Rody van Hemert is de nieuwe trainer van SteDoCo, een club die een roerig seizoen achter de rug heeft: veel gedoe, meerdere trainerswissels, en uiteindelijk degradatie. Van Hemert kiest er bewust voor om vooruit te kijken. En dat lijkt tot dusver goed uit te pakken.
Met wat er vorig seizoen misging, heeft Van Hemert weinig te maken. Met een nieuwe technische commissie en een compleet nieuwe staf is dat wat hem betreft verleden tijd. “Daar heb ik zelf niet zoveel van meegekregen, en ik heb er ook niks mee te maken.” Het enige dat nog voelbaar is, is wat scepsis en hunkering naar succes. Iets wat hij eerder meemaakte bij zijn vorige club Nieuwenhoorn, die ook net gedegradeerd was toen hij daar begon. Daar haalde hij twee keer de play-off-finale voor promotie, en verloor beide keren.
Van speler naar trainer
Van Hemert stopte op zijn 29e met voetballen om trainer te worden. Hij speelde toen bij Smitshoek, en merkte tijdens een busreis naar een uitwedstrijd tegen Kloetinge dat zijn aandacht veel meer uitging naar zijn jeugdteam dan naar zijn eigen wedstrijd. Na de wedstrijd, die ze wonnen, appte hij zijn vrouw dat hij ermee stopte om zijn passie voor het trainersvak achterna te gaan.
Wat hem aansprak in SteDoCo was vooral de ambitie. De club staat in de regio bekend als een club die omhoog wil. De laatste jaren stond het geregeld op de drempel van promotie naar de tweede divisie. “Je hebt hier alle faciliteiten die je nodig hebt, en geweldig toegewijde mensen. Het dorpse karakter is gebleven, maar er zijn dingen mogelijk die bij andere amateurclubs gewoon niet kunnen.” Zo kreeg hij zonder veel gedoe goedkeuring voor een klein trainingsweekend om het groepsproces te versnellen. Vergeleken met zijn vorige club, waar hij vaak alles zelf moest regelen, merkt hij hier vooral gedeelde ambitie. “Bij deze boot roeien mensen mee.”
Zijn allereerste training bij SteDoCo duurde ruim twee uur, aanzienlijk langer dan gebruikelijk. Bewuste keuze, legt Van Hemert uit. Spelers kopen vaak in mei al nieuwe voetbalschoenen, laten die een maand ongebruikt liggen, en trekken ze pas aan bij de eerste training. Blaren en hamstringblessures in de eerste week zijn dan al snel het gevolg. Zijn oplossing: een lange, rustig opgebouwde training met pauzes. “We begonnen met twintig minuten relaxte warming-up, en tussen oefeningen door telkens een paar minuten om wat te drinken of een balletje hoog te houden.” Het resultaat: de groep had zelf niet eens het gevoel dat ze zo lang op het veld hadden gestaan. Over de toewijding van zijn nieuwe selectie is hij nu al lovend. “Jongens die om kwart over zeven al in de gym staan, en na elke training een ijsbad in duiken. Dat kan ik alleen maar prijzen.”
De mens achter de speler
Als trainer is Van Hemert vooral kritisch op de omgang met een selectie. Zelf was hij als speler geen makkelijke klant, en dat heeft hem gevormd. “Als ik een speler een verbeterpunt meegeef, vind ik ook dat ik daar zelf verantwoordelijkheid in draag, om hem daarin te helpen.” Eerlijkheid staat bij hem voorop, ook als dat schuurt. “Soms kun je beter een keer een klootzak zijn en eerlijk, dan dat je iedereen alleen maar te vriend wil houden. Uiteindelijk wordt daar niemand beter van.”

