Aart Valkhof: “Ik kan niet zonder ’s-Gravenzande”

0
52

Wie op een doordeweekse avond of vroege zaterdagochtend rondloopt bij FC ‘s-Gravenzande, komt hem vrijwel zeker tegen. Een man met twee enorme bossen sleutels in zijn hand, stevige pas, altijd alert. Aart Valkhof is 74 jaar en al meer dan drie decennia materiaalman. Vrijwilliger. Steward. Toezichthouder. Clubman in hart en nieren.

“Vanaf mijn elfde voetbalde ik al,” begint hij. Dat was bij Monster, in een tijd waarin voetbalschoenen nog stalen neuzen hadden en houten noppen. “We speelden met leren ballen met zo’n veter erin. Als je die op je hoofd kreeg, voelde je dat wel.”

Hij voetbalde jarenlang, ook bij andere clubs, maar zijn lichaam begon tegen te werken. Knie, enkel. “Ik kreeg mankementjes. Toen werd ik benaderd om materiaalman te worden.” Wat bedoeld was als iets om het voetbal betrokken te blijven, groeide uit tot een levensinvulling. Inmiddels is hij 34 jaar materiaalman, waarvan 26 jaar bij FC ’s-Gravenzande.

Twee bossen sleutels

Aart is geen man van halve dagen. Maandag tot en met donderdag is hij op de club. En zaterdag ook. Hij controleert 34 kleedkamers op vandalisme, kijkt vlaggenmasten na, loopt rondes over het terrein en houdt toezicht op maar liefst elf velden. “Iedereen die hier voor het eerst komt, kijkt zijn ogen uit. Wat een grote accommodatie.”

In zijn zakken en handen: twee enorme bossen sleutels. Ongeveer tachtig verschillende. “Ik heb zelf een systeem bedacht,” zegt hij trots. “Alles op volgorde. Geen labeltjes nodig. Ik ken ze allemaal uit mijn hoofd.”

Samen met collega-vrijwilligers Klaas Spaargaren en Martin van de Wel vormt hij een vast trio. Ze zorgen dat de doelnetten op de elf velden op het Juliana sportpark in orde zijn en de hoekvlaggen iedere wedstrijddag of avond klaarstaan op het veld.

FC ’s-Gravenzande telt zo’n 1700 leden. Een organisatie van formaat. Aart is trots op hoe alles geregeld is. “We hebben een prachtig bestuur. Een verenigingsmanager die alles strak organiseert. Er wordt hier ongelofelijk veel energie in gestoken.”

Hij noemt het een mooie vereniging, organisatorisch sterk en sociaal betrokken. “De binding met de mensen is goed. Er gebeuren veel activiteiten.” Voor hem voelt het terrein als thuis. “Ik kan niet zonder ’s-Gravenzande. Ik kan niet achter de geraniums zitten. Dan ga ik dood.”

Rothoofd

Het vrijwilligerswerk is niet alleen rozengeur en maneschijn. Aart ziet ook de andere kant. Brandplekken in het kunstgras. Doelnetten die kapotgesneden worden. Jongens op fatbikes die over het terrein racen. “En dan die grote monden.”

Hij is drie keer bedreigd. “Dan staat er een jongen van vijftien of zestien tegenover je en zegt: zal ik je rothoofd inslaan.” Soms staan ze hem op te wachten. Hij parkeert zijn auto inmiddels op een andere plek, uit veiligheid. “De politie doet er weinig aan. Als je belt, zeggen ze dat er geen mensen beschikbaar zijn.”

Toch laat hij zich niet wegjagen. “Ik blijf dit doen. Tot mijn dood.” Hij zegt het zonder drama, maar met overtuiging. “Ik zou het mooiste vinden als ze mijn begrafenis vanaf de middenstip regelen.”

Discipline en respect

Aart houdt van discipline. Van respect. Hij kan slecht tegen grote monden. “Dat hoort niet.” Misschien komt dat ook door zijn eigen verleden. “Ik was vroeger ook geen lieverdje,” bekent hij eerlijk.

Hij herinnert zich hoe hij als jongen met vrienden rondhing bij een Shell-station in aanbouw. “Tikkertje aan het doen. Totdat we moesten rennen voor de politie en een bouvier in mijn been beet. En als mijn vader hoorde dat ik iets vernield had, dan zag ik geen vier hoeken maar zes. Het respect onder de huidige jeugd is veel lager.”

Klik op FC ‘s-Gravenzande voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC ‘s-Gravenzande voor meer informatie over de club.