Sjaan Sleeuwenhoek en Leerdam Sport zijn onmisbaar voor elkaar

0
20

Bij voetbalverenigingen lopen ze niet altijd vooraan in beeld, maar zonder mensen als Sjaan Sleeuwenhoek zou er op zaterdag veel minder vanzelfsprekend gaan. Wedstrijden moeten worden geregeld, scheidsrechters moeten worden ingedeeld, jeugd

trainers moeten weten waar ze terechtkunnen en moeten antwoorden krijgen als er vragen zijn. Bij Leerdam Sport is Sleeuwenhoek al jarenlang zo’n stille kracht. Niet op het veld, maar eromheen. Juist daar is hij van grote waarde.

“Ik was acht toen ik lid werd en ik ben eigenlijk altijd gebleven.” Eerst als speler, tot zijn zestiende. Daarna als jeugdtrainer, toen dat niet meer ging. En uiteindelijk in rollen die minder zichtbaar zijn, maar minstens zo bepalend. “Ik doe nu wedstrijdsecretariaat voor de jeugd, regel scheidsrechters en ondersteun waar nodig.”

Zijn verhaal wordt niet alleen bepaald door voetbal. Integendeel. Het leven buiten de lijnen heeft hem meerdere keren gedwongen om opnieuw te kiezen. “Ik zat in een scheiding,” zegt hij zonder omwegen. “We hebben twee kinderen, dus dat was hier thuis gewoon heel heftig.” Het was ook de reden dat hij moest stoppen als hoofd jeugdopleiding, een rol waarin hij juist veel had opgebouwd. “Ik kon dat niet meer combineren.” En dus moest hij iets loslaten waar hij jarenlang energie in had gestoken. Maar helemaal stoppen? Dat zat er niet in. “Ik wilde wel wat blijven doen. Wat ik nog kan doen,” zegt hij. En dat ‘nog kan’ is geen detail, want zijn lichaam werkt al jaren niet meer vanzelfsprekend mee.

Sjaan heeft een progressieve spierziekte, FSHD, wat in de praktijk betekent dat zijn spierenkracht langzaam achteruit gaat. “Het gaat geleidelijk. Eerst kon ik alles nog, toen werd het minder, fietsen ging niet meer, lopen werd moeilijk… Het moeilijkste is accepteren dat dingen niet meer kunnen. Dat je bijvoorbeeld niet meer kan rennen, niet met je kinderen kan voetballen… dat is lastig.” Hij stopte al op zijn zestiende als speler, op een leeftijd waarop het voor anderen juist begint te leven. Maar in plaats van stil te vallen, schoof hij door. “Ik ben toen jeugdtrainer geworden. Dus je vervangt het een beetje.”

Toen Sjaan hoofd jeugdopleiding werd, trof hij een afdeling aan zonder duidelijke structuur. “Er was bijna geen beleid. We hebben echt dingen moeten opzetten. Wie doet wat, waar kunnen trainers terecht, hoe ga je om met ouders.” Evaluatiegesprekken voor trainers, duidelijke aanspreekpunten, meer structuur in hoe de jeugd werd georganiseerd. “Trainers worden nu gehoord, dat was er eerst niet.” Dat wordt nu opgepakt door de jeugdcommissie en technische commissie jeugd en daar ben ik erg blij mee!.

Nu beweegt hij zich anders over de club. In een elektrische rolstoel, vaak op een scootmobiel op zaterdag. “Dat is gewoon hoe het nu is,” zegt hij zonder enige vorm van zelfmedelijden. Gewoon de realiteit. “Ik kom een paar keer per week en op zaterdag ben ik er gewoon. Dan moeten de wedstrijden doorgaan.” Hij regelt, schuift en lost op. En ondertussen is hij ook gewoon vader. “Mijn jongste keept in de JO11 en mijn oudste speelt in de JO14 op het middenveld. Daar ben ik super trots op.”

Als je hem vraagt waar hij het voor doet, komt er geen groot verhaal. “Gewoon onder de mensen zijn. Mensen die je al jaren kent. En iets doen voor de club.” En over de jeugd zegt hij: “Die ontwikkeling zien, dat vind ik het mooiste. Dat ze klein beginnen en dan steeds beter worden.”

Klik op Leerdam Sport’55 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Leerdam Sport’55 voor meer informatie over de club.