Voor Wim van der Maas is Roda Boys veel meer dan alleen een voetbalclub. Al bijna zestig jaar speelt de vereniging een hoofdrol in zijn leven. Van jeugdspeler tot eerste elftal, van voorzitter tot kartrekker achter de schermen en tegenwoordig als voorzitter van de supportersvereniging. De liefde voor de club is in al die jaren alleen maar gegroeid.
Wie met Van der Maas spreekt, merkt al snel dat Roda Boys diepgeworteld is in zijn familie. “Mijn vader zat in het bestuur en is ook voorzitter geweest, mijn broer voetbalde er en mijn oom speelde er ook. Roda Boys is eigenlijk altijd mijn lust en mijn leven geweest.”
Op zijn achtste of negende trok hij voor het eerst het shirt van de club aan. Alleen gedurende een periode van zes jaar speelde hij elders, bij FC Den Bosch en Unitas Gorinchem. Toch bleef de aantrekkingskracht van Roda Boys groot.
“Ik wilde op een gegeven moment wat rustiger gaan voetballen en dacht dat dat bij Roda Boys wel zou lukken. Alleen stonden we binnen twee jaar ineens in de eerste klasse. Van rustig aan doen kwam dus niet zoveel terecht.”
Het werden jaren waar nog altijd met veel plezier op wordt teruggekeken. “We speelden vijf jaar op het hoogste amateurniveau van dat moment. Tegen prachtige clubs en voor veel supporters zijn dat nog steeds bijzondere herinneringen.”
Zijn actieve voetbalcarrière kwam rond zijn dertigste abrupt ten einde door een zware liesblessure. “Ik scheurde mijn lies af en ben daar eigenlijk nooit helemaal van hersteld.”
Van speler naar voorzitter
Na zijn tijd als speler duurde het niet lang voordat Van der Maas opnieuw een belangrijke rol binnen de club kreeg. In 2000 stapte het toenmalige bestuur op en ontstond een moeilijke situatie.
“Met een aantal nieuwe mensen hebben we de verantwoordelijkheid genomen. Ik werd voorzitter en daarnaast hield ik me bezig met de technische zaken.”
In totaal was hij zes jaar voorzitter en ruim twintig jaar verantwoordelijk voor de technische zaken. “Dat heb ik een periode zelfs helemaal alleen gedaan. Later deden we dat gelukkig met meerdere mensen.”
De grootste uitdaging uit zijn bestuursperiode lag niet op sportief vlak, maar achter de schermen. Toen het nieuwe bestuur aantrad, verkeerde de vereniging in financieel zwaar weer.
“Dat was een flinke uitdaging. Gelukkig hebben we met elkaar de schouders eronder gezet en de club weer financieel gezond gekregen.”
Volgens Van der Maas was dat vooral een teamprestatie. “Dat heb ik absoluut niet alleen gedaan. Met een aantal bestuursleden hebben we de juiste maatregelen genomen. Daar kijk ik met veel voldoening op terug.”
Dat de financiële rust terugkeerde, zorgde uiteindelijk ook voor betere sportieve prestaties. “In de jaren daarna werden we kampioen en speelden we meerdere keren nacompetitie. Dan zie je dat een gezonde vereniging ook op het veld weer kan groeien.”
Hoewel hij veel mooie momenten heeft meegemaakt, springt één herinnering eruit. “De promotie naar het hoogste amateurniveau in 1985 blijft voor mij het mooiste moment als speler. Dat deden we met vrijwel alleen jongens uit Aalst.”
Toch is het niet dat succes waar hij tegenwoordig het meest trots op is. Dat gevoel haalt hij uit iets anders.
“Wij zijn een relatief kleine vereniging met ruim driehonderd leden. Toch spelen we al jaren op een niveau waarvan veel mensen zeggen dat het eigenlijk onmogelijk is voor zo’n club.”
Nog altijd betrokken
Sinds enkele jaren is Van der Maas voorzitter van de supportersvereniging. Zelf noemt hij zijn rol bescheiden. “Het meeste werk wordt door anderen gedaan. Zij organiseren acties, verlotingen en zetten zich enorm in voor de club. Ik probeer vooral de grote lijnen te bewaken en het contact met het bestuur te onderhouden.”
Ook op zijn 69e is stoppen nog niet aan de orde. “Zolang het me gegeven is, blijf ik betrokken. Roda Boys zit verweven in ons gezin en in onze familie. Dat zal altijd zo blijven.”

