Noah Abid speelde ooit voor Manchester City en nu voor Westlandia

0
6

Noah Abid is 26, speler van Westlandia, technisch begaafd, emotioneel, soms te fel en volgens eigen zeggen ook gewoon koppig. Hij loopt tegen gele kaarten aan en kan op het veld nog altijd reageren vanuit zijn gevoel. Maar wie alleen dát ziet, ziet maar een deel van het verhaal. Want achter de middenvelder die nu met plezier in Naaldwijk voetbalt, schuilt een route die allesbehalve recht is geweest.

Die route liep van Manchester City naar Vitesse, van Ajax naar Almere City, van Tunesië terug naar Nederland, van helemaal klaar zijn met voetbal naar opnieuw beginnen in de eerste klasse, en uiteindelijk naar Westlandia. Onderweg verloor hij mensen, brak hij met anderen, liep hij kansen mis, leerde hij zichzelf beter kennen en kwam hij erachter dat plezier in voetbal geen luxe is, maar een voorwaarde.

Acht gele kaarten

Het begon voor dit verhaal eigenlijk met een statistiek. Acht gele kaarten in twintig wedstrijden. Dat trok de aandacht. Abid moet er zelf ook om lachen, al weet hij dat het niet ideaal is. “De scheids zat ook niet altijd mee, maar ik ben wel gewoon een speler die elk duel wil winnen.” Met 1,66 meter is hij niet de grootste, zegt hij erbij, dus hij moet het hebben van agressie, van felheid, van duels op het randje.

Niet alle kaarten zijn voor te laat inkomen of een harde tackle. Een paar zijn ook voor praten. “Ik ben best emotioneel, best gevoelig ook. Als ik het ergens niet mee eens ben, kan ik daar wel op reageren.” Matig van zichzelf? “Jawel,” zegt hij meteen. “Zeker wel. De trainer zegt het ook. Maar ik ben daar wel mee bezig, hoor.”

Het is een kleine ingang tot een groter verhaal. Want dat gevoel, dat reageren vanuit boosheid of teleurstelling, heeft hem eerder in zijn loopbaan ook in de weg gezeten.

Manchester op je negende

Abid was pas negen toen hij naar Manchester ging. Daar woonde hij tot zijn dertiende. Voor veel jongens is dat de droom: op jonge leeftijd naar een club als Manchester City, trainen met uitzonderlijke talenten als Phil Foden en Cole Palmer, onderdeel zijn van een topsysteem. En natuurlijk, dat was het ergens ook. Maar Abid praat er opvallend nuchter over.

“Als andere mensen het zeggen, dan besef ik wel van: dat is eigenlijk wel bijzonder. Maar zelf ben ik daar best nuchter onder.” Hij gaat niet springen omdat hij bij City heeft gespeeld, zegt hij.

Hoe het leven in Manchester was? “Top, ik voelde me daar gewoon thuis.” Op school, in de omgeving, in het dagelijkse leven. Alleen bij City zelf had hij het moeilijker. “Ik was daar niet echt zeker van mezelf. Dat had ook met thuis te maken.”

Chaos thuis, geen rust in je hoofd

Over zijn jeugd praat Abid open. Zijn vader is Tunesisch, zijn moeder Colombiaans, en later kwam er ook een Nederlandse stiefmoeder in zijn leven die voor hem van grote betekenis werd. Maar zijn thuissituatie was onrustig. Er waren ruzies, spanningen en agressie. Op een gegeven moment verhuisde hij van Engeland naar Nederland, vanuit een situatie waarin de verhoudingen thuis volledig ontwricht raakten.

Veel details wil hij niet breed uitmeten, en dat hoeft ook niet om te begrijpen wat het met hem gedaan heeft. Wat vooral blijft hangen, is de rol van zijn stiefmoeder. Zij ving hem op, gaf hem stabiliteit en zorgde ervoor dat hij weer kon voetballen, eerst bij Vitesse. “Zij was er gewoon voor me. Ze bracht me naar voetbal, ze bleef positief, ook als ik slecht speelde. Als ik wilde opgeven, zei zij dat ik niet moest opgeven.”

Vitesse, Ajax en de fout van niet praten

Via Vitesse kwam Abid uiteindelijk bij Ajax terecht. Daar beleefde hij een aantal van zijn mooiste voetbalmomenten. Kampioen worden met Ajax Onder 19 bijvoorbeeld. Maar ook zijn debuut in het betaalde voetbal bij Jong Ajax. Dat zijn, zegt hij zelf, drie van de mooiste momenten uit zijn loopbaan, samen met zijn oproep voor het eerste elftal van Tunesië. “Als Tunesische jongen is dat geweldig natuurlijk.”

