Bezig aan zijn derde seizoen als trainer van het tweede elftal, heeft Daniël de Ceuster bij Bavel nog steeds het gevoel dat hij zich iedere dag ontwikkelt. En dus sluit de inwoner van Breda niet uit dat hij ooit nog eens ergens hoofdtrainer wordt. “Ik moet wel bij een club passen en er voldoening uithalen.”
Thuis bij Bavel
Wat dat betreft zit de 48-jarige trainer bij Bavel uitstekend op zijn plek. “Ik heb hier vanaf mijn twintigste altijd gevoetbald, en ben daarna jeugdtrainer geworden.” Vijf seizoenen geleden maakte hij een uitstapje naar Rijen. “Dat was eigenlijk bedoeld voor de jeugd, maar het werd uiteindelijk het tweede. Dat heb ik twee jaar gedaan.” Tot De Ceuster een vacature zag van zijn huidige club. “Toen heb ik gesolliciteerd om trainer te worden van het tweede elftal, omdat ik toch wel weer graag wilde kijken of ik hier trainer kon worden.”
Laagdrempelig
Vooral dat laatste is niet voor niks, legt hij uit. “Het is gewoon een bijzonder prettige vereniging. Sociaal en iedereen doet gewoon normaal. Ik heb mij hier altijd enorm thuis gevoeld.”
Onder meer dus als speler. “Ik was geen vaste waarde in het eerste, deed af en toe mee. Op mijn 37ste ben ik in een lager elftal gaan voetballen.” Vaak als rechtsback of linksback. “Al kon ik ook op het middenveld uit de voeten.” Die ervaring neemt hij mee als trainer. Is er nog een verschil tussen het trainen van een jeugdteam of een tweede elftal? “Dat is niet specifiek anders, alleen de leeftijden lopen verder uiteen. Veel jongens ken ik ook nog van de jeugd.”
Het maakt zijn werkwijze een klein stukje makkelijker, vertelt De Ceuster. “Ik ben een trainer die zich probeert open te stellen, zodat iedereen de vrijheid voelt om met ideeën te komen en over voetbal te praten. Op die manier hoop ik het laagdrempelig te houden.” Desondanks vielen de resultaten afgelopen seizoen wat tegen. “Helaas zijn we toen gedegradeerd.” Een teleurstelling, maar De Ceuster beseft ook welke functie zijn ploeg binnen de vereniging heeft.
“Als het eerste elftal spelers van ons nodig heeft, ben ik daar heel makkelijk in. Uiteindelijk is ons doel om spelers van het tweede klaar te stomen voor het eerste. Als ze dat zelf willen.” De communicatie met Joep van den Ouweland, hoofdtrainer van het vlaggenschip, verloopt dan ook heel soepel. “Die is heel open. Ondanks dat het voor ons soms natuurlijk wel eens lastig is, omdat je met wisselende samenstellingen speelt.”
“Maar tegelijkertijd moet dat jongens ook motiveren om zelf die stap te kunnen zetten. Daarom ben je continu bezig om ze uit te leggen wat ze nog moeten verbeteren.” In dat kader volgde De Ceuster afgelopen seizoen de VC3-cursus van de KNVB. En met succes. “Ik vond het heel waardevol om met andere trainers over voetbal te praten. Daarom heb ik ook nog steeds het gevoel dat ik mezelf blijf ontwikkelen als trainer.”
Ontspanning
Hoe gaat dat er in de praktijk aan toe? “Ik probeer gedurende het seizoen naar een goede opbouw te kijken. Op basis van periodisering.” “Verder neem ik wedstrijdsituaties mee, kijk ik naar de tegenstander en maak ik dat trainbaar. Bijvoorbeeld door accenten te leggen tijdens een partij of positiespel.” Zoveel mogelijk dus met bal. “Ik had zelf vroeger een broertje dood aan zomaar doelloos rondjes lopen. Daarom vind ik het vooral belangrijk dat ze tijdens een oefening het onderste uit de kan halen. Dan is het vanzelf al een soort conditietraining.” Begonnen in een 4-3-3, schakelden ze daarna over naar een 5-3-2-formatie. “Het liefste speel ik wat aanvallender, maar je bent natuurlijk ook afhankelijk van je materiaal.”
Plezier en toekomst
Wat maakt het trainer zijn voor hem nou zo leuk? “Het is voor mij echt puur ontspanning en plezier naast mijn werk. En ik vind het leuk om met een groep bezig te zijn en ze echt beter te maken.” Maar ook het sociale aspect speelt voor De Ceuster een belangrijke rol. “Samen een overwinning vieren of er juist over praten, als je hebt verloren.”
Toch had hij zelf nooit verwacht dat hij trainer zou worden, is de voormalig voetballer eerlijk. “Die passie had ik in eerste instantie helemaal niet. Ik riep juist altijd: ik word nooit trainer.” Tot hij in 2017 halverwege het seizoen instapte bij de O15, omdat ze geen trainer hadden. “Toen vond ik het toch wel heel leuk!” En na een cursus, aangeboden door Bavel, was het hek van de dam. “Op die manier ben ik er eigenlijk ingerold.”
Hoe ziet De Ceuster dat in de toekomst voor zich? “Misschien zou ik op termijn wel een eerste elftal willen trainen. Ik sta er heel open in. Een club moet echt bij mij passen en ik moet er voldoening uithalen.” “Dus dat zou ook bij een O23 of tweede elftal kunnen zijn.” Of misschien als hoofdtrainer van Bavel. “Dat zou natuurlijk heel leuk zijn, maar ik heb niet een vast plan in mijn hoofd, dat ik over twee of drie jaar ergens trainer van een standaardteam moet zijn. Ik kijk wel wat er op mijn pad komt.”

