Na een leuk, maar wisselvallig seizoen, heeft Lucas Breedveld het gevoel dat er afgelopen jaar meer in had gezeten voor WFB. Want ondanks dat de vijfdeklasser via de nacompetitie zicht had op promotie, kwam die er uiteindelijk niet. “We konden onze vorm niet lang genoeg vasthouden.”
Daarmee vat de buitenspeler van de ploeg uit Ouddorp het seizoen eigenlijk in één zin samen, zo blijkt. “We hebben een hoop leuke wedstrijden gespeeld, maar op de momenten dat het écht moest, lukte het niet meer.” Een kwaaltje waar ze al wel langer last van hebben, vertelt de 22-jarige Breedveld. “Sommige mensen zeggen dat het typisch WFB is. Ik weet ook niet zo goed waar het door komt.” En hij niet alleen. “Het lijkt dan alsof we het voetballen een beetje kwijt zijn en ons laten leiden, in plaats van andersom.”
Vorm vasthouden
Breedveld blijft dan ook, ondanks een derde plaats en deelname aan de nacompetitie, een klein beetje met een dubbel gevoel achter. Na afgelopen seizoen. “Ik denk dat er meer in had gezeten. Zeker als we onze vorm, die we in veel wedstrijden hadden, langere tijd door hadden kunnen trekken. Al werd Vlotbrug meer dan terecht kampioen. Die waren echt gewoon beter.” Maar ondanks het gat van 23 punten, heeft Breedveld er alle vertrouwen in dat WFB dit jaar écht mee kan doen om de titel. “We gaan zeker voor promotie, en willen eigenlijk gewoon kampioen worden.” Toch klinkt dat makkelijker, dan het daadwerkelijk is, beseft ook de inwoner van Rotterdam zich. “Dat lukt alleen als we onze vorm wedstrijden achter elkaar vast kunnen houden. Dat is het belangrijkste. Koste wat kost willen winnen en laten zien dat we de beste spelers hebben.”
Want qua spelersgroep, zit het wel goed, vindt Breedveld. “We hebben heel veel kwaliteit. Die krachten moeten we zien te bundelen.” Met hem, als hardwerkende buitenspeler. “Aan de bal lukt het niet altijd, maar dat heeft ook met zelfvertrouwen te maken. Ik ben vooral iemand die veel loopt, ruimte creëert en niet stopt met jagen tot ik de bal heb.” En dat doet de linkspoot, het liefste vanaf de rechterkant. “Dan kan ik naar binnen komen.” Vaker om een eindpass te geven, dan zelf te schieten. “Ik geef liever een assist, dan dat ik een goal maak.”
Te lang door
Al heeft Breedveld dat in zijn voetballeven tot nu toe minder vaak kunnen doen, dan hij hoogstwaarschijnlijk zelf had gehoopt. “Op mijn negentiende ben ik een jaar lang gestopt, omdat ik continu last had van blessures.” Vooral zijn bilspieren en hamstrings, speelden hem in het verleden nogal eens parten. “Dat begon toen ik zestien of zeventien was. Uiteindelijk moest ik van de fysio stoppen.”
En ook afgelopen seizoen, kampte Breedveld met de nodige fysieke problemen. “Aan het begin kreeg ik last van mijn knieën, omdat de pezen onder mijn knieën zijn afgezwakt. Het duurt lang voordat die aansterken.” Sinds maart inmiddels weer helemaal fit, probeert hij die lastige periode achter zich te laten. “Het was heel frustrerend. Niks hielp en het schoot niet op, dus dacht ik op een gegeven moment: ik kap ermee.” Maar niet voor lang dus. “Het blijft toch altijd kriebelen. Ik wil gewoon voetballen, omdat ik het leuk en gezellig vind.”
Met oefeningen en voldoende rust, ging het uiteindelijk over, vertelt hij. “Het volledig stoppen heeft geholpen, hoe lastig dat ook was. Zeker als je minuten bij één kan maken, kan je het niet laten. Maar stiekem ga je dan te lang door.” Want zonder WFB, kan Breedveld eigenlijk niet. “Ik voetbal hier al vanaf dat ik kan lopen, toen ik een jaar of vier was. Die gasten en het team, maken het leuk. Het is gewoon megagezellig.”
De student Facilitymanagement ziet zichzelf dan ook niet zo snel het shirt van een andere club dragen. “WFB is voor mij meer dan alleen voetbal. We hebben een jong team, dus ook op sociaal vlak, ligt onze groep heel erg op één lijn. Daardoor doen we ook veel dingen buiten de voetbal. Ik kijk er heel de week naar uit, om weer met die gasten te gaan voetballen.” Kortom. “Ik ben niet van plan om hier ooit weg te gaan.”

