UVV’40 zoekt naar balans tussen prestatie en plezier

0
106
mvv

De balans vinden tussen het zijn van een vriendenteam en écht willen presteren. Dat is dit seizoen voor vijfdeklasser UVV’40 de grootste uitdaging. Want nadat de ‘Zaterdag 2’ werd doorgeschoven en nu functioneert als eerste elftal, is het ook voor Jules Molenschot nog even wennen. “Het is ieder weekend de vraag wie er zijn.”

Ondanks dat ze het in Ulvenhout weldegelijk serieus nemen, vertelt Molenschot (25). “Als je ziet wat voor spelers we hebben, vind ik de resultaten persoonlijk wel teleurstellend.” Al wordt er niet al te hard getraind, is het voormalig talent van NAC Breda eerlijk. “We trainen één keer in de week. En vaak zijn we dan aan het ‘zestienen’.” Daar is de centrale verdediger zelf, overigens niet vaak bij. “Ik woon in Amsterdam, dus kan er doordeweeks eigenlijk niet zijn.” Ook in het weekend, is het dus altijd even afwachten wie er present zijn. “Dat is iedere wedstrijd weer de vraag.” En een deel van het ‘probleem’, denkt hij. “Als iedereen er altijd zou zijn, stonden we hoger.”

Knop om

Want na vijf jaar als vriendenteam, gaat de ‘Zaterdag 2’ nu dus door het leven als het vlaggenschip van UVV’40. “De club vroeg of we dat zagen zitten. En onder bepaalde voorwaarden, waaronder het spelen op zaterdag, wilden we dat best doen.” Aan kwaliteit, is er dan ook geen gebrek, legt Molenschot uit. “We hebben best wat spelers die vroeger bij een BVO hebben gespeeld of in een standaardteam. In het verleden, wonnen we van ons eigen eerste.” Desondanks, blijft plezier het belangrijkste. “Al zou er wat meer een ‘winning spirit’ mogen zijn. Die knop moet nog wel om. Er alles aan doen om te winnen. Ik ben nog altijd geïrriteerd als dat niet lukt.” Op zoek naar balans én structuur dus. Zoals Molenschot eigenlijk zijn hele voetballeven al gewend is. “Ik ben begonnen bij Baronie, daarna ben ik in de C’tjes naar NAC Breda gegaan. Daar heb ik zelfs nog in de selectie gezeten.” Tot een echte doorbraak kwam het niet en dus keerde hij terug naar de club waar het voor hem begon. Al werd ook dat, een niet al te groot succes. “Bij Baronie raakte ik het plezier, in het serieuze voetbal, een beetje kwijt. Daarom ben ik toen, mede vanwege mijn vrienden, in 2020 naar hier gegaan.” Zelfs, toen hij daardoor op een andere positie kwam te spelen. “Ik begon als linksbuiten bij UVV’40, nu sta ik weer gewoon centraal achterin. Dat is eigenlijk mijn echte positie.”

Haantjes

Met het plezier, zit het dan ook weer goed. Ondanks dat Molenschot doordeweeks dus ergens anders op het veld staat. “Voor mijn werk woon ik in Amsterdam, dus ik voetbal daar. In de Powerleague, vijf tegen vijf. Dat is mijn voetbalmomentje in de week.” Ideaal, is het natuurlijk niet. “Andere jongens zijn er ook niet altijd, waardoor we iedere week in een andere opstelling spelen. Veel doen we tijdens wedstrijden op ervaring én gevoel.” Al gaat dat niet altijd goed, lacht de vastgoedadviseur. “Als het niet loopt, zijn we allemaal haantjes die het beter weten. Op dat soort momenten hebben we behoefte aan een plan.” En de juiste instelling. “We roepen nu dat we écht voor de nacompetitie willen gaan, dat begint wel te leven.” Gelukkig maar, als het aan Molenschot ligt. “Wat mij betreft is het leuk om samen hogerop te gaan. Al blijft het altijd zoeken naar de balans tussen een vriendenteam en willen presteren. Het gat tussen willen promoveren en plezier hebben, is nog te groot. Daar zwemmen we een beetje tussenin.” Ook voor hemzelf, blijft het schakelen. “Ik merk dat ik het heel leuk vind om weer in mijn kracht te spelen, als centrale verdediger. Dan krijg je toch flashbacks naar vroeger en het gevoel dat je hoger zou kunnen voetballen.” Ziet hij dat ooit nog zitten? “Als het iets moois is, zou ik erover nadenken. Maar aan de andere kant, heb ik ook heel bewust de voetbal opzijgezet en gekozen voor het sociale en maatschappelijke.” Aan zijn kwaliteiten op het veld, zal het in ieder geval niet liggen. “Goed aan de bal, opbouwend sterk en snel.” Indribbelen, vastbijten in een tegenstander en keihard in de duels. Zoals in zijn goede tijd bij NAC. Spijt, heeft hij echter niet. “Ik mis vooral de kleedkamer, maar ben tevreden en blij met mijn keuze. Uiteindelijk haalt slechts een klein percentage het profvoetbal. En ik ben behoorlijk bourgondisch aangelegd, wilde van beide werelden wat meemaken.” Een afweging, die Molenschot uiteindelijk dus heeft gemaakt. “Is profvoetballer willen worden het dan waard? Ik heb voor het plezier gekozen!”

Klik op UVV’40 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op UVV’40 voor meer informatie over de club.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in