Giovanni Sanders (24) speelde twee jaar op landelijk niveau bij Sportclub Feyenoord. Een profcontract leverde het niet op. Inmiddels speelt hij zijn tweede seizoen bij Unitas Gorinchem. Daar vond hij het plezier terug dat hij bij zijn vorige clubs soms miste.
Zijn hele jeugd voetbalde Sanders bij TOGB, een club uit Berkel en Rodenrijs waarvan het eerste elftal uitkomt in de derde divisie. Via die achtergrond kwam hij terecht bij Sportclub Feyenoord, waar hij tot de Onder 23 twee jaar landelijke divisie speelde. “Ik heb eigenlijk tegen elke club die divisie speelde wel gespeeld.” Via de KNVB-selecties zat hij zelfs in dezelfde lichting als Joshua Zirkzee. Maar in tegenstelling tot de Oranje-international bleef voor Sanders een profcarrière uit. “Daar baal ik wel een beetje van, maar het is een heel klein percentage dat het uiteindelijk haalt. Ik heb er wel vrede mee, want ik heb altijd mijn best gedaan.”
Op zijn 22e belde Unitas. De club speelde toen nog vierde divisie, maar onderaan, in een gevecht om lijfsbehoud dat uiteindelijk verloren werd. Ook het seizoen erna ging het mis. Vorig seizoen, zijn eerste bij de club, noemt Sanders ronduit slecht. “We hadden bijna alles verloren of gelijkgespeeld. Vaak ging het om een 1-0 of 2-1, waarbij de tegenstander in de laatste minuut nog scoorde. Dat was puur pech.”
Blijven dankzij de trainer
Een vertrek overwoog Sanders wel. Dat het er niet van kwam, komt vooral door trainer Ruud Brood. “Ik vind hem gewoon heel goed. Hij zit er bij de trainingen kort op en legt dingen goed uit als je een vraag hebt. Hij wil zelf ook dat spelers beter worden, zodat ze hoger kunnen voetballen.” Mocht Sanders ooit weer een stap hogerop willen, dan weet hij waar hij moet zijn. “Hij heeft best wat connecties.”
Op het veld is Sanders niet vast te pinnen op één taak. Hij speelt op het middenveld, maar dan over de volle lengte van het veld. “Ik ben eigenlijk een beetje box-to-box, dus ik loop overal.”
Een grote verandering trof de hele club. Het eerste elftal speelde altijd op zondag, maar die tak is dit seizoen geschrapt. Zondag en zaterdag zijn samengevoegd tot één selectie, die nu op zaterdag speelt. De kwaliteit leed daar volgens Sanders niet onder. “Er zijn wel wat jongens weg, maar er zijn ook veel goede jongens bijgekomen.”
Mikken op de titel
De seizoensstart stemt hoopvol. De eerste competitiewedstrijd werd gewonnen, als een echt team. “We lopen voor elkaar en er wordt veel gepraat. Het is eigenlijk een soort vriendengroep.” Durft Sanders het hardop uit te spreken? Ja. “Dit team moet sowieso handhaven. En ik denk ook dat we het heel hoog gaan schoppen. Het kampioenschap zit er wel in.” Trainer Brood denkt er volgens hem net zo over. “Hij zegt ook altijd dat je voor het hoogste moet gaan.”
Ondanks dat hij bij de belangrijke spelers van de ploeg hoort, werd Sanders afgelopen zomer door geen enkele club benaderd. Jammer vindt hij dat niet. “Voor mijn persoonlijke ontwikkeling is dit ook wel goed geweest. Alles verliezen en toch elke wedstrijd alles blijven geven, dat leert je wel wat.” Over Unitas als club is hij lovend. “Een mooie club met veel geschiedenis. Ze hebben altijd hoog gevoetbald, en de sfeer is hartstikke gezellig. Af en toe een feestje, een hapje en een drankje.”
Een halfuur rijden voor elke training en wedstrijd, en sinds dit seizoen zonder enige onkostenvergoeding. Toch heeft Sanders dat er graag voor over. Een terugkeer naar TOGB, voor hem om de hoek, overweegt hij niet. “Ik lig niet lekker met de trainer die daar nu zit. Een andere visie, laten we het daarbij houden.” Unitas, dertig minuten verderop, heeft hij voorlopig precies wat hij zoekt.

