‘Ik wil eerst graag iets bereiken met SAB’

0
101

Trainer worden bij de club, waar je zelf jarenlang hebt gevoetbald. Voor Tonie Snoeren was er eigenlijk niks mooiers dan dat. En dus staat de voormalig middenvelder van SAB, sinds vorig seizoen als eindverantwoordelijke voor de groep bij de vijfdeklasser uit Breda. “Ik vind het vooral heel bijzonder en leuk.”

En dan het liefste aan promotie naar de vierde klasse, legt Snoeren (41) de lat meteen maar lekker hoog. “Onze doelstelling is top vijf en dan promoveren via de nacompetitie.” Maar gemakkelijk, wordt dat niet. “We zijn te wisselvallig. Het gaat echt op en af. Tot nu toe is het lastig voor ons om een aantal keer achter elkaar te winnen.” En dat terwijl zijn ploeg voetballend, de nodige stappen heeft gezet, vindt hij. “We moeten het echt met elkaar doen. Als team. Elkaar de kansen gunnen en de juiste keuzes maken.”

Mooi compliment

Om uiteindelijk constanter te worden. “Tegen de mindere ploegen moeten we onze punten blijven pakken, zodat de we tegen de bovenste ploegen bonuspunten kunnen pakken.” Al draait het voor Snoeren als trainer, niet alleen maar om winnen, heeft hij gemerkt. “Ik vind het heel erg leuk om met die jongens te werken. Vooral omdat veel van onze spelers echt nog jonge gasten zijn.” Jongens, die snel stappen maken. “Als je ziet dat het spel beter wordt, haal je daar voldoening uit. Daar doe je het als trainer uiteindelijk voor. Nu alleen de resultaten nog.” Maar die komen, als het goed is vanzelf. “Onze opbouw én het durven inspelen, gaat nu echt veel beter. Dat hebben ze jarenlang niet geleerd. Terwijl tegenstanders soms nu zelfs geen druk durven te zetten tegen ons. Dat vind ik een mooi compliment.” En dat, tijdens zijn eerste klus als hoofdtrainer. “Ik wil eerst wat met SAB bereiken, voordat ik ergens anders ga kijken.” Want één ding staat voor Snoeren als een paal boven water: “Dit is mijn club.” Extra speciaal, is het voor de inwoner van Breda dan ook allemaal wel. “Ik vind het vooral bijzonder en leuk, dat ik mijn eigen club mag helpen. Ik ken alle mensen hier, dus weet ook heel goed waar je tegenaan kan lopen.” In het bezit van zijn VC2 en voornemens om zich in te schrijven voor de VC3-cursus van de KNVB, probeert Snoeren dan ook vooral zijn eigen ding te doen. “Je moet vooral duidelijk communiceren. Dat is toch wel het belangrijkste. Eerst gaf ik geen uitleg als iemand wissel stond, maar dat doe ik nu wel. Dat zorgt voor meer rust en acceptatie.”

Steeds rustiger

Rust die hij als trainer, steeds meer begint te krijgen. “Je merkt nu vooral dat er een hele hoop bij komt kijken. Alles klaarzetten voor de training, randzaken, noem maar op.” Zat dat als speler, eigenlijk al in hem? “Toen was ik nooit bezig met trainer zijn. Daar was ik veel te fanatiek voor, dacht ik.” Hoe anders, is dat nu. “Het is leuk als je ziet dat je die jongens wat kan leren. Daar ontwikkel ik mezelf ook in. Daar haal ik veel plezier uit.” De voormaling nummer tien of negen, die op een uitstapje naar Unitas’30 en België na, altijd bij SAB speelde, hamert dan ook vooral op een stukje vertrouwen. “Die gasten kunnen allemaal voetballen, alleen dat besef moet er komen.” Zoals ook hij, dat als echte spelmaker altijd had. “Ik was ieder seizoen goed voor vijftien goals.” Afscheid nemen van het spelletje, kon Snoeren dan ook maar moeilijk. “Voetballen kriebelde bij mij altijd wel. Eenmaal in een lager team, merkte ik dat dat niks voor mij was. Toen ben ik weer in het eerste gaan voetballen.” Tot iemand hem vroeg, of hij geen trainer wilde worden. “In feite ben ik nu nog maar anderhalf jaar gestopt…” Alhoewel, gestopt. “Het kriebelt nog steeds, en soms doe ik tijdens de training nog wel eens mee.” Want hoe leuk het training geven ook is. “Het is heel anders dan zelf voetballen. Dat was wel even wennen. Er komt zoveel bij kijken, daar moet je voor jezelf echt je weg in vinden.” Bij de club, waar Snoeren sinds zijn vijfde komt. “Je weet gewoon wat je aan SAB hebt. Het is echt een familieclub, waar je honderd procent jezelf kunt zijn. Ons kent ons. Ik loop hier al van jongs af aan rond. Daarom vind ik het zo mooi om hier trainer te zijn.” En niet alleen voor de gezelligheid, lacht hij. “Ik ben een fanatieke trainer, al word ik steeds rustiger. Tijdens een wedstrijd kan ik niet op mijn stoeltje blijven zitten, omdat ik die jongens graag wil helpen.” Vooral met aanvallen. “Ik was zelf een aanvallende speler, dus dat wil ik als trainer ook. Al moet je daar natuurlijk wel het team voor hebben.” Van achteruit opbouwen en tot kansen komen. “Om op die manier de wil op te leggen aan de tegenstander.” Hoe ziet hij zijn eigen toekomst voor zich? “Mijn droom is om eerst iets te bereiken met SAB. Dat wil zeggen promoveren naar de vierde klasse. Daarom heb ik mijn contract ook verlengd.” De komende twee jaar, zal Snoeren dan ook nog geen stap naar een andere club maken. “Maar uiteindelijk wil ik graag zo hoog mogelijk komen!”