Sinds vorig seizoen zijn er weer kabouters actief bij NSV uit Nispen. Een mooie ontwikkeling, die de aanwas van de club ten goede kan gaan komen. „Het karakter is erg vrijblijvend. Plezier maken is het allerbelangrijkste, dat stond bij mijzelf ook altijd voorop’’, vertelt trainer Stef Suijkerbuijk (32).
Bas Antens, huidig trainer RSV 1 en woonachtig in Nispen, zocht vorig jaar een plek waar zijn zoontje kennis kon maken met voetbal. Die was er in het dorp niet. Op zijn initiatief werd er na jaren van afwezigheid bij NSV weer een team voor de jongste jeugd opgericht. Antens leidde de trainingen een half jaar, maar kwam er toen achter dat het toch lastig te combineren viel met zijn andere bezigheden. „Op dat moment heb ik het overgenomen’’, legt Suijkerbuijk uit.
Het oudste zoontje van Suijkerbuijk speelde namelijk bij de kabouters en hijzelf hielp geregeld mee bij de trainingen. Daarnaast had Suijkerbuijk al trainerservaring opgedaan bij de E’tjes en de dames van NSV. „Via school kwamen we erachter dat er een kabouterteam zou worden opgericht’’, vertelt hij. „Ik dacht: als ik toch kom kijken, kan ik net zo goed helpen.’’
Het trainen van de kabouters paste bij Suijkerbuijk wél goed in zijn dagelijks leven. Samen met zijn moeder en broertje runt hij de vierde generatie van de familiebakkerij. Zijn ritme is daardoor omgedraaid: hij slaapt tot een uur of twee ‘s nachts en werkt daarna tot een uur of twaalf. „Overdag en in de namiddag heb ik de tijd. Daarnaast spelen de kinderen nog geen wedstrijden op zaterdag. Dat komt voor mij goed uit, want dan moet ik werken.”
Voetballen zit er bij Suijkerbuijk al van jongs af aan in. Hij speelde sinds zijn vijfde bij NSV, tot hij afgelopen zomer stopte. „Ik was nooit echt een talent, moest het hebben van mijn werklust.” Bij de senioren speelde hij het langst in het tweede, maar ook een jaartje in het eerste en op het eind in het derde. Door zijn werk en drie kleine kinderen moest hij daar afgelopen zomer stoppen. „Mijn vrouw vond het niet leuk dat ik hele zondagen weg was”, lacht hij.
De kabouters van NSV begonnen vorig seizoen met zo’n vijftien kinderen, waarvan er zeven afhaakten, maar er ook weer tien nieuwe bij kwamen. Dit jaar staat er weer een hele nieuwe groep. Zo stroomden er velen door naar de nieuwe JO7, waaronder Suijkerbuijks zoontje. De nieuwe groep telt zo’n acht à tien kabouters, waaronder zijn dochtertje.
Serieus trainen werkt niet bij deze leeftijd, ontdekte Suijkerbuijk al snel. In plaats daarvan verzon hij, samen met zijn vrouw die in het speciaal onderwijs werkt en met behulp van voorbeelden van andere clubs, spelletjes waarin voetbal speels aan bod komt. „Neem bijvoorbeeld het dierenspel, waarbij ik een dier omroep en de kinderen dat moeten uitbeelden terwijl ze dribbelen. De olifant maakt grote stappen en de muis kleintjes. Of neem het piratenspel, waarbij ik pionnen wegzet als kastelen, en de kinderen daar als piraten op moeten schieten.”
Het karakter blijft vrijblijvend. „Als ze willen komen kijken of voetballen, mag dat. Het is een kennismaking met voetbal en teamsport, meer niet. Vinden ze het niet leuk, dan is dat niet erg want ze zitten nergens aan vast. Plezier staat voorop, dat moet overal de norm zijn.”

