus gaan doen, zie ik niet meer zitten. Eigenlijk ben ik er te laat aan begonnen. Maar ja, mijn bedrijf ging voor.” Mede daardoor, herkent hij zich des te meer in zijn spelers, vertelt Daamen. “Soms zijn jongens wel eens moe op de training, omdat ze fysiek zwaar hebben moeten werken. Dat had ik ook. Dan stuur ik ze wat eerder naar huis.” Ondanks dat de inwoner van Rijsbergen naar eigen zeggen helemaal gek is van het spelletje. “Er is niets leukers dan met die gasten bezig zijn en samen ergens naartoe gaan.” Juist daarom, maakte Daamen twee seizoenen geleden de overstap naar DSE. “Ik wilde graag bij een club trainen waar de randvoorwaarden goed geregeld zijn, zodat ik alleen maar met voetbal bezig hoef te zijn. Dat is bij DSE het geval.” Op verschillende vlakken. “Ik werk prima samen met mijn assistent-trainer en teammanagers. En daarnaast, komen de selectie en jeugd steeds dichter bij elkaar. Eerst waren dat iets meer eilandjes. Vandaar dat we nu ook bezig zijn met een soort O21, waar we geregeld oefenwedstrijden mee spelen. Zodat die jongens feeling krijgen met de selectie.” En zijn manier van werken. “Ik ben wel een felle donder, puur omdat ik wil winnen.” Toch is hij daar wel in veranderd, heeft Daamen gemerkt. “Als het niet gaat, laat ik het gaan. Dat was tien jaar terug wel anders, dan zou ik er vol op vliegen.” Zijn contract inmiddels al verlengd en een periodetitel op zak, kijkt de oefenmeester met een schuin oog naar de toekomst. “Ik twijfel of we qua selectie breed genoeg zijn om mee te kunnen in de derde klasse. We spelen nu ook al heel het jaar met een stuk of twaalf man…” Gelukkig biedt het tweede elftal, regelmatig uitkomst. “Daarom ben ik heel blij dat we die er een stuk dichterbij hebben getrokken. Ook omdat jongens dan zien dat ze daar niet voor niks lopen. Dat is een goed signaal.” Want die lat, blijft onverminderd hoog. “We doen ook veel met onze VEO-camera. Dan sturen we beelden op naar die gasten, en dan hoef je eigenlijk als trainer vaak niks meer te zeggen.” Al kan dat soms, absoluut geen kwaad. “Die jongens zijn allemaal vrienden van elkaar, daardoor corrigeren ze elkaar te weinig. Dat is wel een beetje onze zwakte. Al is het daardoor ook een ontzettend leuke groep om mee te werken!”
Klik op DSE voor meer artikelen over de club.
Klik op DSE voor meer informatie over de club.

