Home Blog Pagina 176

Femke Alblas-Bol : Bevlogen trainster van de jongste meidenjeugd

Femke Alblas-Bol is sinds kort de trainster van de allerjongste meiden. Ze traint en begeleid de MO6 van MVV’27, die sinds kort op de voetbalbalvelden rondlopen. “De stoere meiden in de onderbouw doen nu met de jongens mee. Bij de MO6 hebben we nu 17 meisjes rondlopen en die train ik. Daar richten wij ons nu dan ook op. Als je meiden wil laten voetballen bij de club, moet je van jongs af aan beginnen”, begint Femke over de meidenafdeling van MVV’27.

Zelf ook gevoetbald bij MVV’27

Zelf heb ik vroeger ook gespeeld bij MVV’27 en ik vond het ook enorm leuk om te doen. Ik ging ook niet tussen de jongens voetballen, dat zie je nu ook heel veel”, gaat Femke verder over het meidenvoetbal. “Mijn dochter is nu vijf en die doet alles met haar vriendinnen. Toen ik tien was begon ik met voetballen en de meiden missen dan eigenlijk al jaren een voetbalopleiding. Afgelopen september zijn we begonnen met de MO6. Toen ben ik begonnen met het appen van moeders van kinderen die bij mijn dochter op school zitten en gezegd dat we een meisjesteam gaan oprichten. Dat ging als een lopend vuurtje door Maasland”, zegt de trainster over de start van het team.

Lekker tikkertje gespeeld tijdens de eerste training

Tijdens de eerste training gingen we gewoon tikkertje spelen. Dat was voor sommige meisjes al enorm spannend. Iemand die je niet kent, moet je tikken. Bij jongens zie je dat die anders in elkaar zitten. Jongens beginnen al snel met stoeien en dat soort zaken. Jongens zijn dan ook veel meer prestatiegericht, ze willen winnen en de sterkste zijn. Bij meiden ligt dat anders, die willen vooral aardig gevonden worden.

Glitterhoepels en muziek voor de meiden

De trainingen zijn dan ook heel anders ingericht. Zo doen we bijvoorbeeld een stoelendans met hoepels. We hebben glitterhoepels gekocht en als de muziek uitgaat moeten ze in een hoepel stilstaan. Dat vinden de meiden helemaal geweldig, maar zoiets hoef je niet bij jongens uit te proberen. Ze hebben zoveel lol met elkaar en dat trekt ook weer andere meiden aan.

Meer meiden dan jongens in de jongste leeftijdscategorie

“Inmiddels hebben we voor deze leeftijdscategorie nu dan ook meer meiden dan jongens. Wat ook opvallend is, de meiden luisteren echt geweldig. Ik kwam erachter dat er bij de UEFA een Disney programma speciaal voor meiden tussen de vijf en acht jaar hebben laten ontwikkelen. Het ziet er heel goed uit, maar de KNVB doet daar op dit moment nog niet aan mee. De reden daarvoor is nog onbekend op dit moment”, zegt trainster tot besluit.

Klik hier voor meer informatie over MVV ’27
Lees hier meer artikelen over MVV ’27

Het derde van Schijf droomt van de platte kar

0

Goed voetbal, wedstrijden winnen en gezelligheid. Leider zijn van het derde bij Schijf, heeft voor Hendrik de Rijk alles wat het spelletje zo mooi maakt. Want ondanks dat de voormalig speler van Rood Wit zelf niet meer kan voetballen, is hij nog altijd net zo fanatiek. “Ik ben een slechte verliezer.”

Lekker meedoen en een balletje trappen, mist De Rijk (50) dan ook nog altijd wel. “Als je dan die bal ziet rollen, wil je ook weer…” Toch kan hij dat, inmiddels dus niet meer. De inwoner van Schijf legt uit hoe dat komt. “Ik heb op mijn zestiende, toen ik nog bij Rood Wit speelde, mijn been gebroken. Lag ik er anderhalf jaar uit.” Geboren en getogen in Sint Willebrord, kwam hij via zijn vrouw, rond 1999 in het dorp waar hij nu woont terecht. “Mijn vrouw komt uit Schijf en ik kende daar zelf ook wel wat mensen. Dan vragen ze of je hier komt voetballen. Uiteindelijk ben ik overstag gegaan.”

