Begonnen met het trainen van fanatieke jongens uit zijn eigen buurt, is Sargynio Diepgrond inmiddels alweer vier jaar actief als jeugdtrainer bij DIA. Komend seizoen staat hij als hoofdtrainer voor de groep bij de O15 van de club uit Teteringen. “Ik wil spelers de kans geven, die ik zelf nooit heb gehad.”
Want als speler van eerst JEKA en inmiddels DIA, had ook Diepgrond (23) de ambitie om beter te worden. “Maar ik speelde in een lager team, dus moest ik voor mezelf trainen.” Zogezegd, zo gedaan. “Toen ben ik gewoon met wat spullen en een paar ballen naar het veld gegaan, om daar wat te gaan doen.” En vanaf dat moment begon het spreekwoordelijke balletje te rollen. “Toen kwam ik andere jongens uit de buurt tegen, die zeggen: dat wil ik ook. Dus heb ik ze een keer een training aangeboden.”
Aandacht geven
Dat beviel van beide kanten zo goed, dat Diepgrond vervolgens als jeugdtrainer bij DIA belandde. “Ik vond het heel leuk en ook die jongens waren enthousiast.” Bewust koos de inwoner van Breda er vervolgens voor om bij de O15-2 te beginnen. Samen met een vriend. “Juist omdat ik de spelers van een lager team de kans wilde geven, die ik zelf nooit gehad heb.”
Leuk om zijn kennis van individuele trainingen in te zetten bij een team, staat Diepgrond alweer voor zijn vijfde seizoen als jeugdtrainer bij DIA. Voor het tweede jaar op rij als hoofdtrainer. “We zijn afgelopen seizoen twee keer kampioen geworden met de O14, dus ik ga met het team mee.” Het leukste van alles, vindt Diepgrond de ontwikkeling van zijn spelers. “Om samen aan iets te werken, en dat dan terug te zien.”
De twintiger omschrijft zichzelf dan ook als een betrokken trainer, die iedereen aandacht probeert te geven. “Ik wil dat spelers zich belangrijk voelen.” “Daarom bied ik ook altijd mijn hulp aan, ook buiten de training. Bijvoorbeeld door extra training te geven.”
Hoe ziet een normale teamtraining er bij hem uit? “Alles met bal. Dus dribbelvormen, passvormen met veel herhalingen en weinig stilstaan, maar veel doen.” “Op deze leeftijd moet je vooral veel bal aanrakingen hebben.” Naast natuurlijk een tactisch element.
“Daarom werk ik in blokken van twee weken, zodat we verschillende dingen in het aanvallen, verdedigen en omschakelen kunnen trainen.” Waar haalt hij zijn inspiratie vandaan? “Ik ben niet zo van de traditionele methodes, dus ik gebruik veel dingen van internet of vanuit de wetenschap.”
Ook tijdens een individuele training. “Ik leg uit wat de functie van je heup is bij het doorhalen, maar bijvoorbeeld ook wat een ‘enkellock’ is.” “En ik maak regelmatig gebruik van camera’s, om dingen vast te leggen.” Om op die manier heel specifiek aan de slag te kunnen gaan. “Vaak is het net dat kleine stukje, of net ‘dit oefenen’, om ergens veel beter in te worden.”
Voorbeeld
Zoals ook Diepgrond zichzelf, inmiddels als linksback van het eerste, steeds een beetje verder heeft ontwikkeld. “Ik moet het vooral hebben van duels spelen en rotzooi opruimen.”
“Het liefste wil ik niet echt de bal hebben, laat mij maar gewoon verdedigen. Dat heb ik toch geleerd, door in die lagere teams te spelen.” Al druist dat in tegen hoe hij als trainer in het spelletje staat. “Dan wil ik natuurlijk juist die gasten stimuleren dat ze de bal moeten willen hebben.”
Toch is het volgens de rechtspoot een voordeel, dat hij zelf actief is als voetballer. “Tuurlijk had ik het liefste hoger gespeeld, maar je kunt toch je ervaring overbrengen.” “Helemaal voor de verdedigers, kan ik veel dingen voordoen. Dan heb je toch een soort rol als voorbeeld.” En juist dat is volgens Diepgrond, die alweer tien jaar bij DIA speelt, misschien wel het belangrijkste aspect van trainer zijn.
“Het gaat er vooral om hoe je omgaat met anderen, en hoe je dingen uitlegt.” Helemaal als je net zulke grote dromen hebt als hem. “Ik heb altijd tegen mijn moeder gezegd: ooit wil ik Oranje coachen. Dus mijn doel is om bondscoach van Nederland te worden.” “Daar is alles sinds een jaar of zes op gericht.”
Diepgrond ziet het dan ook al helemaal voor zich. “Ik wil eerst hier bij DIA graag ervaring opdoen als hoofdtrainer en jongeren de kans geven.” “Daarna wil ik jeugdtrainer worden bij een BVO, om zo door te groeien naar de senioren.” Volgend seizoen staat het behalen van zijn VC2-diploma op de planning. Want één ding mag duidelijk zijn: “Ik wil steeds beter worden!”

