DE BRUIJN ROLT BIJ TOEVAL IN HET JEUGDVOORZITTERSCHAP VAN STREEFKERK

0
9
De Bruijn

Stephan de Bruijn (42) is de nieuwe jeugdvoorzitter van Streefkerk. Een rol waar hij, zoals wel meer bij deze club, min of meer per toeval in terechtkwam. “Ik vind het niet een heel spannend verhaal.”

De Bruijn was al jaren jeugdleider van het team van zijn zoon (12), sinds die op zijn zesde begon te voetballen. Vorig seizoen werd hij ook wedstrijdsecretaris, nadat die functie bijna driekwart jaar had opengestaan. “Ik vind die functie gewoon belangrijk voor het verenigingsleven hier.” Hij ging praten met het bestuur en de voorzitter. Zo rolde hij erin. Toen er vervolgens geen jeugdvoorzitter meer was, en hij als wedstrijdsecretaris al in het bestuur zat, pakte hij ook dat maar op. “Vrijwilligerswerk is gewoon heel belangrijk.”

Bij de club zelf hoort De Bruijn eigenlijk al zijn hele leven, al mocht hij vanwege de geloofsovertuiging van zijn ouders pas op zijn twaalfde lid worden. De vader van een vriend, die destijds jeugdtrainingen gaf, meldde hem toen alsnog aan. Zelf voetbalde De Bruijn tot zijn 24e, 25e. Toen maakte een hernia er een einde aan. Die werd verergerd doordat hij er destijds ook nog als tegelzetter bijwerkte. “Al mijn vrienden gingen gewoon door. Dan kom je nog wel kijken, maar dat is toch anders. De lol is er dan een beetje af.” In 2019 volgde een tweede hernia, waarna hij ook van baan wisselde. Voetballen zit er definitief niet meer in. “Dat kan gewoon nooit meer. Ik heb het geprobeerd, maar dan doet het weer pijn.” Tennissen gaat gelukkig nog goed.

Een nieuw plan voor de jeugd

De Bruijn werkt aan een voetbaltechnisch plan voor de jeugd. De kern van het idee is dat spelers van het eerste elftal de selectiespelers vanaf de Onder 14 gaan trainen. Iets dergelijks deed De Bruijn eerder al informeel bij de jongere jeugd, tot en met de JO13, waar spelers uit het eerste geregeld een training overnamen. Inmiddels is dat dus doorgegroeid naar de oudere jeugd. “Voor die kinderen is dat hartstikke leuk. Ze kijken tegen die jongens op, en zien ze op zaterdag ook gewoon langs de lijn staan. Dat werkt als een trein.” Voor de jongste jeugd, veelal nog getraind door ouders, moet zo’n plan nog verder worden uitgewerkt.

Meer dan alleen brengen en halen

Eén ding wil De Bruijn toch kwijt, ondanks dat hij het geen negatief punt wil noemen. Vrijwilligers, vooral onder ouders, worden schaarser. Leiders en vlaggers voor het weekend zijn niet altijd te vinden. “Het wordt echt steeds beroerder. Al doe je een uurtje in de week wat… Als iedereen dat zou doen dan is dit al meer dan genoeg.” Een verplicht puntensysteem, zoals bij grotere verenigingen gebruikelijk, wil de club altijd vermijden. Nog wel, althans. “Op deze manier zal dat ook niet heel lang meer duren, denk ik.” De Bruijn moet zelf denken aan de tijd dat hij jeugdleider was van zijn oudste zoon. “Toen bleven er auto’s op de parkeerplaats staan, omdat er zoveel ouders meereden. Nu hoor je van andere teams dat ze echt rijschema’s moeten maken.” Hij hoopt dat het weer de andere kant op kan. De Bruijn hoopt dat ouders zich weer vaker betrokken voelen bij de club. ,,Een vereniging is meer dan alleen een plek om je kind te brengen en weer op te halen.”