Traets gaat clubs helpen: ‘Anders krijg je last van blessures’

0
21

Na 35 jaar actief te zijn geweest als sporttherapeut bij meerdere voetbalverenigingen, begint Ron Traets komend seizoen voor zichzelf. Geen vaste verzorger meer bij een club, maar door iedere vereniging in te huren. Als Traets Performance. “Het is mooi om spelers beter terug te krijgen.”

Een heel klein beetje met die insteek, maar vooral uit interesse, besloot Traets (58) in 1991 dan ook om de cursus tot sportmasseur te gaan doen. “Dat vond ik zo leuk, dat ik meer wilde weten.” De inwoner van Steenbergen volgde vervolgens een HBO-studie tot sporttherapeut en zat ook in de jaren daarna, allesbehalve stil. “In totaal heb ik nu 28 cursussen afgerond.” En dus bij meerdere voetbalclubs gewerkt, onder meer als verzorger. “Ik ben begonnen bij De Schutters, daarna zat ik bij VES’35, SC Gastel, Jong Oranje (zaal), RBC, Cluzona en de laatste tien jaar, bij Moerse Boys.”

Intensiteit

Daar komt, onder de noemer van Traets Performance, na dit seizoen dus een einde aan. “De afgelopen vier jaar, ben ik mezelf al meer gaan richten op performance trainingen. Dat wil ik nu gaan doen bij allemaal verschillende clubs.” In combinatie met conditietrainingen, hersteltrainingen én blessurebehandelingen. “Ik heb allerlei apparatuur gekocht. Bijvoorbeeld lasers, om sprinttrajecten uit te zetten en start- en eindsnelheid te kunnen testen.” Ook trackers, zitten in zijn assortiment. “Die kun je bij een speler om zijn kuit doen, zodat je alles kan meten. Van sprints, tot aan aantal kilometers én schoten.” Maar vooral, de intensiteit, legt Traets uit. “Zodat je de intensiteit van trainingen, op wedstrijdniveau kunt brengen. Als daar een te groot verschil tussen zit, krijg je natuurlijk last van blessures.” Wat kunnen clubs verder van hem verwachten? “Voetbalclubs kunnen mijn kennis inkopen en ik kom training geven. Op het gebied van performance, conditie, blessures en revalidatie.” Meerdere clubs, waaronder Moerse Boys, Sprundel en Gilze, hebben al contact met hem gezocht. “In overleg kijken we dan welk pakket het beste past. Vaak zijn dat een zestal trainingen, tijdens de voorbereiding, winterstop en in de eindfase. Maar ook trackers voor tijdens de training en de wedstrijd. Om te kijken naar de intensiteit. Plus natuurlijk een stukje blessurebehandeling.” En preventie. Want daar, is volgens Traets misschien wel de grootste winst te behalen. “Ik heb in die 35 jaar een hoop kennis opgedaan, onder meer door cursussen te volgen bij Errol Esajas, voormalig sprinter en tegenwoordig performance coach. Die zei altijd: als je met lege banden onder je auto gaat rijden, slijten ze harder. Dat is met voetballers in principe niet anders. Als je verkeerd loopt, slijten je gewrichten harder.”

Ongeluk

En dus gaat Traets vooral ook kijken, naar hoe spelers bewegen. Naast het bepalen van de anaerobe drempel. “Dat is het punt waarop je lichaam in de verzuring komt. Door dat punt te verleggen, kun je door speciale trainingsvormen helpen je lichaam efficiënter met lactaat om te gaan en je anaerobe capaciteit te verhogen. Lactaat gebruik je namelijk ook als brandstof. Dat gaan we tijdens mijn trainingen proberen te doen. Onder meer door de VIAD-test.” Precies daar, haalt Traets zijn voldoening uit. “Het is mooi om spelers beter terug te krijgen dan dat ze waren.” Iets wat in zijn eigen geval, na een ongeluk en de nodige operaties, niet meer lukte. “Ik ben op mijn negentiende aangereden door een auto. Toen heb ik het tot mijn 24ste nog geprobeerd, maar ieder jaar moest ik weer opnieuw geopereerd worden aan mijn been.” Ook schade aan zijn longen en borst, besloot de aanvaller er een punt achter te zetten. Bij De Schutters. “Ik heb nooit ergens anders gespeeld.” Heel vreemd was het dan ook niet, dat de spits of buitenspeler bij die club, begon als sportmasseur. “Op die manier ben ik er eigenlijk een beetje ingerold.” En nog altijd, met veel plezier. “Al heb ik er nu wel bewust voor gekozen, om straks de weekenden vrij te houden. Zodat ik die tijd, lekker aan mijn zes kleinkinderen kan besteden.” Maar eerst, nog kampioen worden met derdeklasser Moerse Boys. “Dat zou een heel mooie afsluiter zijn! Als we iedereen maar fit kunnen houden, dat is het belangrijkste.”