Goede reden

Maar wel in een lager elftal. “Eerst bij het derde en later het vijfde. In 2014 ben ik helemaal gestopt met voetballen.” Om vervolgens dus leider te worden. Eerst bij het vijfde, later het derde. “Dit is nu alweer mijn derde seizoen. Eigenlijk wilde ik er destijds een punt achter zetten, maar toen werd ik voor dit team gevraagd.” Toch had hij liever tussen de jongens, op het veld gestaan. “Op donderdag deed ik vaak nog mee tijdens de training. Een potje voetballen en daarna gezellig samen een biertje drinken. Maar sinds juli 2024 blijf ik maar sukkelen met een klapvoet. Dus sporten gaat gewoon niet meer.” De voormalig rechtshalf, die door zijn blessure een zwaar verbrijzeld been heeft, neemt dan ook geen enkel risico meer. Mede vanwege zijn werk bij een bouwbedrijf. “Dat was ook de reden dat ik hier op een lager niveau ging voetballen.” Als leider, is dat risico gelukkig een stuk minder groot, lacht De Rijk. “Ik moet zorgen dat we genoeg spelers hebben, zodat ik op zondag de opstelling kan maken. Dat doe ik altijd in een ‘Excelletje’.” En dat gaat uiterst serieus. “Jongens moeten voor donderdagavond 22:00 uur laten weten of ze er dat weekend zijn. Ook waarom niet. Ze moeten wel een goede reden hebben.”

Slechte verliezer

Doordeweeks getraind door Ad Brink of Wilfried Broos, moet het op zondag gebeuren. “We beginnen zondagmorgen altijd met een praatje, daarna gaan we omkleden en lekker het veld op.” Heel lastig, is dat praatje overigens niet, is De Rijk eerlijk. “Veel van die jongens hebben vroeger samen in het eerste gespeeld, dus die kunnen makkelijk op een hoger niveau spelen. Die hoef ik niet meer uit te leggen hoe ze moeten lopen.” Want met een gemiddelde leeftijd van ongeveer 30, beschikt het derde van Schijf over meer dan genoeg ervaring. “Het zijn allemaal vrienden en iedereen kent elkaar. Dat was voor mij een paar jaar geleden de belangrijkste reden om door te gaan.” Met succes. “De laatste seizoenen ging het goed tot aan de winterstop, maar wisten we daarna niet compleet te blijven. Dat is nu wel het geval, dus kunnen we met twee punten achterstand nog altijd dromen van het kampioenschap.” En als De Rijk, die op zaterdag vaak bij de jeugd gaat kijken, dromen van zegt, bedoelt hij dat ook écht. “Ik ben een slechte verliezer, dus ik wil graag kampioen worden.” In de vijfde klasse. “Die jongens zijn ook allemaal nog net zo fanatiek, dus die willen er ook vol voor gaan. Dat proef ik wel.” De plannen voor een eventueel kampioensfeest, worden in ieder geval alvast gemaakt. “Dan gaan we met een platte kar door het dorp, zeker weten!” Aan gezellige activiteiten sowieso geen gebrek. “We doen altijd een winter- en een zomeruitje. In principe moeten nieuwe spelers dat organiseren. Van een kroegentocht, tot bowlen. En nu denken we na over een weekendje weg.” Iets waar De Rijk, zelf zeker bij zal zijn. “Ik wil dit absoluut nog langer blijven doen. Tenzij er een aantal stoppen en we veel gaan verliezen, dan ben ik weg!”

Klik op RKVV Schijf voor de laatste artikelen over de club.
Klik op RKVV Schijf voor meer informatie over de club.

Zwaluwen O14-2 tussen twee klassen in

Zwaluwen O14-2 is een team zoals er veel zijn bij de amateurclubs in Nederland. Soms winnen, soms verliezen. Onder leiding van trainer Xavier Marang (28) speelt het team zijn wedstrijden op de zaterdag.

O14-2 is een hechte vriendenploeg

Het team is een hechte vriendenploeg. Dat is de kracht van de jongens. Ze kunnen heel lief tegen elkaar zijn, maar elkaar ook de waarheid vertellen.  De meeste zitten bij elkaar op school en wonen ook in de omgeving van het Zwaluwen-terrein. Dit zijn de woorden van Xavier Marang, trainer van Zwaluwen O14-2. De 28-jarige van origine Rotterdammer heeft een deel van het team al vier jaar onder zijn hoede. Xavier zal volgend jaar niet meer als trainer voor een groep staan. Hij heeft nog een andere functie bij de club bij het wedstrijdsecretariaat. 

Te goed voor de derde klasse, niet goed genoeg voor de tweede klasse

Ze spelen in de tweede klasse en dat is eigenlijk te zwaar voor ze. Heel veel jongens hebben veel potentie en je ziet dat er wel niveauverschil in de jongens zit. Daar probeer je dan het team omheen te bouwen. In totaal zijn er nu nog veertien spelers, er zijn er een paar naar de O14-1 doorgeschoven en ook zijn er wat blessures. Het team begon de eerste van drie competities in de tweede klasse, van de zeven wedstrijden werd er toen eentje gewonnen. In de tweede fase kwam het team uit in de derde klasse en dat ging uitstekend met een tweede plaats achter Pernis. In de derde fase mocht de tweede klasse weer worden geprobeerd. Dat is tot nu toe geen succes gebleken, want de eerste zes wedstrijden werden verloren. Ook tegen middenmoter Westlandia zijn de jongens van trainer Xavier kansloos en verliezen ze, ondanks bij vlagen leuk spel, ruim. Ook omdat de tegenstander twee grote jongens had lopen die wel heel makkelijk overal doorheen konden lopen.

