Het meidenvoetbal bij FC Lisse zit in de lift en om die lift in beweging te houden is actie een vereiste. “We moeten het ijzer smeden nu het heet is”, zegt coördinator Marco Elderbroek een paar dagen na de vriendinnendag die op Ter Specke plaatsvond.

Op de vriendinnendag kwamen 45 meisjes af, waarvan vijftien nog niet voetballende ‘vriendinnen’. “Dat is een aardige respons. We hebben geflyerd en op scholen en supermarkten posters opgehangen”, reageert Elderbroek, die zich echter nog niet in de handen wrijft. “Het is de vraag hoeveel meisjes er blijven hangen. Als de helft lid wordt, zijn we spekkoper.”

De laatste twee jaar is het aantal voetballende meisjes bij FC Lisse fors gegroeid met bijna veertig procent. “We zijn van 75 naar 120 leden gegaan. Het dreigt nu een beetje te stagneren, vandaar dat we wat acties op touw hebben gezet waaronder dus een vriendinnendag.”

Elderbroek is tevreden over de groei, maar zegt er ook meteen bij dat FC Lisse er nog niet is. “We zijn op zoek naar een stevige basis. Daarvoor moet je verder groeien, naar een ledental van ongeveer 175 leden. Anders blijf je een wankel evenwicht houden omdat je dan vaak te veel speelsters hebt voor één team en net te weinig voor twee teams.”

De wens van Elderbroek en de club is in alle leeftijdscategorieën twee teams. Van dat doel is FC Lisse nu nog even verwijderd, al worden acht teams (twee onder zeventien, één onder vijftien, twee onder dertien, twee onder elf en één onder negen gekoesterd. “We hebben dit seizoen bijvoorbeeld geen MO19. Voor je doorstroming naar de dames is dat wel belangrijk. Dit seizoen hebben we wel weer voor het eerst een dames 1. Dat is positief. Uiteindelijk willen we op niveau gaan spelen met de dames. Ik zie niet in waarom wij niet kunnen wat FC Rijnvogels nu doet.”

Het technische niveau moet daarvoor meegroeien. Dat gebeurt volgens Elderbroek. “De MO15-1 en MO13-1 spelen in de eerste klasse. We werken aan een stevig fundament. Buiten meer leden en meer teams zijn we de organisatie langzaam aan het uitbouwen. Beleidsmatig maken we stappen, al is het niet altijd even makkelijk om een goed kader te vinden.”

Er is veel aandacht voor de techniek. Cor Bouckaert heeft zich ontfermd over alle jeugdspeelsters. Elderbroek: “Hij heeft geen vast team, maar verzorgt bij alle teams extra techniektraining. Dan is hij bij het ene team, dan bij het andere. Hij pikt er een groepje tussenuit en gaat met die meiden aan de slag.

Het resultaat van die individuele training zien we terug in het veld.” “We hebben duidelijk meer body gekregen. De beleving is groot. Tijdens het WK voor vrouwen in Frankrijk gaan we met een bus met 65 meisjes en ouders naar de poulewedstrijd van Nederland tegen Kameroen in Valenciennes.”