Verwolf mikt met Haaften op promotie

0
14
Haaften

Danny Verwolf (38) debuteerde op zijn vijftiende in het eerste van Haaften en hoewel hij wat uitstapjes heeft gemaakt, is de club nooit uit zijn hart weggegaan. Inmiddels is hij, na drie afgescheurde kruisbanden, terug bij zijn jeugdclub als hoofdtrainer.

Wat Verwolfs blessuregeschiedenis zo bijzonder maakt, is het patroon: zijn kruisband scheurde af op zijn zestiende, zesentwintigste en zesendertigste. Steeds precies tien jaar ertussen. Bij de eerste operatie gebruikten de artsen zijn patellapees als nieuwe kruisband. Die scheurde na tien jaar weer. Bij de tweede reconstructie werd een hamstringpees gebruikt. Ook die begaf het uiteindelijk. Na die derde keer, twee en een half jaar geleden, was de keuze snel gemaakt. “Ik had graag nog gevoetbald, maar op een gegeven moment moet je ook aan je gezondheid gaan denken.”

De eerste keer, op zijn zestiende, gebeurde het op een onschuldig bedrijventoernooitje in de zomer. “Ik was toen nog rap en behendig, maar dan weten ze je als verdediger ook wel te vinden. Ik werd er letterlijk uitgeschopt.” Hij huilde erom, destijds. De derde keer voelde compleet anders. “Ik voelde hem knappen, en na één seconde wist ik het al: einde oefening. Dat is echt een andere emotie dan de eerste keer. Ik lag op het veld en wist meteen: dit is einde carrière.”

Bonusjaren in Haaften

Tussen zijn blessures door maakte Verwolf twee uitstapjes bij zijn jeugdclub vandaan. Vier jaar speelde hij als aanvaller bij WNC, in een team vol regiojongens dat echt stappen omhoog maakte. “Ik had toen zeker het gevoel dat ik nog hogerop kon.” Een overstap naar hoofdklasser LRC in Leerdam was zijn volgende stap worden, maar werd abrupt afgebroken door zijn tweede kruisbandblessure, waarna hij noodgedwongen een niveau zakte. De tien jaar die volgden bij Haaften noemt hij inmiddels bonusjaren. “Als je al twee keer je kruisband hebt gescheurd en je mag toch nog tien jaar spelen, is dat een extraatje.” Spijt over wat er sportief meer in had gezeten, houdt hij niet over. “Bij zo’n blessure heb je het niet in eigen hand. Dan kun je het ook makkelijker accepteren.”

Van speler naar trainer

Na zijn laatste blessure bleef Verwolf betrokken bij het team en werd assistent-trainer, eerst een seizoen naast hoofdtrainer Marcel de Groot. Vorig seizoen liep het tussen De Groot en de groep echter vast. “Helaas koos Marcel ervoor om op te stappen.” Toen De Groot eind oktober opstapte, nam Verwolf de honneurs waar en dat beviel zo goed dat hij aanbleef. Zijn eerste seizoen als hoofdtrainer verliep goed. In de winterstop sprak hij met de spelersgroep de ambitie af om derde te worden of een periode te pakken, en dat lukte. Alleen in de nacompetitie ging het mis. Na een reeks van acht gewonnen oefenwedstrijden in het voorjaar, tegen derde- en vierdeklassers, met soms ruime cijfers als 8-1 en 9-1, verloor Haaften de beslissende return in Zeeland met 4-3 van Nieuwland. ,,Die hadden we niet hoeven verliezen. Ik baal hier nog steeds enorm van, we kunnen veel beter voetballen dan we die wedstrijd hebben laten zien. Misschien zat er ook een stukje spanning op.”

Dit seizoen wil Haaften weer meedoen om prootie. “Ik vond het vorig jaar al zo dichtbij. Dus als je er al zo dichtbij bent, moet je het wel ambiëren. Alleen ik ben ook realistisch. Er zijn twee spelers vertrokken (Hamza Hammouchi en Luca Nijland)  en Joris de Fockert heeft helaas een zware kruisband blessure, en andere teams hebben zich flink versterkt. Maar gaan we van onze eigen kracht uit. Dan moeten we bovenin mee kunnen draaien.”

‘Ik kan niet meer zonder het trainerschap’

Zelf nog geen jaar hoofdtrainer, twijfelt Verwolf niet meer over zijn toekomst. “Ik dacht eerst: ik kijk wel een jaartje hoe het bevalt. Maar ik kan er inmiddels niet meer zonder.” Wat Haaften voor hem betekent, hoeft hij niet lang te overdenken. “Ik ben er begonnen als speler, geëindigd als speler, en nu ben ik er trainer. Mooier dan trainer zijn bij je eigen club wordt het denk ik niet.”