‘Die positiviteit hadden we wel even nodig’

0
33
DBGC

Na twee degradaties op rij, kunnen ze bij DBGC eindelijk weer terugkijken op een leuk jaar. Niet alleen promoveerde de ploeg via de nacompetitie naar de derde klasse, ook spatte het plezier er weer vanaf. Ook bij aanvaller Thijs Tromp. “Die positiviteit hadden we wel even nodig.”

Zeker na de afgelopen jaren. “Drie seizoenen geleden speelden we nog in de tweede klasse. Daarna zijn er jongens gestopt en kregen we last van blessures.” Met twee degradaties op rij tot gevolg. “Daarom hoopten we dit jaar gewoon op een leuk en gezellig jaar. Met het plezier voorop. Het blijft uiteindelijk toch je hobby.” Al klinkt dat vrijblijvender, dan het daadwerkelijk is, beseft ook Tromp (31). “Tuurlijk hoop je ergens op promotie, maar dat was niet het belangrijkste. Als plezier gepaard zou gaan met wat overwinningen, waren we in principe tevreden.”

Veel onrust

Het werden uiteindelijk dertien overwinningen, en dus promotie naar de derde klasse. “Wat dat betreft hebben we het goed gedaan.” Zowel op, als buiten het veld, vindt Tromp. “Het plezier was twee jaar geleden niet terug te zien, terwijl het nu gewoon weer gezellig was met elkaar.” Mede dankzij een doelpunt van de aanvaller uit Oude-Tonge, in de eerste ronde van de nacompetitie tegen Victoria’03 (1-2). “Die overwinning was een beetje gestolen. Ik vond hen veel beter, dus ik was blij dat ik scoorde uit de rebound van een vrije trap. Die hadden we nodig.” Een welkome opsteker, na een aantal moeilijke jaren, neemt Tromp ons terug. “De eerste degradatie uit de tweede klasse, werden we zesde van onder. Toen degradeerden we eigenlijk als middenmoter.”

Het seizoen daarna, verliep nog een stuk moeizamer, herinnert hij. “Dat was een dramatisch jaar. Toen hadden we in totaal vier trainers, en last van een hoop blessures.” Ook Tromp zelf, stond een tijdje langs de kant. “Ik had last van mijn kniepees, een soort jumpers knee. Daardoor heb ik na de eerste vijf wedstrijden, niet meer kunnen spelen.” Hoe dat was? “Het is heel pijnlijk om vanaf de zijkant toe te moeten kijken, en niks te kunnen doen.” De afgelopen jaren leverden veel onrust op in de groep, vertelt hij. “Ik vind echt dat we onder ons niveau hebben gespeeld. We hadden er allemaal veel meer van verwacht, maar als je niet fit bent, niet bereid bent om te werken én het is niet gezellig, dan ga je er gewoon af.”

Goede basis

Tot afgelopen seizoen, Ben Hoogwerf werd aangesteld als trainer. “Daardoor is er een hoop veranderd. Ben is heel duidelijk in wat hij van ons verwacht. En hij zat door zijn eigen situatie, ook vol met revanchegevoelens. Net als ons. Dat matchte met elkaar.” Want, zo vertelt hij. “Je komt allebei ergens vandaan, dan is min en min, plus.” Een combinatie, die vanaf het begin goed werkte. “Ben is heel gedreven, bijna tot het overdreven aan toe. Maar dat hebben we nodig. Hij heeft ons echt weer aangezet. Daardoor zijn we nu ook weer echt fit.”

Of dat ook genoeg is voor een stap hogerop, weet Tromp nog niet. “We zitten in een andere derde klasse dan normaal, dus ik weet niet zo goed wat we kunnen verwachten. We hebben wel een goede basis neergezet, en er een paar jongens bij, dus wat dat betreft heb ik er vertrouwen in!” Al vindt hij het lastig om een doelstelling te noemen. “Omdat we de tegenstanders niet zo goed kennen. Maar als we allemaal fit blijven, kunnen we zeker een rol van betekenis spelen en bij de bovenste ploegen eindigen. Ik wil in ieder geval geen troosteloos seizoen. Het is leuk als je echt ergens voor kan spelen.”

De inwoner van Den Bommel weet dan ook als geen ander hoe dat voelt. “Ik ben hier op mijn zesde begonnen en heb nooit ergens anders gespeeld.” Vertrekken bij DBGC, was voor Tromp dan ook eigenlijk nooit een optie. “Die kans heb ik wel eens gehad, maar dan dacht ik altijd bij mezelf: ik heb het hier naar mijn zin, waarom zou ik weggaan?” Kortom. “Ik heb geen reden om weg te gaan. Je hebt hier de gezelligheid van een dorpsclub en al mijn vrienden voetballen in het eerste.”

Het shirt dragen van DBGC, is voor de routinier dan ook het mooiste wat er is. “Je gaat voetballen bij de club waar je woont, zo hoort het. Heel mijn vriendengroep, voetbalt hier ook.” In zijn geval vroeger aan de zijkant, tegenwoordig meer in de as. Als spits of middenvelder. “Ik ben niet meer de snelste, maar nog wel altijd technisch vaardig. Een echte voetballer en iemand die graag de bal wil hebben!”