COR PREIN MAAKT EINDE AAN KAMPIOENSDROOGTE VAN WNC

0
232

Cor Prein (45) begint dit seizoen aan zijn veertiende jaar als trainer van WNC. Een zeldzame staat van dienst in het amateurvoetbal. Vorig seizoen werd Prein voor het eerst kampioen met zijn club.

Het laatste kampioenschap van WNC dateerde uit 2005. Prein hield de groep het hele seizoen voor hoe bijzonder een kampioenschap op seniorenniveau eigenlijk is. “Ik heb de jongens gevraagd: kijk eens naar jezelf, hoe lang voetbal je al, en hoe vaak ben je eigenlijk kampioen geworden? Dan kon ik er in onze groep maar weinig opnoemen die dat op seniorniveau ooit hadden meegemaakt. In de jeugd wordt iedereen weleens kampioen. Bij de senioren is dat echt bijzonder.”

Vanaf dag één was het doel duidelijk. “We gaan dit jaar kampioen worden.” Uiteindelijk werd het WNC met zo’n vier punten voorsprong, beslist op de laatste speeldag, in een competitie die zwaarder bleek dan verwacht. Rivaal Roda Boys hield lang stand, terwijl andere ploegen waar Prein vooraf meer van had verwacht juist tegenvielen. Ondanks flink wat blessures en gedwongen wissels in de opstelling noemt Prein zijn ploeg een terechte kampioen. “We hebben gewoon een hele goede selectie.” Voor een aantal spelers was dit kampioenschap waarschijnlijk extra bijzonder. Michael Soepnel gaat zijn tiende seizoen bij WNC in, Roman Rahmani zijn achtste en Kay van den Boogaard zijn zevende. Tegelijk komen er ieder seizoen ook weer vijf, zes nieuwe gezichten bij.

De kampioenswedstrijd zelf verliep moeizaam. WNC trof de nummer laatst, al gedegradeerd, en had het toch lastig. “Bal op de paal van hun kant, en onze keeper pakt nog een goede bal. Ik moet eerlijk zeggen dat we behoorlijk zenuwachtig speelden. Het bleef in de eerste helft gelukkig 0-0.” In de rust volgde een duidelijke boodschap. “Ik heb gezegd: als we in dit tempo blijven spelen, gaan we het niet redden. Je hebt nog 45 minuten om iets te doen waar je een heel jaar voor hebt gewerkt. Laat dat niet wegglippen.” WNC kwam beter uit de kleedkamer en scoorde snel na rust. Omdat de ploeg de minst gepasseerde defensie van de competitie had, gaf die vroege voorsprong meteen vertrouwen. De tegenstander had nog twee treffers nodig om het feest te bederven. “Hoe langer je moet wachten op zo’n doelpunt, hoe spannender en moeilijker het wordt. Maar vrij snel na rust hadden we al het gevoel: dit gaat lukken.” Zelf bleef Prein op het moment zelf rustig. “Ik laat de jongens altijd lekker hun feestje vieren. Ik sta er een beetje van een afstand naar te kijken, praat links en rechts wat. Dat is hun feest. Later op de avond heb ik het zelf ook goed gevierd hoor.”

Wat de titel volgens Prein vooral mogelijk maakte, was eensgezindheid. “Zonder je staf is het lastig om resultaat te behalen. Hoe meer mensen hetzelfde doel nastreven en daarin geloven, hoe makkelijker het wordt. Dat is de kracht van WNC geweest, staf en spelers samen.” Onenigheid lost hij het liefst snel op. “Ik ben iemand van: niet blijven lopen met iets, of je nou speler bent of wie dan ook. Zeg wat er op je hart ligt. Dat hoeft niet altijd op een lieve manier, maar wel duidelijk en eerlijk.”