Lootjes trekken voor de positie in het veld

Om te zorgen dat er toch nog leuke dingen zijn, bedenkt de trainer originele dingen rond de wedstrijden. Zo moesten alle spelers voor de wedstrijd een lootje trekken om te bepalen op welke positie ze zouden spelen. Dit ritueel werd in de rust herhaald.

Mooie sponsor voor het team

Hartmans Montage is de sponsor van het team. Het bedrijf is de partner als het gaat om het aansluiten van bekabelingssystemen en datatechniek. Voor meer informatie: www.hartmansmontage.nl

Klik op vv Zwaluwen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Zwaluwen voor meer informatie over de club.

Tijdelijke expositie DSC in het Driels Museum!

0

Medio september opent in het Driels Museum een tijdelijke expositie over DSC. Het Driels Museum, gelegen aan de Teisterbantstraat, is een lokaal museum dat de geschiedenis van de regio Kerkdriel tentoonstelt.

De collectie van het museum richt zich op lokale tradities, ambachten en het dagelijk leven van de inwoners door de eeuwen heen.

Naast deze permanente tentoonstelling heeft het museum een tijdelijke expositie rondom een bepaald thema.

Eind 2024 kreeg DSC de vraag of zij het onderwerp van een tijdelijke tentoonstelling wilden zijn. Na overleg om te kijken wie hieraan vanuit DSC zouden kunnen meewerken aan de voorbereidingen is gestart met oproepen via Narrow Casting in het clubhuis en social media aan DSC-ers en oud leden en betrokkenen. Van vele kanten zijn veel spullen zoals foto’s, films, oude clubbladen etc aangeleverd. Ook enkele zeer bijzondere stukken waarvan velen niet wisten dat het (nog) bestond. Ook had het Driels Museum zelf een groot bijzonder stuk, nog uit de 2e wereldoorlog, in bezit tot ieders verrassing. Tijdens deze expositie komt niet alleen de geschiedenis van de club aan bod, ook komen (oud) spelers, trainers, sponsoren en vrijwilligers aan het woord en in beeld.

Rondom de expositie over DSC worden er daarnaast diverse activiteiten georganiseerd. Zo is er een kleurplatenwedstrijd voor de jongste jeugd en worden jeugdspelers uitgedaagd om hun ‘eigen’ DSC – tenue te ontwerpen.

De expositie is te bezoeken tijdens de vaste openingstijden van het museum, te weten: zondagmiddag tussen 14.00 uur en 17.00 uur, en maandagavond tussen 19.30 en 22.30 uur.

In de maand september is het Driels Museum extra geopend op zaterdagmiddag (14.00 – 17.00 uur) vanwege de wedstrijden van DSC 1 op zondagmiddag. De toegang tot het museum en de expositie is gratis.

De verwachting is dat de expositie tot eind 2026 zal lopen.

Heeft u na het lezen van dit artikel nog spullen die de tentoonstelling kunnen verrijken, neem dat contact op met expositie@vvdsc.nl

Klik op DSC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op DSC voor meer informatie over de club.

‘Dit voelt voor ons een beetje als een tweede thuis’

0

Twee echte RSV‘ers, oud-voetballers van het eerste en allebei bestuurslid bij de club. Lesley en Davy Suijkerbuijk kunnen niet zonder elkaar én de voetbal. En dus spelen de twee broers sinds dit seizoen samen in het tweede. “Dit voelt voor ons een beetje als een tweede thuis.”

In het geval van Lesley (32) lange tijd als rechtsback van het eerste elftal. “Ik voetbal vanaf mijn vijfde bij RSV en heb veertien jaar in het eerste gespeeld. Afgelopen seizoen ben ik daar pas gestopt.” Nooit weggeweest, omschrijft de jongste van de twee het duo als echte RSV’ers. “Dat is ook een beetje het typerende van een dorpsclub en ons kent ons. We zijn in Rucphen geboren en getogen, dan is de voetbal dichtbij en kom je op de fiets. In al die jaren hebben we een hoop vrienden gemaakt.” Datzelfde, geldt voor de 36-jarige Davy. “Ik kom hier nu ruim dertig jaar, RSV voelt als een tweede thuis. Waar ik kan helpen, doe ik dat.”

