Penningmeester, trainer van de onder-12, actief speler 35+ en lid van de damescommissie. Jan Zwakhals (44) is bij Peursum overal een beetje. “Ik doe genoeg, en soms ook wel eens te veel. Maar dat is ook een keuze die ik maak.”
Zwakhals kwam op zijn zesde bij de club. Hij werd opgegeven door zijn oom die zelf ook bij Peursum voetbalde. Via de jeugdteams maakte hij de overstap naar de senioren, waar hij in het tweede terechtkwam. Zijn knie hield hem daarna geregeld tegen. Zo onderging hij vier operaties in totaal. Waaronder een meniscusoperatie en in 2012 een afgescheurde kruisband. Dat jaar werd hij, terwijl hij herstelde, leider van het tweede, om daarna weer zelf te gaan voetballen. Bij het eerste kwam hij nooit verder dan invaller. “Het was leuk geweest als ik het eerste had gehaald, maar het heeft nooit gevoeld als een must.” Wat hij wel mist, is de vriendengroep waarmee hij ooit in de A1 speelde. Het team viel na de overstap naar de senioren uiteen. Een avondcompetitie voor de Onder 23 bracht die groep destijds nog geregeld samen, tot ook die op een gegeven moment stopte.
Tegenwoordig voetbalt Zwakhals bij de 35+, tussen louter oud-eerste-elftalspelers. “Het is op een leuke manier nog fanatiek. Alleen worden we steeds ouder, dus de dag na een training of wedstrijd kan ik amper de trap op of af lopen.” Dit seizoen wordt daarom zijn laatste als speler.
Zijn zoon (10) maakt volgend jaar de overstap naar het grote veld. Zwakhals stopt dan wel als trainer maar blijft dan wel betrokken als leider of grensrechter. Niet dat het samengaan van vader en trainer altijd makkelijk was. “Mijn zoon ziet dan soms alleen maar de trainer die pappa is. Ik ben juist extra kritisch op hem, in plaats van dat ik hem voortrek. Dat is beter denk ik, maar het is het niet altijd leuk voor hem.”
Vrijwilliger sinds zijn achttiende
Al sinds zijn achttiende doet Zwakhals vrijwilligerswerk voor de club: scheidsrechter, jeugdcommissie, toernooibegeleiding, uitjes en diverse rollen als leider, grensrechter of trainer. Daarna werd hij penningmeester. “Ik ben op mijn werk toch al altijd met financiĆ«n bezig. Dan help ik de club daar ook maar mee.”
Toen Zwakhals merkte dat de vrouwenteams binnen de club een beetje ondergesneeuwd raakten, stapte hij ook in de damescommissie naar voren. Er is goed onderling contact. Als er iets besproken moet worden dan zoeken we elkaar gewoon op.
De liefde voor anderen
Wat hem al die jaren drijft? “De liefde voor anderen, vanuit mijn geloof. Gewoon iets doen voor en met elkaar.” Tegelijk maakt hij zich zorgen over een bredere trend. “Vrijwilligerswerk loopt in heel Nederland terug, omdat mensen tegenwoordig zoveel keuzes hebben. Mensen zeggen sneller nee. Een vacature op de site plaatsen is niet meer genoeg.” Zelf kan hij dat nee zeggen maar moeilijk, wat thuis af en toe gedoe oplevert. Maar spijt heeft hij niet. “De club zit gewoon in je DNA. Je hebt er je vrienden leren kennen en mooie herinneringen aan overgehouden. Het is verbroedering en verbinding. Ik hoop gewoon dat het, ook als ik er ooit niet meer ben, goed blijft gaan met de club.”