Voor het eerst handhaven

De grootste opgave ligt nog voor WNC. Dit is de derde keer in korte tijd dat WNC promoveert naar de vierde divisie. Handhaven lukte de vorige twee keer geen van beide. “Het eerste jaar promoveerden we eigenlijk best verrassend. WNC is een dorpsclubje. Voor de vierde divisie heb je meestal geld nodig, of een grote club met veel eigen jeugd. Dat hebben wij allemaal niet.” Toch stond WNC in beide eerdere seizoenen bij de winterstop keurig bovenin, derde in het eerste jaar en tweede in het tweede jaar. Niet het niveau werd hun fataal, maar de breedte van de selectie. “Op het einde van het seizoen stonden we soms met dertien man.” Dit jaar is daarom bewust gekozen voor een bredere selectie, ook met spelers die nog niet meteen op het vereiste niveau zitten. “We hebben een jongen van de derde klasse erbij, een jongen uit de top van de onder 19. Die maken de breedte sterker, en kunnen over drie, vier maanden het niveau hebben dat we tegen het einde van het seizoen hard nodig hebben.” Achteromkijken naar het kampioenschap doet Prein inmiddels nauwelijks meer. De eerste competitiewedstrijd van dit seizoen werd meteen met 3-0 gewonnen, uit. “Dat is op zich al bijzonder in de vierde divisie.”

Dat Prein al veertien jaar lang bij één club zit, is volgens hemzelf geen automatisme. “Als je drie jaar dezelfde trainer hebt, ben je normaal gesproken wel uitgekeken op iemand. Ik hou van uitdaging, van steeds vernieuwen, elk jaar weer nieuwe accenten. En dat geldt niet alleen voor mij, ook voor de spelers.”

Wat de voetbaltechnische focus voor dit seizoen precies inhoudt, houdt hij liever binnenskamers. “We hebben vijf punten benoemd waarvan we zeggen: die gaan we verbeteren. Als we onze uitgangsposities als team goed uitvoeren, komt de rest vanzelf. De doelstelling is voor mij altijd een prijs pakken. Wat die prijs is, kan per seizoen verschillen. Voor nu is het gewoon: het meest haalbare eruit halen.”

Ambitie om hogerop te gaan

Prein heeft zelf ambitie om hogerop te gaan als trainer. Vorig jaar sprak hij met een club uit de derde divisie en was één van de drie kandidaten. Hij eindigde als nummer twee. “Jammer, ja.” Een club moet voor hem wel volledig kloppen. “De club moet bij mij passen, en ik moet er een goed gevoel bij hebben. Dan is het het denken waard.” Na veertien jaar zou een afscheid van WNC hem oprecht pijn doen. “Dat zou er wel even inhakken ja.”

Over zijn eigen spelersloopbaan is Prein valt ook het nodige te vertellen. Zes jaar zat hij in de jeugd van PSV, als een van de talenten met uitzicht op een doorbraak. Via NEC Nijmegen maakte hij binnen drie maanden zijn debuut in de Eredivsie. Vlak voor die doorbraak echt vorm kon krijgen, scheurde hij op zijn negentiende zijn kruisband af. Anderhalf jaar viel hij uit. Toen hij begin twintig terugkeerde, haalde hij zijn oude niveau nooit meer. “Ik ben daarna naar Duitsland gegaan, en denk dat ik daar mijn andere kruisband al licht heb ingescheurd. Het jaar erna, bij Telstar, scheurde die knie helemaal af. Ik denk dat ik, door het compenseren van het ene been, het andere te veel heb belast. Er staan altijd jongens op het punt om door te breken, en de meesten redden het niet. Dat is jammer, maar daar sta ik niet te lang bij stil.” Dezelfde houding heeft hij tegenover het kampioenschap. “Het was een mooi feest, dat vergeten we nooit. Maar het doel is behaald, en nu gaan we door naar het volgende.”

Een van de laagst betaalde clubs

Volgens Prein betaalt WNC met allesbehalve grote sommen. Prein schat zijn club in als een van de laagst betaalde in de vierde divisie. “Wat wij bieden, is een onkostenvergoeding. Geen bedragen van 800, 900 of 1000 euro per maand, zoals je bij sommige clubs weleens hoort.” Vooral rond Rotterdam, waar WNC vroeger ook speelde, liggen de bedragen volgens hem een stuk hoger. “Binnen een straal van 20 kilometer zitten daar al snel tien clubs op derde, vierde of tweede divisieniveau, met veel jongens met een BVO-verleden. Dan moet je wel.”