Achter de schermen

Bijvoorbeeld als kantinebeheerder, vertelt Davy. “Dat doe ik sinds 2019. Om te voorkomen dat er verplichte bardiensten kwamen, heb ik die functie op me genomen.” Vooral achter de schermen, zo blijkt. “We hebben een vrijwilligersclubje opgericht, van een mannetje of twintig. Die zijn keihard nodig en draaien om de beurt een bardienst. Ik ben meer bezig met het maken van de roosters, het bijhouden van de voorraad en het regelen van de financiële dingen met onder andere leveranciers.” Naast het training geven aan het team van zijn zoontje, de JO7, is dat alles goed te behappen. “Vroeger werkte ik altijd in de horeca, dus ik heb wel wat ervaring. Dat zit er daardoor toch een beetje in.” Een manusje-van-alles dus, net als zijn broertje. “Sinds dit seizoen zit ik in het hoofdbestuur, voor alle technische zaken omtrent de senioren. Dus het aanstellen van trainers, het indelen van de teams óf de velden en het voeren van gesprekken met de staf van ieder elftal.” En dat terwijl Lesley twee jaar geleden begon, met een andere functie binnen de vereniging. “Ze zochten een secretaris, maar die was lastig te vinden. Toen wilde ik best wel kijken of het wat voor mij was. Uiteindelijk ben ik gaan meelopen, tot er iemand anders bij kwam.” Een ‘transfer’ naar technische zaken volgde. Net als die naar het tweede. Samen met zijn broer. “Hij is voornamelijk leider, ik geef op donderdag de training.” Maar spelen, doet vooral Lesley, ook nog steeds. “Ik wil op zondag nog wel graag voetballen, Davy doet alleen mee als het écht nodig is.” Zoals vroeger bij het eerste, waar ze met elkaar de rechterkant vormden. Al was dat maar kort. “Alles bij elkaar, misschien één seizoen. In de jeugd speelden we ook nooit samen, door het leeftijdsverschil.”

Betrokken blijven

Dat leeftijdsverschil, merkt Davy bij het tweede, nu ook nog steeds, lacht hij. “De rest is een stuk fitter én jonger dan ik. Ik ben echt de oudste.” De rolverdeling, is dan ook duidelijk. “Ik sta op donderdagavond regelmatig in de kantine, om te zorgen dat die jongens na de training wat te drinken hebben.” Maar in het weekend, is de voormalig jeugdkeeper er gewoon bij. “Het is leuk om in die kleedkamer te zijn en af en toe te spelen op plekken waar ik nodig ben. Het gaat voor mij vooral om de gezelligheid.” En het regelen van allerhande zaken. “De wasbeurten, de tenues en de materialen.” Davy, voornamelijk keeper geweest in lagere elftallen, dacht afgelopen jaar dan ook eigenlijk aan stoppen. “Maar Lesley wilde graag samen naar het tweede. Dus ben ik nog maar een seizoentje doorgegaan.” En zonder spijt. “RSV is een warme vereniging, waar iedereen voor elkaar klaar staat. Alles is goed geregeld. Voor mij is het echt het totaalplaatje.” Lesley, inmiddels woonachtig in Sprundel, beaamt dat. “Daarom willen we ook graag betrokken blijven bij de club, buiten de voetbal om. Om te zorgen dat het goed gaat met RSV.” En voorlopig, gaat het goed, vertelt hij. “De club is groeiende, vooral bij de jeugd. Er komen nieuwe kleedkamers en het zou mooi zijn als er ooit ook nog ergens een extra veld of kunstgras zou komen. Mocht dat mogelijk zijn.” Zijn steentje daaraan bijdragen, ziet de jongste van de twee zichzelf dan ook nog wel even blijven doen. “Ook op dit vlak, zou ik mezelf graag verder willen ontwikkelen. Zodat we hopelijk steeds meer jeugd, bij de senioren betrokken kunnen blijven houden.” Zijn broer, wonend in Rucphen, ziet zijn toekomst bij de ambitieuze club precies hetzelfde voor zich. “We staan er goed op. Dus zolang het te behappen blijft, doe ik het met alle liefde en plezier. Dan fiets ik graag naar RSV!”

Klik op RSV de laatste artikelen over de club.
Klik op RSV voor meer informatie over de club.

‘Misschien is het beter om in de vierde klasse te gaan bouwen’

0

Na onderaan te zijn geeindigd met  VVR in de derde klasse, probeert Milan Daemen de moed erin te houden. “We willen het seizoen in ieder geval met een goed gevoel afsluiten.”

Hoe lastig dat misschien ook is, als hekkensluiter van de derde klasse. “We hebben wel eens betere tijden gehad”, concludeert Daemen (25) met gevoel voor understatement. “Al wisten we vooraf al dat het lastig ging worden.” De verklaring voor de mindere resultaten, is dan ook simpel, legt hij uit. “Er zijn vijf goede én belangrijke spelers gestopt, waardoor de groep kleiner is geworden. Als iedereen fit is, zijn we derde klasse waardig. Hebben we last van blessures, dan zijn we gewoon een vierdeklasser.”

