Van Amen kwam vijf jaar geleden binnen als jeugdtrainer en groeide door naar jeugdcoördinator en jeugd-TC-man. Daarna raakte hij steeds meer betrokken bij het eerste elftal. Hij nam het een paar wedstrijden over toen de toenmalige trainer werd weggestuurd, en deed dat later nog eens toen een trainer ziek werd. Dit seizoen krijgt de trainer een volledige staf om zich heen, waardoor Van Amen zich kan focussen op zijn nieuwe rol als technisch coördinator van de senioren. In die rol staat hij er niet alleen voor: hij wordt ondersteund door vier TC-leden. Het keeperswerk laat hij niet helemaal los. “Ik vind het gewoon veel te leuk om op het veld te staan.” Op dinsdag en donderdag traint hij nog altijd de keepers van het eerste en tweede.
In het dagelijks leven werkt Van Amen als security consultant in de IT, waar hij bedrijven adviseert over hoe ze zich tegen digitale dreigingen kunnen weren. Op de club is hij intussen een bekend gezicht. Hij kwam ooit zelf als speler bij de club, na een verhuizing vanuit Pijnacker. Hij begon bij het tweede, dat destijds in de reserve eerste klasse speelde. Zelf heeft hij vroeger op een hoger niveau gevoetbald, vertelt hij, al is dat inmiddels lang geleden. Twee jaar geleden probeerde hij nog een keer serieus terug te komen, maar brak daarbij zijn enkel en scheurde zijn enkelbanden af. Tegenwoordig voetbalt hij op vrijdagavond bij de veteranen, en sluit hij dit seizoen misschien af en toe aan bij het tweede, dat een gezellig vriendenelftal heeft.
Terug naar de basis
De grootste verandering zit ‘m niet in personen, maar in filosofie. Zo’n tien, twaalf jaar geleden koos de club ervoor om zo hoog mogelijk amateurvoetbal te gaan spelen, met geldschieters en spelers van buitenaf die daarvoor betaald werden. Jarenlang was de club daardoor de best betalende en dus ook een van de sterkste in de regio. Maar de laatste jaren zakte het niveau tot de huidige vijfde klasse. En dat terwijl de ambitie om terug naar boven te klimmen overeind bleef. Dat begon te wringen. Van Amen wijst naar buurclub Drechtstreek als voorbeeld. “Zij stonden een jaar of acht geleden voor dezelfde keuze, en kozen ervoor om gewoon een gezellige derdeklasser te zijn, met veel aandacht voor de eigen jeugd. Daardoor is het nu een hele mooie, levendige club.” Alblasserdam wil nu hetzelfde. “We willen geen club meer zijn waar spelers alleen voor het geld komen spelen en dan weer weg zijn. We gaan het met eigen jongens doen, jongens die we kennen, die bij ons op de barbecue rondlopen.”
Voor komend seizoen is een grote selectie samengesteld: bijna 47 man voor het eerste en tweede samen. Bewust breed, want vorig seizoen raakte de club tussen begin en eind van het seizoen 12 spelers kwijt. Er wordt zelfs overwogen een derde selectie te vormen. Ook op financieel vlak is er iets veranderd. Waar sommige clubs achter de schermen ongelijke envelopjes uitdelen, krijgt bij Alblasserdam voortaan iedereen hetzelfde kleine bedrag op zaterdag. Niemand meer of minder dan de ander. Een bewuste keuze van het bestuur en de TC. Een deel daarvan gaat automatisch in een gezamenlijke pot voor het eerste, het tweede én de onder 19, bedoeld om die groepen dichter bij elkaar te brengen. “Het zijn geen monsterbedragen. Het idee is juist dat het geld weer terug de club instroomt. Wie het krijgt, geeft het vaak weer uit aan de bar.”
Keepers, verdeeld over de club
Als keeperstrainer beperkt Van Amen zich bewust tot het eerste, tweede en de onder 19. “De rest van de jeugdkeepers hebben we ondergebracht bij een keeperschool in Sliedrecht, die apart trainen.” De reden is puur praktisch. Voor de hogere teams vallen de trainingen op andere dagen dan wat die keeperschool aanbiedt, dus valt dat niet volledig uit te besteden. Bij de jeugd zelf loopt het overigens prima, zegt Van Amen. Al is er in de regio veel van wat hij een ‘constante in- en uitstap’ noemt: spelers die met vriendengroepjes tussen clubs als De Alblas en De Zwerver heen en weer trekken. Twee jaar geleden verloor Alblasserdam daardoor jeugd, dit jaar komt een deel juist weer terug. De jeugd-TC is in handen van Paul van Rhenen, met wie Van Amen nauw samenwerkt om dezelfde lijn door te trekken van de jeugd naar de senioren.
Op naar de 100 jaar
Wat er op het spel staat, is groter dan alleen een goed seizoen. Alblasserdam werd in 1928 opgericht, en het 100-jarig bestaan komt in zicht. In de regio wordt inmiddels hardop de vraag gesteld of de club dat wel gaat halen, nu een ooit zo prominente naam op vijfdeklasseniveau voetbalt. “Dat is een serieuze doelstelling voor ons. Niet vanzelfsprekend.” De eerste prioriteit is dan ook simpel: bouwen en wedstrijden winnen om zo weer publiek naar het veld te trekken. Waar er ooit met gemak 100 tot 200 man langs de lijn stonden, waren dat vorig seizoen nog maar 20 tot 40 toeschouwers. “Een dooie boel.” Toen nieuwe trainer Bert Buizert werd aangekondigd, een echte clubman, trok dat alleen al wat oude gezichten terug naar het veld. Van Amen hoopt dat een selectie vol bekende, eigen jongens hetzelfde effect heeft.
Concrete doelen zijn er dit seizoen bewust niet voor het eerste elftal. De nieuwe competitie ligt dit jaar meer richting Breda, een regio die volgens Van Amen bekendstaat om stevig, fysiek voetbal. “Dat past ons wel als club. We staan zelf ook bekend als een vechtvoetbalploeg. De fairplay-prijs winnen we zeg maar niet elk jaar.” Na een seizoen vol blessureleed is de wens simpel: overwinteren met een gezonde groep, en het seizoen ook zo weer afsluiten. Promotie mag best, op termijn. Het jaar erna hoopt de club de knop echt om te zetten richting de vierde klasse, met als stip op de horizon een stabiele, gezellige derde klasse waarin ze weer tegen bekende regionale namen als De Alblas, De Zwerver en VVAC spelen. Voor dit seizoen geldt vooral één ding. “Eerst zorgen dat het weer klopt bij ons op de club. Daarna pas verder denken over promotie.”

