Wiegerink geniet als jeugdtrainer: ‘Doen wat ze leuk vinden’

0
66

Als trainer van de JO11 en de MO13 van Bavel, maakt Robbert Wiegerink vaak lange avonden. Maar ondanks dat het soms best wel druk is, vindt het voetbaldier uit Breda het vooral heel erg leuk. “Het is heel tof om met zo’n groep aan de slag te gaan.”

Drukke, maar leuke avonden dus. “We trainen op dezelfde dag, dus dan sta ik gewoon wat langer op het veld.” Twee keer als trainer van de jongens en één keer per week bij de meiden. “Eerst van 17:15 uur tot 18:30 uur de jongens en daarna de meiden. Bij de MO13 hebben we er met Richard (den Hoed) een trainer bij, dus die is daar nu wat meer verantwoordelijk.” Een extra paar handen en ogen, die ze goed konden gebruiken, vertelt Wiegerink (40). “Anderhalf jaar geleden zijn we bij Bavel begonnen met de MO11, toen hadden we net genoeg speelsters. Daarna zijn we gaan flyeren op scholen en kwamen er steeds meer meiden bij. Nu zitten we op twintig!”

Aandacht geven

Hoe is het voor hem om training te geven aan zowel een jongens- als meidenteam? “Meiden hebben vaak eerst tien minuten nodig om hun verhaal te doen en zijn onderling bezig, jongens pakken een bal en gaan voetballen.” Maar, zo heeft Wiegerink gemerkt. “Tijdens een training luisteren meiden beter, die zijn meer gefocust.” Even wennen, was het in het begin voor de jeugdtrainer wel, is hij eerlijk. “Je bent toch jongens gewend. Ik benader ze op precies dezelfde manier, daar zit geen verschil in. Alleen leg je de lat wat minder hoog, qua vormen en uitleg.” Aanpassen aan het niveau dus. “Sommige meiden zitten voor het eerste jaar op voetbal. Dus daar moet je toch rekening mee houden.” Gelukkig, heeft Wiegerink als jeugdtrainer inmiddels genoeg ervaring opgebouwd. “Ik ben zes jaar geleden begonnen. Met de kleintjes op woensdagmiddag. Vervolgens ben ik steeds een team omhooggegaan.” Onder meer als trainer van zijn dochter en twee zoontjes. “Dat vind ik hartstikke gaaf om te doen! Lastig is het eigenlijk niet, omdat ik merk aan mezelf dat ik iedereen de nodige aandacht geef. Dat hoor ik ook van ouders.” Zijn liefde voor het spelletje, zit er dan ook van jongs af aan al in, bij Wiegerink. “Ik heb zelf altijd bij Baronie, JEKA, VVR en PCP gespeeld. Uiteindelijk ben ik vanwege een kruisbandblessure gestopt.” Niet geopereerd, ging er aan hem een speler met veel inzicht verloren. “Van mijn snelheid moest ik het niet hebben.” Iets voordoen op de training, lukt hem gelukkig nog wel. “En soms doe ik zelfs nog mee bij de veteranen.”

Fouten maken

Bij Bavel dus. “Mijn dochter wilde gaan voetballen en Bavel staat toch wel bekend om het meidenvoetbal. Veel clubs in Breda zijn groot, terwijl ik het mooi vind dat hier ieder team evenveel aandacht krijgt.” Voor Wiegerink zelf, een belangrijke reden om training te gaan geven. “En ik ben een voetbaldier. Dus dat zit er toch in.” Wat maakt het trainer zijn voor hem nou zo leuk? “Het is vooral heel tof om met zo’n groep aan de slag te gaan. Ik heb door mijn werk in de hulpverlening een pedagogische achtergrond, dus ik vind het mooi om die kinderen te zien groeien buiten de voetbal.” En iets te zien doen waar ze blij van worden. “Dat is heel waardevol. Daar krijg je veel voor terug.” Wiegerink stopt er dan ook met alle liefde tijd en energie in. “Het is mooi om te zien dat kinderen zich veilig voelen en de vrijheid hebben om te doen wat ze leuk vinden. Om daar een aandeel in te hebben, geeft mij voldoening. Hopelijk leren ze er ook nog wat van.” Want daar, draait het uiteindelijk natuurlijk wel om. “Ik ben een toegankelijke trainer en hecht veel waarde aan het groepsproces. Mijn coaching is altijd positief.” In combinatie met duidelijkheid en structuur. “Fouten maken mag. Iedere speler moet zich vrij voelen om zijn of haar ding te doen.” Alleen dan, ontwikkel je optimaal, vindt Wiegerink. “Ik probeer zoveel mogelijk bij de spelers zelf neer te leggen. Veel vragen stellen om het leervermogen te vergroten. Zelf in zien dat ze het anders kunnen doen, leren ze meer van.” In het bezit van zijn VC1-diploma van de KNVB, volgde Wiegerink onlangs ook de cursus tot voetbalscout bij de voetbalbond. “Daar leer je toch weer dingen die je ook kunt gebruiken als trainer.” En als lid van de jeugdcommissie bij Bavel. “Dat doe ik inmiddels ook alweer zo’n vijf jaar.” Al staat hij nog altijd, het liefste op het veld. “Dat vind ik echt heerlijk! Als het kan, zou ik zo mijn salaris inleveren en vijf dagen per week training geven.” Ambities, heeft Wiegerink dan ook genoeg. “Ik zou het heel gaaf vinden om ooit werkzaam te zijn bij een BVO en jeugdspelers verder te helpen.” In welke rol dan ook. “De focus ligt vaak op winnen, waardoor trainers langs de lijn alles voorzeggen. Dat vind ik zonde. Kinderen zitten in hun ontwikkeling, dus moet je ze zelf keuzes en fouten laten maken. Ook dat mentale stukje, probeer ik aandacht te geven.”

Klik op vv Bavel voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Bavel voor meer informatie over de club.