Plezier

Maar desondanks, blijven ze bij VVR positief. “Het is een gezellige groep en de sfeer is goed. Maar die is natuurlijk nog beter, als je regelmatig wint.” Tot nu toe slaagde de ploeg daar in negentien duels drie keer in en dus is er nog wel wat werk aan de winkel. Om in ieder geval directe degradatie te ontlopen. “Ik heb er alle vertrouwen in dat we nog wedstrijden gaan winnen, alleen lijkt het gat naar de nummer elf te groot. Zo eerlijk moet je zijn.” En met een achterstand van vier punten op zowel Clinge als BSC, zou Daemen daar wel eens gelijk in kunnen hebben. “De competitie is een stuk sterker geworden, ten opzichte van vorig seizoen. Je merkt gewoon dat ploegen kwalitatief beter zijn.” Een niveautje lager gaan voetballen, betekent volgens de middenvelder dan ook niet het einde van de wereld. “Tuurlijk wil je zo hoog mogelijk spelen, maar wat niet kan, kan niet. Uiteindelijk voetbal je toch voor je plezier. Dan is het misschien beter om in die vierde klasse te gaan bouwen en meer wedstrijden te winnen.” Hij kan het weten. “Vanaf mijn zesde voetbalde ik nooit ergens anders. In al die jaren bij het eerste, heb ik zowel promotie als degradatie meegemaakt.” Maar in welke klasse ze ook speelden, één ding veranderde nooit. “Het is hier altijd gezellig! Rijsbergen is natuurlijk maar een klein dorpje, dus het is heel hecht en iedereen kent elkaar.” Ook na een nederlaag op de zondagmiddag. “Na de wedstrijd is het altijd wel even zuur, daarna wordt er al snel weer een biertje gedronken en samen gelachen. Zoals het hoort.”

Rust nemen

En waar ook Daemen, volgend seizoen nog van kan blijven genieten. Al klinkt dat vanzelfsprekender, dan het daadwerkelijk is. “Ik wil graag nog zo lang mogelijk blijven voetballen, maar vanwege fysieke problemen, bekijk ik het echt per jaar.” Want de Rijsbergenaar, sukkelt met blessures, zoals hij het zelf noemt. “Er is iets niet goed met mijn achillespees, daarom loop ik ook met steunzolen. Eigenlijk zou ik een paar maanden rust moeten nemen. Het spelletje is alleen nog te leuk…” In zijn geval als balafpakker op zes. “Als ik de bal heb, lever ik hem zo snel mogelijk in bij teamgenoten die er veel betere dingen mee kunnen dan ik.” Hopelijk voor Daemen, zijn dat soort jongens er volgend jaar bij VVR ook nog genoeg. “Ik denk dat de meeste basisspelers wel zullen blijven en dat er misschien vier spelers gaan stoppen. Dat moeten we dan op zien te vangen met gasten uit de jeugd of het tweede. Ik ben ervan overtuigd dat we dat kunnen.” Maar niet voordat dit seizoen met een goed gevoel is afgesloten. “Ik hoop dat we nog een paar potjes kunnen winnen, dan zien we wel waar we staan. We willen er in ieder geval allemaal voor vechten!”

Klik op VVR voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VVR voor meer informatie over de club.

‘Er wordt nu soms te veel op het bordje van keepers gelegd’

0

Ballen vangen, positie kiezen en natuurlijk meevoetballen. Het is een kleine greep uit de dingen die Rob Schulten zijn keepers als keeperstrainer bij DSE wekelijks probeert te leren. En die positie, wordt steeds belangrijker, merkt de oud-doelman. “Je bent nu echt onderdeel van het team.”

Hoe anders was dat in zijn tijd, als keeper van onder meer Internos, Unitas’30 en RBC Roosendaal. “Toen moest je alleen maar ballen tegenhouden, nu moet je ook veel meer meevoetballen.” Al is dat eerste, volgens Schulten (56) nog altijd wel de hoofdtaak van een doelman. “Soms wordt er te veel op het bordje van keepers gelegd. We moeten ook niet gaan overdrijven. Je moet gasten vooral op hun sterke punten benutten.” En met al zijn ervaring, kan de inwoner van Etten-Leur het weten. “Ik heb tot mijn 36ste gekeept, daarna ben ik keeperstrainer geworden.”

Brutaal zijn

Bij onder meer Roosendaal, Rood Wit, Unitas’30, Internos en de jeugd van zowel RBC als FC Dordrecht. “Na acht jaar bij Rood Wit, was ik toe aan een nieuwe uitdaging.” Dat werd zeven seizoenen geleden, dus DSE. “Op dinsdag en donderdag, geef ik keeperstraining aan de keepers van de selectie én de jeugd.” Al gaat het verder dan dat, vertelt Schulten. “Ik ga ook naar wedstrijden of trainingen kijken, zodat ik weet wat die jongens hun tekortkomingen zijn. Daar kunnen we dan vervolgens weer op trainen.” Hoe ziet zo’n training er over het algemeen uit? “Bij de jeugd is het vooral de basis. Dus vangen, voetenwerk en positie kiezen. Bij de keepers van de selectie zijn het meer hoge ballen, kort werk en schoten.” Maar ook het meevoetballen, vergeet Schulten niet. “Aannemen, vooraf kijken en dan op de goede snelheid doorspelen.” In combinatie met een stukje karakter, legt hij uit. “Als doelman moet je een beetje brutaal zijn. In mijn tijd, hadden keepers echt haar op hun tanden. Die gingen gewoon een duel aan. Nu zijn ze allemaal een beetje lief, dat is de mentaliteit van tegenwoordig.” Hoe dat komt? “Vroeger hadden we niks anders dan voetbal. Nu hebben ze eigenlijk geen tijd. De echte diehards, zijn er niet meer.” Op Coen Jansen, doelman bij het eerste van DSE, na dan misschien. “Die werkt keihard en is daardoor hartstikke gegroeid. Dan heb je ook als keeperstrainer, toch een beetje eer van je werk.”

