Op zijn tiende liep hij voor het eerst rond op het complex bij Boeimeer. Inmiddels is Rayan van Aarst zestien jaar oud en geldt hij als één van de High Potentials van de club. De centrale verdediger van NAC Onder 17 weet wat hij wil: heel hard werken om bij NAC te slagen. “Speler worden van de eerste selectie van NAC, dat is mijn belangrijkste doel.”
Zijn liefde voor voetbal begon op vierjarige leeftijd. “Ik keek veel naar mijn broer en nam het spelletje van hem over.” Op zijn tiende, maakte hij de overstap naar NAC. “Sindsdien is het mijn tweede huis geworden.” Buiten het veld omschrijft hij zichzelf als ambitieus en sociaal. Iemand die zich makkelijk aanpast aan een groep. Die eigenschap helpt hem, zowel binnen als buiten het veld.
Internationale podium
Vorig seizoen tekende hij, samen met Pepijn Reulen, Thomas Goos, Jemuel Erat en Christian Chiza, zijn eerste profcontract bij NAC. Een beloning die vertrouwen geeft, maar ook verwachtingen met zich meebrengt. “Het laat zien dat de club in mij gelooft en mij ziet als een potentiële speler van NAC 1. Maar ik moet het zelf waarmaken.” Als centrale verdediger ligt zijn kracht in leiderschap en de typische NOAD-instelling: nooit opgeven, altijd doorzetten. “Ik ben fel in duels en ga de strijd altijd aan.” En als hij zelfkritisch is: “Wil ik mijn mentaliteit verbeteren. Nog meer gefocust blijven op mijn eigen taken en minder bezig zijn met randzaken.” Die leergierige houding, bracht hem naar het internationale jeugdpodium. Van Aarst werd opgeroepen voor de jeugdselecties van Oranje én Marokko (Onder 17). Voor Oranje O17 maakte hij door een afgelaste wedstrijd nog geen minuten, maar bij Marokko O17 wel. “Dat voelde als een beloning voor het harde werken.” Bij Marokko speelde hij samen met talenten van Europese topclubs als Chelsea, Real Madrid en AS Monaco. “Dan merk je dat het niveau hoog ligt. Internationaal worden fouten direct afgestraft. In de competitie kom je er soms nog mee weg, maar daar niet. Voor mij een heel mooie leerschool.” Qua speelstijl ziet hij duidelijke verschillen. “Bij Oranje is het wat meer voetballend en zoekt men vaker oplossingen over de grond. Marokko schakelt sneller van speelstijl als dat nodig is.” Een definitieve keuze tussen beide landen, heeft hij nog niet gemaakt, en dat hoeft ook nog niet.
Voetbal en school
Van Aarst traint al regelmatig mee met het eerste elftal in Zundert. Het verschil met de jeugdteams was meteen duidelijk. “Het tempo ligt hoger en het is meer fysiek. Echt fysiek voetbal.” Via het High Potentials-traject traint de jeugdinternational wekelijks extra met stafleden van het eerste elftal. “De tips van assistent-trainers neem ik mee in mijn wedstrijden. Dat maakt echt verschil.” Zijn dagen zijn strak gepland: in de ochtend trainen, daarna krachttraining en ‘s middags school. Meestal online, via het Johan Cruyff College Roosendaal. “Ik combineer voetbal en school al zo lang dat ik het gewend ben en niet anders weet”, zegt hij nuchter. Zijn ouders staan altijd langs de lijn en in zijn vrije tijd spreekt het talent, die Virgil van Dijk als voorbeeld heeft, graag af met vrienden. Van Aarst over zijn ontwikkeling en sterke punten: “Ik ga mijn verdedigende duels agressief aan, ben kopsterk, kan een crossbal geven en heb leiderschap.” Trots is hij voor nu vooral op zijn oproepen voor de jeugdteams van Nederland en Marokko. Momenten die bevestigen dat zijn harde werk loont, maar hij weet dat er nog veel werk aan de winkel is.

