Kees van der Gaag neemt afscheid van Naaldwijk 2

0
7

Drie seizoenen lang stond hij voor de groep bij Naaldwijk 2. Altijd rustig, altijd benaderbaar, maar met een duidelijke visie op voetbal. Na dit seizoen zet Kees van der Gaag een punt achter zijn trainerschap bij het tweede elftal van Naaldwijk. Niet omdat hij er klaar mee is. Niet omdat het plezier weg is. Integendeel. Maar juist omdat hij het moment vóór wil zijn waarop de energie minder wordt. “Ik ben ze zeker niet zat,” zegt hij. “Maar ik doe dit niet half. Als ik het doe, moet er heel veel energie in zitten.”

Kees groeide op bij KMD. Daar doorliep hij alle jeugdelftallen en schopte het uiteindelijk tot het eerste elftal. “Ik heb altijd zelf gevoetbald bij KMD, vanaf de jeugd tot het eerste. Dat was in die tijd ook heel normaal. Iedereen bleef bij zijn eigen cluppie. Dat clubgevoel, daar houd ik van.”

Na zijn verhuizing naar Naaldwijk raakte voetbal even op de achtergrond. Werk, gezin, jonge kinderen – het leven kreeg andere prioriteiten. “Een tijdje heb ik helemaal niks met voetbal gedaan.” Totdat zijn zoon op een gegeven moment wilde gaan voetballen.

Zijn vrouw zag het tafereel bij de club: één trainer met een groep van dertig jonge kinderen. “Ze zei: ‘Wil jij niet gaan helpen?’” Kees lacht. “Ik dacht: hoe moeilijk kan het zijn? Ik kan zelf aardig voetballen, dus dat komt wel goed.”

Dat bleek toch iets genuanceerder te liggen. “Je zit in je hoofd nog met seniorenvoetbal. En dan kom je ineens bij jongens van zes of zeven jaar. Die hebben helemaal geen zin om naar je te luisteren. Die zijn met veters bezig, met een bal die de andere kant op rolt, of met iets wat naast het veld gebeurt.”

Waar hij als speler gewend was aan tactiek, intensiteit en discipline, moest hij als jeugdtrainer ineens leren omgaan met belevingswereld, concentratieboog en speelsheid. “Daar zijn trucjes voor. Maar die moet je wel leren.”

Hij begon zich te verdiepen in het trainersvak. Las boeken en volgde interne cursussen. “Je pikt overal dingen uit die voor jou interessant zijn. Uiteindelijk moet je er je eigen draai aan geven. In de praktijk leer je het meest.”

En eerlijk is eerlijk: hij vond het geweldig. “Die kleine kereltjes in de kleedkamer, dat is fantastisch. Dat enthousiasme. Dat pure.” Niet ieder jaar was hij trainer van zijn eigen zoon. “Dat vond ik ook wel goed. Soms is het verfrissend als er een ander voor de groep staat.”

Even klaar met het trainerschap

Na tien jaar jeugdtrainerschap merkte hij dat het wat begon te knagen. “Ik was er een beetje klaar mee. Een beetje op uitgekeken.” Het was intensief, zeker in combinatie met werk en privé. Hij twijfelde of hij nog wel door wilde.

Totdat de technische commissie van Naaldwijk belde met de vraag of hij assistent-trainer van het eerste elftal wilde worden. “Dat zag ik niet zitten,” zegt hij eerlijk. “Dat voelde niet goed. Misschien wel omdat ik de touwtjes liever in handen heb.”

Niet veel later kwam de vraag of hij het tweede elftal wilde trainen. Daar moest hij over nadenken. “Ik heb het thuis besproken. Ik kende een deel van die selectiegroep nog uit de jeugd. Het was een leuke, hechte groep. Ook wel een vriendengroep. Dat sprak me aan.”

Hij zei ja. En daar heeft hij geen seconde spijt van gehad. Inmiddels zit hij in zijn derde seizoen.