Leren van tv

Werk waar Schulten ook na al die jaren, nog altijd van geniet. “Het blijft ontzettend leuk om te doen! Ik ben graag buiten en het is mooi om die keepers beter te maken. Daar haal ik mijn voldoening uit.” Op de voor hem nog altijd mooiste positie, in het veld. “Je bent een eenling in het team, maar daardoor kun je ook de held zijn. In die verantwoordelijkheid, moet je de balans zien te vinden.” Onder meer door goed op te letten tijdens voetbalwedstrijden op tv. “Ik kijk altijd extra naar de keepers, dat zeg ik ook tegen die jongens. Daar kun je heel veel van leren.” Zoals vroeger in zijn geval van de Duitse doelman Harald Schumacher. “Die speelde onder meer bij FC Köln, dat was wel echt mijn idool. Naast Hans van Breukelen natuurlijk.” Hoelang blijft Schulten, die op zondagochtend ook nog zijn eigen keepersschool heeft, training geven bij DSE? “Volgend seizoen blijf ik nog een jaar, maar als ik straks 60 ben, is het wel klaar. Stiekem gaat er toch veel tijd in zitten.” Tijd die Schulten steeds een beetje minder over heeft. “Er was ook interesse van Halsteren, dat heb ik niet gedaan. Ik wil niet meer iedere week gaan kijken of met wedstrijden mee, daar heb ik geen zin meer in.”

Klik op DSE voor meer artikelen over de club.
Klik op DSE voor meer informatie over de club.

TPO is voor Van Run veel meer dan voetbal

0

Dat een voetbalclub vaak meer is dan voetbal, bewijst Jermain van Run als vrijwilliger bij TPO. Want ondanks dat de 25-jarige inwoner van Moerdijk vanwege een blessure zelf niet meer kan voetballen, voelt hij zich meer thuis dan ooit op sportpark De Klaverweide. “Het is voor mij een heel speciale club.”

Mede dankzij zijn vader, vertelt Van Run (25). “Die was vroeger altijd DJ bij het eerste en dan ging ik met hem mee om te kijken.” Begonnen als jeugdvoetballer bij DHV in Zevenbergschen Hoek, was hij vanaf de D’tjes niet meer uit Moerdijk weg te slaan. Tot een blessure roet in het eten gooide. “Ik had last van springschenen, daardoor moest ik stoppen met voetballen.” Maar voor wie denkt dat zijn tijd bij TPO er daardoor opzat, heeft het goed mis. “Sinds vorig seizoen zit ik in het bestuur. Met name om activiteiten te organiseren voor de jeugd en de senioren.” En om sponsoren te regelen. “Ik loop op dat vlak nu vooral nog mee, zodat ik het later misschien over kan nemen.”

Derde helft

Druk genoeg, zou je zeggen. Niet voor Van Run. “Dit jaar ben ik ook trainer geworden van de dames.” Met jarenlange ervaring als jeugdtrainer, een logische stap. Toch? “Het is wel heel anders dan training geven aan de jeugd, moet ik eerlijk zeggen. Daar ben je meer bezig met kinderen leren voetballen, nu is het veel uitgebreider. Komt er ook tactiek of een manier van spelen bij kijken.” Desondanks, blijft ook een hoop hetzelfde, vertelt Van Run. “Ik vind het leuk om met mensen om te gaan én te proberen zo hoog mogelijk te eindigen.” Te beginnen op de training. “We doen veel positiespel en pass- en trappen. Het balletje laten gaan, in plaats van zelf lopen met de bal.” Hoe ziet hij een trainersrol in de toekomst voor zich? “Ooit is het misschien wel de bedoeling om trainer te worden van een eerste elftal, maar voorlopig heb ik geen haast.” Want tijd, komt Van Run stiekem eigenlijk tekort. “Na de wedstrijd van het eerste, zorg ik als DJ altijd voor de derde helft. Dat is vaak héél gezellig.”

