Nees de Vos (48) staat een flink deel van zijn weekenden langs het veld bij Groot-Ammers. Niet omdat hij ooit droomde van het trainersvak, maar omdat het zo is gelopen. Zijn jongste zoon ging voetballen, er was een trainer nodig, en voor hij het wist stond hij zelf voor een groepje JO9’ers. “Best spannend,” zegt hij eerlijk. “Ik was zelf geen voetballer, dus je vraagt je wel af waar je aan begint.”
Dat bleek mee te vallen, Nees werd definitief onderdeel van het vaste decor langs de lijn. In die beginjaren stond hij samen met een andere vader op het veld, iemand die wél goed kon voetballen. “Dat werkte fijn. Hij had het voetbaltechnische, ik deed de rest.” Vijf jaar lang trainden ze hetzelfde team. Veel wisselingen waren er niet, de sfeer was goed en vooral: het was gezellig.
Inmiddels staat Nees er alleen voor. Hij is trainer van de JO17-2, een ploeg die hij nu voor het derde jaar onder zijn hoede heeft. Vijftien pubers, zoals hij zelf zegt. “Dan kom je soms echt ogen en oren tekort, maar laat het duidelijk zijn dat dit een leuke groep is.” Ook zijn eigen zoon speelt in het team. “Na elk jaar vraag ik hem: blijf ik je coach of niet? Ik vind dat hij dat moet bepalen. Het kan zijn dat hij zich er ongemakkelijk of raar bij voelt, maar dat is niet het geval. Zolang hij het prima vindt dat ik er sta, zie ik geen reden om als trainer weg te gaan.”
Trainersdiploma
Dat hij het trainersvak serieus neemt, betekent niet dat hij er grootse plannen mee heeft. Nees heeft zijn VC2-diploma gehaald, maar vooral omdat hij merkte dat het nodig was. “Toen die jongens naar het grote veld gingen, werd het gewoon wat ingewikkelder. Dan vind ik dat je beter moet weten wat je doet. Ik wilde het goed doen, maar ik hoef geen carrière als trainer.”
Wat hij leuk vindt, is het werken met jeugd. Zien dat dingen langzaam beter gaan. “Het gaat niet super snel en heel veel zit er al in. Maar soms zie je ineens dat iets klikt. Dat vind ik mooi. Dit team ervaar ik als een fijne mix: serieus genoeg om te willen winnen, maar lol hebben is ook belangrijk.”
Langs de lijn is Nees naar eigen zeggen goed te horen. Niet met algemene aanmoedigingen, maar met aanwijzingen. “Ik roep vooral inhoudelijk. Waar iemand moet staan, wat slimmer kan. Echt gefrustreerd raken gebeurt eigenlijk nooit. De keren dat ik boos ben geworden zijn op één hand te tellen en die grens is ook heel duidelijk bij mij. Als iemand uit mijn team bewust gaat uitlokken of op een vechtpartij aanstuurt, dan kan ik echt boos worden. Die jongens weten inmiddels dat ik dan hard ingrijp.”
De JO17-2 speelt derde klasse, een niveau dat volgens Nees precies goed past. “Toen we naar deze klasse toe promoveerden, had ik niet verwacht dat we dit zo zouden volhouden, maar het gaat prima. Hoger zou voor ons echt te lastig worden.”
Nees ziet dat zijn ploeg iets aantrekkelijks heeft. “Er zijn drie spelers van buitenaf bijgekomen, jongens die deze mix zoeken, zij horen dan van spelers hoe leuk het team is. Het is een vriendengroep, maar wel eentje die nog redelijk serieus wil voetballen. In de senioren zie je dat veel meer hè, vriendengroepen die voetballen maar het sociale aspect ook heel belangrijk vinden. Ik denk dat het goed is om die mix ook al in de jeugd aan te bieden. Dat zoeken best veel spelers.”
Voor Nees hoeft het allemaal niet groter te worden dan het is. Geen hogere klassen, geen lange-termijnplannen. “Als ze met plezier trainen, dingen leren en het teamgevoel goed blijft, dan ben ik tevreden.”
klik hier voor meer artikelen over Groot Ammers
klik hier voor meer informatie over Groot Ammers