Team boven alles

Wat hem het meeste plezier geeft? Dat is niet een tactisch hoogstandje of een individuele uitblinker. “Ik beleef het meeste plezier als spelers echt als team spelen. En dat merk je bij ons. Het is een hechte groep.”

“Die hechtheid zie je ook buiten het veld terug. Het eerste en tweede elftal gingen samen op trainingskamp. De onderlinge band werd sterker, de club hechter. Dat vind ik mooi om te zien. Je bent niet twee losse werelden.”

Sportief gezien gaat het ook goed. Er werd gepromoveerd en ook in de nieuwe competitie doet Naaldwijk 2 weer goed mee. “Voor dat succes wil ik in het bijzonder teammanager Gert-Jan Otto bedanken. Hij heet daar een groot aandeel in gehad. Samen zijn we een goed koppel.”

Voor Kees is winnen essentieel. “Gezelligheid is belangrijk. Maar als de prestatie heel slecht is, dan vind ik dat niet top. We zijn met z’n allen bezig om te winnen.”

En dat winnen, dat zit diep bij hem. “Al mijn trainingen zijn gericht op winnen. Als het competitief is, vinden spelers het interessant. Ik houd punten bij op trainingen. Dat deed ik bij de jeugd ook al. Dat pure willen winnen, dat vind ik belangrijk.”

Hij weet ook wel dat opleiden essentieel is. Zeker in de jeugd. “Maar die winnaarsmentaliteit, dat houd ik er graag in.”

Hoewel hij het trainen van jeugd altijd leuk heeft gevonden, merkt hij dat seniorenvoetbal hem nog beter ligt. “Je kunt veel meer over voetbal praten. Over keuzes, over tactiek, over situaties in de wedstrijd.”

Daarnaast regelen senioren ook veel zelf. “Dat scheelt. Je hoeft niet overal bovenop te zitten. Toch blijft het intensief. Het houdt je jong. Die spanning rondom een wedstrijd, dat is lekker.”

Maar diezelfde spanning maakt het ook zwaar. Het is een verplichting. “Je kunt minder makkelijk zeggen: we gaan een weekendje weg. Er is altijd een training, een wedstrijd, een verantwoordelijkheid richting de groep.”

Juist daarom kiest hij ervoor om nu te stoppen. Niet omdat het moet, maar omdat hij wil voorkomen dat het straks tegen gaat staan. “Ik wil het vóór zijn dat ik in oktober denk: waar ben ik aan begonnen?”

Clubman in hart en nieren

Kees houdt van clubvoetbal. Van herkenbare gezichten langs de lijn. Van spelers die elkaar al jaren kennen. “Ik vind het prettig dat je veel bekenden hebt. En ik vind het ook leuk dat je niet elk jaar vijftien nieuwe spelers hebt.”

Hij ziet dat het voetbal veranderd is. “Vroeger bleef iedereen bij zijn eigen club. Nu wisselen spelers veel sneller.” Dat mag, vindt hij, maar zijn hart ligt bij het vertrouwde. Hij is een trainer die van positiviteit houdt. “Die gasten komen niet naar training om het niet naar hun zin te hebben. Dat moet je koesteren.”

De samenwerking met het eerste elftal is volgens hem een van de sterke punten van de afgelopen jaren. “Het klikt goed tussen het eerste en tweede. Dat is belangrijk.” Er is overleg, afstemming en onderling respect.

Wat nu?

Na dit seizoen stopt hij dus. Maar helemaal loslaten? Dat is lastig voor een voetbaldier. “Ik ga zeker nog kijken. Maar anders. Niet meer bezig met tactiek of opstelling. Gewoon kijken, veel ontspannender.”

Of dat echt lukt, moet nog blijken. “Die spanning vind ik ook wel lekker,” geeft hij toe.

Voor de groep kan zijn vertrek ook verfrissend zijn. “Misschien is het goed als er een ander voor de groep staat. Iemand met een nieuwe blik.”

Klik op v.v. Naaldwijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op v.v. Naaldwijk voor meer informatie over de club.