Eigen boom

Een taak die hij overnam van zijn vader, nadat die in 2023 overleed. “De club heeft ons heel erg geholpen bij dat verlies. Dan zie je ook weer hoe hecht TPO is. Het is echt meer dan voetbal.” Met een kerstboom bij de ingang van het sportpark, als eerbetoon. “Mijn vader was een ‘kerstgek’, dus die heeft zijn eigen boom gekregen.” Aan een vertrek bij de voetbalclub, denkt de inwoner van Moerdijk dan ook geen moment. “Ik blijf nog lekker heel lang betrokken bij TPO.” Al is het alleen maar, voor de gezelligheid langs de lijn. “Op zondag staan er gewoon 80 man te kijken. In de vijfde klasse, dan doe je toch iets goed.” Mede dankzij, wat Van Run allemaal doet voor de club. “Dat valt wel mee, toch?” Sluit hij met gevoel voor understatement lachend af.

Klik op TPO voor de laatste artikelen over de club.
Klik op TPO voor meer informatie over de club.

Wernhout wint moeilijk: ‘Maar we zijn ook lastig te verslaan’

0

Het had beter, maar zeker ook slechter gekund. En dus staat vierdeklasser Wernhout al met al waar ze horen te staan. Tenminste, dat vindt Hein Roelands. En dus kijkt de 23-jarige middenvelder stiekem alvast een beetje naar volgend seizoen. “We weten wat we beter kunnen doen.”

Naast slimmer worden, is dat vooral het afmaken van de kansen, vindt Roelands. “Nu houden we tegenstanders vaak nog te lang in de wedstrijd.” Want om te kunnen winnen, moet je scoren. Naast natuurlijk de nodige energie leveren. “We hebben veel voor elkaar over. Dat is meestal ook de reden dat we punten pakken.” Met een plek in de brede middenmoot tot gevolg. “Het had beter gekund, maar al met al is het terecht waar we nu staan.”

Gelijkwaardig

Een echte doelstelling hadden ze bij Wernhout, na de degradatie van afgelopen seizoen, dan ook niet. Behalve Roelands dan. “Dat was per persoon een beetje verschillend. Ik durfde wel te zeggen dat we weer terug naar die derde klasse wilden.” Teamgenoten waren iets terughoudender, lacht hij. “En die hebben gelijk gekregen!” Hoe dat komt? “We zijn meestal gelijkwaardig en bijna nooit veel slechter of veel beter dan een tegenstander. Daardoor kunnen we ons meten met betere teams, maar moeilijk afstand nemen van mindere teams.” In een competitie waar de intensiteit een stukje lager ligt. “Ploegen in de vierde klasse zijn vooral meer fysiek.” Toch geniet Roelands daar tot nu toe wel van. “Het is een leukere klasse om in te spelen. Met name vanwege de derby’s.” De komende weken, staat er voor alle teams dan ook nog veel op het spel, vertelt hij. “Er gaan interessante potjes komen.” Van een nieuwe doelstelling, proberen ze bij Wernhout zo ver mogelijk weg te blijven. “We winnen moeilijk, maar zijn ook lastig te verslaan. Dus hopelijk kunnen we op deze plek blijven staan.”

Trotse aanvoerder

Met de club waar Roelands op zijn vijfde begon met voetballen. “Ik woon tegen het voetbalveld aan.” Heel gek, is zijn band met de vereniging dan ook niet. “Met zeven jongens uit mijn vriendengroep ben ik al die jaren samen opgegroeid en speel ik nu in de selectie.” Gezelligheid en plezier, staan dan ook voorop. “Maar op zondag willen we er anderhalf uur lang het beste van maken. Zodat we onszelf daarna in de spiegel aan kunnen kijken en er alles aan hebben gedaan.” Sinds dit seizoen in zijn geval, als aanvoerder van het team. “Vroeger ging ik altijd kijken bij het eerste en dan hoopte je daar zelf ooit te staan. Dus daar ben ik best wel trots op!” Zijn liefde voor Wernhout, gaat dan ook verder dan voetballen alleen. “Waar nodig, probeer ik bij te springen. In de kantine of om training te geven. Daarom ben ik ook een paar jaar jeugdtrainer geweest van de JO13 en JO14.” Kortom, Roelands is meer dan betrokken. “Doordat je vaak op de voetbal ben, ken je inmiddels iedereen.” En ook aan fanatisme, geen gebrek. “Ik ben een speler die graag wil en iemand die vooropgaat in de strijd.” Al heeft de aanvallende middenvelder, ook genoeg andere kwaliteiten. “Een prima loopvermogen, maar wel te weinig goals gemaakt of assists gegeven. Ik zou graag meer kansen willen creëren én afmaken.” Gelukkig, heeft hij daar voorlopig nog alle tijd voor. “Het lijkt me sterk dat ik ooit wegga. Ik zit hier op mijn plek, samen met mijn vrienden. Dus ik zou niet weten waarom. Dit is gewoon mijn club!”

Klik op vv Wernhout voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Wernhout voor meer informatie over de club.

