Het eerste van DVO’60 heeft een roerige zomer achter de rug. Er werd in Delano Omio een nieuwe hoofdtrainer aangesteld, maar zijn dienstverband bleef beperkt tot een aantal weken. Assistent Edwin Nieuwlaat, die eerder al de leiding had bij het eerste, nam het stokje over. „Ik had eigenlijk de ambitie niet meer.’’
Nieuwlaat neemt het roer over
Nadat de wegen van Omioo en DVO’60 scheidden, ging de club op zoek naar een vervanger. Haast was geboden: het nieuwe seizoen zou een maand later beginnen. Het bleek lastig om zo laat in de voorbereiding nog iemand van buitenaf aan te trekken: „De trainers die op dat moment nog beschikbaar zijn, zijn dat om een reden. Vaak is het een bewuste keuze’’, vertelt Nieuwlaat.
Dus keek de club naar een interne oplossing. Met Nieuwlaat op de bank hadden ze in principe al een ervaren hoofdtrainer in de gelederen, maar de Roosendaler had een aantal jaar geleden aangegeven geen ambitie meer te hebben om eindverantwoordelijke te zijn. „Maar ik wilde de club niet laten vallen’’, verklaart hij zijn keuze om het toch te doen.
Een verbintenis voor minimaal een jaar
DVO’60 vroeg Nieuwlaat het roer tot aan de winterstop over te nemen. „Ik heb zelf voorgesteld om er een jaar van te maken’’, vertelt hij. „Je wil geen onnodige onrust veroorzaken in de winter. We hebben ook de afspraak gemaakt om, mits het van beide kanten bevalt, te kijken naar een langere verbintenis.’’
Voor Nieuwlaat is het vooral van belang dat hij plezier in zijn werkzaamheden blijft houden: „Toen ik stopte als trainer vond ik de rust wel fijn. Het houdt namelijk niet op bij twee trainingen per week en een wedstrijd; je bent er eigenlijk de hele week mee bezig. Daar had ik geen zin meer in. Nu ik er weer ingerold ben, blijkt dat ik het toch nog heel leuk vind. Zolang dat blijft, blijf ik het graag doen.’’
Via het tweede terug bij het eerste
De laatste keer dat Nieuwlaat hoofdtrainer was, was in de coronatijd. Na die periode werd hij hoofd technische commissie. Na twee jaar begon het toch weer te kriebelen. De clubman ging aan de slag als trainer van het tweede en als assistent van Marco Klijs, de hoofdtrainer van de afgelopen twee seizoenen. Zo raakte Nieuwlaat toch weer betrokken bij het eerste: „Vooral het stukje groepsdynamiek en teambuilding vind ik leuk om mee bezig te zijn en dat kon perfect in die rol.’’
Een bredere selectie en nieuwe uitdagingen
Maar de plicht riep, dus staat Nieuwlaat nu weer als eindverantwoordelijke voor de groep. Grote veranderingen vonden plaats bij de selectie van DVO’60. Waar het team vorig jaar blij moest zijn als er zestien man op de been gebracht kon worden, kan er dit jaar geput worden uit een groep van zo’n 23 ‘eerste elftal-waardige’ spelers. Dat brengt ook weer uitdagingen met zich mee: „Het is van belang dat je alle kikkers in de kruiwagen houdt’’, vertelt Nieuwlaat.
Een uitdaging die hem op het lijf geschreven is: „Mijn grootste kracht als trainer is dat ik van een groep jongens een elftal kan maken. Ik weet dat je een competitie niet gaat winnen met zestien man. Daar heb je iedereen bij nodig. Maar we moeten reëel blijven: vorig jaar hebben we op het nippertje gehandhaafd. Dit jaar willen we, gezien de bredere selectie, een stabiele middenmoter zijn.’’

