Bij SC Kruisland dreigde een groepje kinderen tussen de 11 en 14 jaar tussen wal en schip te vallen. Door een dunne spoeling qua spelers en geschikte trainers was het lastig om voor dit groepje een oplossing te vinden, maar dankzij volhardende inzet van jeugdsecretaris Charissa Burgwal en ouders lukte dat toch. „Ondanks het hobbelige pad er naartoe, vallen de puzzelstukjes uiteindelijk toch in elkaar”, aldus voorzitter Gijsbert Bos.
Het is onvermijdelijk: kinderen worden ouder, gaan naar de middelbare school en krijgen vriendjes en vriendinnetjes uit andere dorpen. „We zagen helaas een aantal spelers vertrekken naar andere verenigingen om daar te gaan spelen met vriendjes”, vertelt Bos.
„Als je al krap zit en er vallen drie of vier spelers weg, zit je met een probleem”, gaat de voorzitter verder. „Bij ons gebeurde dat ook nog in een leeftijdscategorie waarin de stap van klein naar groot veld wordt gemaakt: waar je in de JO12 nog genoeg hebt aan acht tot tien spelers, moet je vanaf de JO13 opeens naar vijftien spelers toe.”
Het resultaat: Kruisland had nét te weinig spelers voor een volwaardige JO13 en JO15. „Daarom hebben we kinderen met vrij uiteenlopende leeftijden in een team moeten zetten”, legt Bos uit. „Een paar uit het voormalige JO12-team waren nog geschikt voor de JO11 en zijn teruggegaan. De oudste kinderen uit het vorige JO14-team hebben we naar de JO17 geschoven. De overgebleven spelers uit beide groepjes hebben we gecombineerd tot een nieuwe JO14.”
De leeftijden in het team lopen ver uiteen: er zitten kinderen van 14 tussen, die dispensatie kregen, maar ook een kind dat nog 12 moet worden. „We vonden het belangrijk om deze kinderen aan het voetballen te houden bij onze club, dus dan moet je creatief zijn”, vindt Bos. „Daarvoor credits naar Charissa (Burgwal, red.), die zich hierin heeft vastgebeten en niet meer heeft losgelaten.”
Het werk van de jeugdsecretaris stopte daar niet: er moest ook nog begeleiding komen voor de nieuwe JO14. „We zien vaak dat teams getraind worden door een van de vaders”, legt Bos uit. „In dit geval zat er geen ouder bij met ervaring en/of tijd daarvoor.”
Burgwal ging daarom in gesprek met de ouders en was open over de situatie: vanuit de club was het niet mogelijk om een trainer te regelen. „Via hun netwerk kwamen de ouders op de proppen met een trainer van buitenaf, die een van de trainingen voor zijn rekening wilde nemen”, schetst Bos. „De andere training werd eerst begeleid door de ouders zelf. Later hebben we een speler uit het vierde bereid gevonden die training over te nemen.”
Voor de wedstrijddagen heeft een vader de taak van vaste coach op zich genomen. Het fluiten en vlaggen wordt door andere vaders om en om gedaan. Zo is er met de nodige creativiteit toch geschikte begeleiding geregeld voor de JO14. Een hobbelige, maar leerzame weg, vindt Bos.
„De tip naar andere verenigingen in een vergelijkbare situatie: geef niet zomaar op, wees open richting ouders en begin onder de mogelijkheden die er zijn’’, gaat hij verder. „Na verloop van tijd blijkt het netwerk groter dan gedacht en vallen de puzzelstukjes toch in elkaar.” Burgwal vult aan: „We zijn erg blij dat alle ouders en betrokkenen de mouwen hebben opgestroopt. Zonder hen was dit zeker niet gelukt.’’

