Geen spelers halen met mooie financiële aanbiedingen, maar bouwen op jongens die binnen de eigen vereniging zijn opgeleid. Bij Kethel Spaland is die filosofie duidelijk zichtbaar. Van de 22 spelers in de huidige eerste selectie doorliepen er maar liefst negentien de jeugdopleiding van de Schiedamse club. Hoofdtrainer Paul van Loenen (56) ziet dat als een van de grote krachten van Kethel Spaland.
De selectie van Kethel Spaland bestaat uit het eerste en tweede elftal en de O23. Vooral die laatste ploeg vervult een belangrijke rol in de doorstroming. De O23 bestaat volledig uit spelers die binnen de club zijn opgeleid. Dit seizoen maakten verschillende spelers de stap naar het eerste en tweede elftal, waardoor er ruimte ontstond om maar liefst negen spelers vanuit de O19 door te schuiven naar de selectie. De meesten van hen zullen hun wedstrijden voorlopig in de O23 spelen, maar drie jeugdspelers zijn inmiddels toegevoegd aan het eerste elftal. Voor Van Loenen het bewijs dat de gekozen weg werkt. “In de huidige groep van 22 eerste elftalspelers zijn er negentien opgeleid bij Kethel Spaland.”
Voor de trainer is het inmiddels zijn derde seizoen bij de Schiedamse derdeklasser. Vorig jaar deed Kethel Spaland lange tijd mee om het kampioenschap, maar uiteindelijk bleek CWO over de langste adem te beschikken. Met een tweede plaats mocht de ploeg alsnog de nacompetitie in, waarin FC Oegstgeest een einde maakte aan de promotiedroom.
Van Loenen, geboren in Maasdijk en op jonge leeftijd verhuisd naar Maassluis, speelde zelf voor MSV’71, Westlandia en VFC. Bij Kethel Spaland voelt hij zich uitstekend thuis. “Het is een hechte en gezellige familieclub. Het feit dat zoveel spelers vanuit de jeugd ook bij de senioren blijven voetballen, laat zien dat de club mensen goed aan zich weet te binden. We hoeven niet zo nodig op de voorgrond en doen geen gekke dingen.”
Dat laatste blijkt ook uit het financiële beleid. Spelers van het eerste elftal worden niet betaald. Sterker nog: ook zij krijgen gewoon een contributiefactuur thuis. Dat maakt het soms lastig om goede spelers vast te houden. “Twee jaar geleden had ik een spits die er voor de winterstop vijftien inschoot. Ik vroeg hem toen al of hij was benaderd voor het volgende seizoen. Dat was nog niet zo, maar twee weken later wel. Toen kon hij bij een andere club wat centen gaan verdienen.”
Toch kiest het merendeel ervoor om bij Kethel Spaland te blijven. De groei van de vereniging helpt daarbij. Sinds de verhuizing in 2017 naar het nieuwe complex op het dak van de Ketheltunnel is de club flink gegroeid. “Met kwantiteit krijg je ook kwaliteit”, stelt Van Loenen. “Dat zie je vooral bij de jongste jeugd, die bijna allemaal op divisieniveau spelen.” De bovenbouw blijft volgens de trainer nog iets achter, al vormt de O23 daarop een duidelijke uitzondering. Die ploeg speelt in een sterke competitie met onder meer VOC, Poortugaal, Spijkenisse en Spartaan’20. “Dat is absoluut goed voor de weerstand van die spelers.”
De verwachtingen rond het eerste elftal zijn daardoor hoog. Toch vindt Van Loenen het lastig om vooraf voorspellingen te doen. De KNVB heeft de derde klasse opnieuw ingedeeld en Kethel Spaland treft een mix van clubs uit Den Haag, het Westland en de Waterwegregio. Met Excelsior’20, HBSS en VDL staan er bovendien enkele mooie derby’s op het programma. Ook BMT, GDA, ODB, KMD, Lyra, Maasdijk en Naaldwijk behoren tot de tegenstanders. Vooral de wedstrijden tegen de Westlandse clubs spreken Van Loenen aan vanwege zijn eigen achtergrond. Eén ding verandert echter niet: Kethel Spaland blijft vooral naar zichzelf kijken. En daarbij begint de toekomst gewoon in de eigen jeugdopleiding.