Toch is Ajax voor hem ook de plek waar hij achteraf inziet dat hij zichzelf soms tekortdeed. Hij noemt een situatie met trainer John Heitinga. Abid begon dat seizoen goed, zat lekker in zijn vel, speelde veel en had het gevoel dat hij een van de betere spelers was. Tot hij tegen FC Utrecht opeens op de bank zat. Voor hem kwam dat onverwacht. Hij werd woest.

“Toen ging ik gewoon niet meer met hem praten. De hele week niet. Ik vermeed hem gewoon.” Dat is precies het soort reactie waar hij nu anders op terugkijkt. Niet omdat hij toen geen reden had om boos te zijn, maar omdat hij het volledig liet vastlopen. “Nu zou ik gewoon naar de trainer toe gaan en vragen waarom. Gewoon praten. Toen deed ik dat niet. Toen zat ik helemaal in mijn eigen gevoel.”

Van Almere naar Tunesië

Na Ajax volgde Almere City, waar hij bij Jong Almere terechtkwam. Dat voelde voor hem niet als een stap omhoog. Eerder als een tussenstation waarin hij het nog steeds liet zien, tot corona alles stillegde en de club besloot schoon schip te maken. “Iedereen was gewoon weggestuurd uit ons team. Terwijl ik daar nog jaren had kunnen spelen.”

Daarna vertrok hij naar Tunesië. Op papier een interessant avontuur, in de praktijk viel het tegen. Salarissen kwamen te laat of niet volledig, afspraken werden niet nagekomen en het leven daar maakte hem vooral duidelijk hoe goed hij het in Nederland eigenlijk had. “Dan ga je Nederland wel waarderen. Ik miste niet eens alleen thuis, maar gewoon hoe goed alles hier geregeld is.”

Twee jaar geen voetbal

Na Tunesië kwam Abid terug naar Nederland, waar hij een tijd bij zijn oma terechtkon. Hij dacht niet aan voetbal. Echt niet. “Ik was er helemaal klaar mee,” zegt hij. Twee jaar lang werkte hij gewoon en liet hij het voetbal liggen.

Tot zijn neef bleef aandringen om een keer mee te trainen bij SV Die Haghe. Abid had er geen zin in. Toch ging hij mee. Hij moest bijna overgeven van de inspanning, zegt hij lachend, zo lang had hij niets gedaan. Na één jaar viel hij opnieuw op. Er kwam belangstelling van HBS, Westlandia en van clubs daarbuiten. Eerst koos hij voor HBS, vooral omdat het dicht bij huis was.

Bij HBS liep hij vast op de manier van spelen die de trainer van hem vroeg. Abid had het gevoel dat hij te strak werd gestuurd en te weinig vrijheid kreeg. “Ik heb een trainer nodig die zegt: Noah, doe je ding. Werk keihard, neem je taken serieus, maar speel vanuit je kwaliteiten.”

Bij HBS moest hij volgens hem vooral diep lopen en rennen. “Maar ik ben geen renner. Ik wil voetballen, in de bal komen en ruimtes zoeken.” Door die manier van spelen voelde hij zich beperkt, terwijl hij juist vanuit vrijheid het beste rendeert.

Westlandia als warme club

Toen Westlandia opnieuw belde, voelde dat anders. Niet alleen door de trainer, maar ook door de manier waarop hij werd benaderd. “Mauricio liet echt merken dat hij me graag wilde hebben.” Hij kwam binnen en voelde zich al snel thuis.

Nu, in zijn tweede seizoen, omschrijft hij Westlandia als “een super warme club”. Niet zomaar een mooie zin, maar echt iets wat hij ervaart. “Wat mooi is van Westlandia: het heeft geen groepjes. Iedereen is goed met elkaar. Of ik nou met de keeper op trainingskamp op een kamer lig of met iemand anders, maakt niet uit. Iedereen trekt goed op met elkaar.”

Dat familiegevoel betekent veel voor hem. “Ik voel me belangrijk in het team. Ik speel veel, ik heb het naar mijn zin. Dan is er ook niet echt een reden om weg te gaan.”

Toch is zijn toekomst nog niet honderd procent zeker. Niet omdat hij per se weg wil, maar omdat de trainer vertrekt. En Abid is eerlijk genoeg om toe te geven dat hij mede voor die trainer naar Westlandia kwam. “Ik moet met de nieuwe trainer een goed gesprek hebben. Kijken hoe hij voetbal ziet, hoe hij mij ziet, of er een klik is.”

Klik op RKVV Westlandia voor de laatste artikelen over de club.
Klik op RKKV Westlandia voor meer informatie over de club.