Eén keer in de twee weken op zaterdagmiddag stappen Goof den Hartogh (66) en zijn vriend Kees Keppel (64) op de fiets om de uitwedstrijden van Ameide te bezoeken. Of het nu Zeeland of Groningen is: Goof, Kees en nog een aantal andere senioren stappen steevast op de fiets om hun club te steunen.
Beide mannen zijn al hun hele leven verbonden aan het amateurvoetbal, al liep hun route ernaartoe via verschillende dorpen en verhalen. Goof geboren in Lexmond, groeide op in Ameide en werd op zijn tiende lid van de club en doorliep alle junioren. Hij speelde jarenlang in het tweede elftal, op een niveau net onder het eerste. “Dat waren mooie jaren.”
Kees begon bij Lekvogels, waar hij tot en met de A-jeugd speelde. In Ameide belandde hij later, via de liefde. “Mijn vrouw komt hier vandaan. En toen mijn kinderen hier gingen voetballen, rolde ik er vanzelf in. Leider, af en toe scheidsrechter, bestuurslid. Vijf jaar lang heb ik nog gevlagd bij het eerste elftal. Je bent er toch elke zaterdag.”
Goof zat er nog wat dieper in. In 1980 hielp hij mee aan de opbouw van het huidige sportcomplex van Ameide, zat in het bestuur en trainde verschillende elftallen. Kees hield zich bezig met de clubsite, energiebesparende maatregelen, praktische zaken. Twee mannen die niet op de voorgrond staan, maar altijd aanwezig zijn. En die op een gegeven moment dachten: Waarom eigenlijk niet?
Het begon zo’n vijftien, zestien jaar geleden. Eén uitwedstrijd op de fiets. Het idee kwam van Kees en Hans den Hartog. Gewoon eens kijken hoe dat is. “En dat beviel,” zegt Goof. “Toen deden we het nog een keer. En nog een keer. Langzaam sloten meer mensen aan. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Inmiddels rijden we gemiddeld met zes of zeven man.”
De afspraak is simpel. Goof stuurt een berichtje in de app: ik vertrek om die en die tijd. Wie het leuk vindt, sluit aan. Elke uitwedstrijd, tenzij het echt hartje winter is en de omstandigheden te gek worden. Ameide–Bruinisse bijvoorbeeld, dat is 86 kilometer fietsen. “Dan ben je wel even onderweg,” lacht Kees. “Dat was tot nu toe onze verste rit. Daar maakten we dan meteen een uitje van, bleven daar slapen en reden de volgende dag weer terug.”
Ze fietsen heen, kijken de wedstrijd en fietsen weer terug. Altijd. “Dat betekent ook dat de derde helft korter is,” lacht Goof. “De bier-tijd gaat er wel af. Maar niemand die daar echt over klaagt, want die halen we weer in bij de kantine van Ameide.”
Dit seizoen is de club ingedeeld in de westelijke competitie. Dat betekent: elke uitwedstrijd over dezelfde brug, de eerste twaalf, elf kilometer altijd hetzelfde. “Dat went,” zegt Kees. “Maar voetballend gezien is het minder leuk. Er zijn minder derby’s en dit is een sterkere competitie. Tegelijkertijd maakt het voor ons niet uit of ze winnen of verliezen. Wij zijn er toch en we hebben een gezellige middag.”
Ze hopen zelfs stiekem op een klasse lager volgend seizoen. Niet uit sportieve onvrede, maar uit praktisch oogpunt. “Dan liggen de clubs dichterbij,” zegt Goof. “Scheelt weer wat kilometers.”
Aan het begin van dit seizoen deden ze er nog een schepje bovenop. Met z’n zessen fietsten ze langs alle clubs in de competitie. “We konden soms meteen opmaken wat voor teams het waren,” vertelt Kees. “Sommige ploegen waren al aan het trainen. Bij andere was het sportpark nog helemaal verlaten. Wat ook leuk is aan het fietsen is dat je mooie routes kunt rijden.”
Klik op VV Ameide voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Ameide voor meer artikelen over de club.