Van Sprundel beleeft met Virtus een leerzaam seizoen

0

Met het vertrek van een aantal sterkhouders en voornamelijk aanvulling vanuit de jeugd, was het dit voetbaljaar voor derdeklasser Virtus afwachten waar ze precies zouden staan. Maar na een uitdagend begin, valt dat de laatste weken allesbehalve tegen, volgens doelman Tom van Sprundel. “Met de 6e plek, kunnen we terugkijken op een goed en leerzaam seizoen.”

Helemaal nadat ze bij Virtus met één zege in de eerste zes duels, lastig aan het seizoen begonnen. “Dragende spelers gingen weg en er kwamen jonge gasten bij. Dus zeker in het begin, was het afwachten hoe dat zou zijn.” Een echte doelstelling, hadden ze bij de club uit Zevenbergen dan ook niet, vertelt Van Sprundel (27). “We wilden eerst kijken hoe we op elkaar ingespeeld zouden raken.” De laatste weken, gaat dat goed. “Maar we hebben helaas ook vaak naar beneden moeten kijken.”

Meer tijd

Met een achtste plek én vier punten voorsprong op de nacompetitie lijkt dat gevaar voorlopig geweken, toch blijft Van Sprundel op zijn hoede. “Ik heb er vertrouwen in dat we nog onze punten gaan halen, maar alles zit nog dicht bij elkaar.” Vertrouwen dat ze bij Virtus, eigenlijk het hele seizoen hebben gehad. “Tuurlijk is het een tijdje wat negatiever geweest. Dat krijg je als je veel verliest. Desondanks, hebben we altijd tegen elkaar gezegd dat het goed zou komen.” En goed, komt het dus waarschijnlijk. “Als we de lijn van de laatste weken door weten te trekken, kunnen we terugkijken op een goed en leerzaam seizoen.” Wat is zijn verklaring voor de betere prestaties? “Meer intensiteit en harder voor elkaar werken. Resultaten zijn daarbij heel belangrijk. Maar ook beter weten wat we moeten doen.” Vooral dat laatste, kost tijd, heeft Van Sprundel gemerkt. “Meer dan gehoopt, om eerlijk te zijn. Normaal komen er geleidelijk jongens vanuit de jeugd bij, nu waren het er in één keer heel veel.” Bepaalde vastigheden, lieten dan ook even op zich wachten. “In de communicatie óf wat je van elkaar verwacht.” Het leverde Virtus, zeker in de beginfase van de competitie, een hoop tegendoelpunten op. “De organisatie stond nog niet en bepaalde wisselingen, pakten niet goed uit.” Hoe was dat voor hem als keeper? “Ik zit daar zelf gelukkig niet zo mee.”

Vrienden

Een vastere basiself, hielp de ploeg uiteindelijk vooruit. Bij de club waar Van Sprundel sinds de F’jes al speelt. “Volgens mij ben ik in de F8 begonnen, als speler.” Tot Erik de Waard, huidig voorzitter van de vereniging, een doelman in hem zag. “Die zei dat ik met mijn lengte en motoriek, beter in de goal kon gaan staan. Daar lagen mijn kwaliteiten eigenlijk ook wel.” Na een half jaartje voetballen, besloot de inwoner van Zevenbergen zijn keepershandschoenen dan ook aan te trekken en die vervolgens nooit meer uit te doen. Het leverde hem stages op bij RBC Roosendaal, NAC en Feyenoord. “Dat is nooit iets geworden, maar waren wel mooie dingen om mee te maken.” Teleurstelling, kende Van Sprundel niet. “Voetbal blijft voor mij een hobby, dus dat wil ik met mijn vrienden doen. Met veel jongens waarmee ik nu in de selectie voetbal, ben ik min of meer ook opgegroeid. Wat dat betreft is het net een soort vriendenteam. Maar dan op een goed niveau.” Met hem dus tussen de palen. Als hij niet geblesseerd is. “Dit is eigenlijk het eerste seizoen, dat ik blessurevrij ben gebleven. Normaal had ik altijd wel last van gebroken vingers of spierblessures.” En dus heeft Van Sprundel regelmatig de kans, om zich te onderscheiden. “Dat is het mooie van doelman zijn, je bent heel belangrijk voor een elftal.” Helemaal in zijn geval. “Ik ben niet echt een technische of explosieve keeper, maar wel iemand die heel erg aanwezig is, probeert te coachen en vertrouwen uitstraalt.” Naast lang en groot, ook goed in de één-tegen-één. Een beetje zoals Manuel Neuer. “Vroeger vond ik dat echt machtig om te zien. Hoe groot hij uit die goal kwam. Daar let je toch altijd extra op, als je naar wedstrijden op tv kijkt.” Om het vervolgens zelf, in de praktijk te kunnen brengen. Bij Virtus. “Ik ga hier nooit weg.” De toekomst, ziet de sluitpost dan ook rooskleurig tegemoet. “Er komt weer een goede lichting vanuit de jeugd aan, dus daar moeten we de balans in zien te vinden.” Maar eerst: “Zorgen dat we in die derde klasse blijven!”