Sleeuwijk moet ballen tonen: ‘Dan maar lelijk winnen’

0
100

Na een lastig seizoen en een moeizame start van de nieuwe competitie, houden ze bij derdeklasser Sleeuwijk stiekem inmiddels rekening met opnieuw een uitdagend jaar. Desondanks probeert de pas achttienjarige Finn Pruijsen de moed erin te houden. “Degradatievoetbal spelen is echt verschrikkelijk.”

Toch is dat precies, wat ze vorig seizoen bij Sleeuwijk moesten doen. “We zaten een beetje in de hoek waar de klappen vielen, maar stonden op het einde wel waar we hoorden te staan.” Uiteindelijk bleek een negende plaats, zes punten boven de nacompetitiestreep, genoeg voor handhaving in de derde klasse. “Je merkt ook nu, dat we gewoon een heel jong team hebben. Dat is een terugkerend ding. We kunnen goed voetballen, alleen is het lastig om onze schouders eronder te zetten. Als je dan ook nog te maken krijgt met blessures van oudere gasten, blijft er helemaal weinig ervaring over. En dan is degradatievoetbal spelen echt verschrikkelijk.”

Stress

Gelukkig kwam het dus goed. Zaak om het dit seizoen een stuk minder spannend te maken. Toch? “Voorlopig gaat het nog niet zo lekker en hebben we opnieuw last van blessures. Al begonnen we vorig jaar ook niet zo goed, dus we hielden er ergens misschien wel rekening mee.” Zorgen, maakt Pruijsen zich echter wel, is hij eerlijk. “Je denkt meteen: dit kan zomaar weer heel lastig gaan worden.” En dat terwijl de inwoner van Sleeuwijk er een aantal seizoenen geleden bewust voor koos, om zijn club trouw te blijven. “Ik heb zeven jaar bij Brabant United en FC Den Bosch gespeeld, nadat ik hier ooit op mijn vierde was begonnen.” In de JO15, keerde hij weer terug op het oude nest. “Daarna ben ik nog gescout door NAC Breda en FC Dordrecht, maar ben ik toch hier gebleven.” Afgelopen seizoen, sloot Pruijsen definitief aan bij het eerste. “Het jaar daarvoor mocht ik er al een beetje aan ruiken.” Hoe kijkt de jongeling terug op zijn avontuur in het profwereldje? “Ik heb onder andere tegen PSG en Juventus mogen spelen, dat waren natuurlijk mooie dingen. Toch ben ik blij dat ik daar niet meer zit. Alleen maar voetbal, was niks voor mij.” Want, zo legt hij uit. “Op mijn dertiende ben ik een jaar lang geblesseerd geweest aan mijn rug, puur door de stress. Ik was aanvoerder en mocht gewoon blijven, maar toch heb ik besloten om terug te gaan. Ook omdat ik het voetballen met vrienden begon te missen.” Gescout op jonge leeftijd, keerde Pruijsen op zijn veertiende terug bij Sleeuwijk. “Ik was van jongs af aan, 24/7 bezig met voetbal. Dat vond ik een keer goed geweest. Ik ben heel blij dat ik hier weer terug ben.”

Te kritisch

Een terugkeer in de profvoetballerij, ziet Pruijsen dan ook niet voor zich. “De profwereld trekt me nu helemaal niet meer.” Ambities, heeft hij echter nog genoeg. “Uiteindelijk wil ik wel op een hoger niveau gaan spelen, maar voor nu bekijk ik per seizoen wat er komt.” Want ook voor hem, was het seniorenvoetbal in het begin wel even wennen, vertelt hij. “Mensen vragen nu niet meer hoe het was, maar zeggen gewoon dat ze het slecht vonden. Dat is wel het grootste verschil tussen de jeugd en de senioren.” Helemaal in zijn geval. “Ik ben té kritisch op mezelf.” Aan fanatisme, heeft Pruijsen dan ook nog altijd niks ingeboet. “Wat dat betreft ben ik nog net zo fanatiek. Op vrijdag zal ik nooit gek doen, zodat ik op zaterdag goed kan presteren.” En dat is nodig ook, heeft de linkspoot gemerkt. “Bij de senioren boeit het eigenlijk niet dat je leuk kunt voetballen. Stap één is hard werken en zorgen dat er gewonnen wordt.” Gelukkig, heeft Pruijsen het gevoel dat ze daar bij Sleeuwijk stappen in aan het maken zijn. Hoe jong de ploeg ook is. “We worden iedere wedstrijd beter. En met de gasten die we nu hebben, heb ik er alle vertrouwen in dat we er bovenop gaan komen.” De doelstelling, steekt hij dan ook niet al te hoog in. “Als we realistisch kijken, moeten we eerst gaan voor handhaving. Daarna zien we het wel.” Maar makkelijk, gaat dat niet worden. “We moeten meer ballen tonen. Vechten voor elkaar en wedstrijden over de streep trekken. Dan maar een keer lelijk winnen.” Met hem achterin óf op het middenveld. “Ik heb nu al op een aantal verschillende posities gespeeld. Linksback, centraal achterin, op zes en op acht. Eigenlijk heb ik niet echt een favoriete positie.” Alhoewel. “Centraal heb je het spel voor je, maar als middenvelder moet je handelingssnelheid omhoog. Dat zou ik dit seizoen graag willen ontwikkelen.” In combinatie met een goede inspeelpass en zijn bereidheid om altijd honderd procent te geven, genoeg ingrediënten om ooit nog eens een stap hogerop te maken. Misschien wel in de voetsporen van zijn opa, die ooit bij Kozakken Boys speelde, vertelt de student Sport en Bewegen aan het ROC in Utrecht. Want ook mentaal, heeft Pruijsen inmiddels de nodige stappen gezet. “Dat kritisch zijn op mezelf, is echt ontstaan in het profvoetbal. Vroeger kon het na een foute pass dan echt in mijn hoofd gaan zitten, gelukkig heb ik daar nu steeds minder last van!”

Klik op Sleeuwijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Sleeuwijk voor meer informatie over de club.