Mohammed Ayachi trotse jeugdvoorzitter van Zwaluwen

0
15
Mohammed Ayachi

Met 53 jeugdteams, waaronder acht meidenteams, heeft Zwaluwen een omvangrijke jeugdafdeling. Aan jeugdvoorzitter Mohammed Ayachi (39) de taak om samen met een grote groep vrijwilligers alles in goede banen te leiden. Plezier en ontwikkeling staan daarbij voorop, maar de Vlaardingse club heeft ook een duidelijke sportieve ambitie. ”We willen onze eigen spelers opleiden en uiteindelijk klaarstomen voor het eerste elftal.”

Ayachi is geboren en getogen in Vlaardingen en voetbalde zelf tot zijn dertiende bij HSC, de club die later opging in CWO. Blessures, school en vrienden zorgden ervoor dat hij al jong stopte. ”Daar heb ik nog steeds heel veel spijt van. Het is wat het is, maar daarom probeer ik mijn zoon nu maximaal te stimuleren om te blijven voetballen.”

Via zijn jongere broer raakte Ayachi voor het eerst betrokken bij Zwaluwen. Hij hielp langs het veld en pakte regelmatig de vlag op. Toen later ook zijn zoon bij de club ging voetballen, werd zijn betrokkenheid steeds groter. Twee jaar geleden werd hij gevraagd als jeugdvoorzitter. Inmiddels begint hij aan zijn derde seizoen.

“Ik trof een vereniging met ontzettend veel ambitie. Niet alleen op prestatief gebied, maar juist ook als het gaat om plezier en ontwikkeling. Kinderen moeten zich hier veilig voelen en er moet plaats zijn voor iedereen. Zowel prestatief als recreatief.”

De afgelopen jaren is er organisatorisch het nodige veranderd binnen de jeugdafdeling. Waar voorheen slechts een beperkt aantal coördinatoren actief was, heeft iedere sectie inmiddels een eigen coördinator en zijn verschillende commissies ingevuld.

“Vrijwilligers kunnen we natuurlijk altijd gebruiken, maar het fundament staat. Het huis begint zich steeds verder te vormen en daarop moeten we nu doorbouwen.”

Daarbij kan Ayachi terugvallen op zijn professionele achtergrond. Hij studeerde bedrijfskunde en is operationeel manager bij een verpakkingsbedrijf dat exotische groenten verwerkt. Toch ontdekte hij al snel dat leidinggeven binnen een voetbalvereniging iets anders is dan binnen een bedrijf.

“Op je werk heb je afspraken en verplichtingen naar elkaar. Bij een vereniging werk je met vrijwilligers. Je kunt iemand aanspreken op afspraken, maar je moet altijd beseffen dat diegene zijn sleutels op tafel kan leggen en zeggen: ik stop ermee.”

Het vraagt soms om een andere aanpak. ”Ik zeg weleens: als je binnen een vereniging succesvol kunt zijn, dan lukt dat in het bedrijfsleven ook. Je kunt nu eenmaal niet iedereen tevreden houden. De beste stuurlui staan uiteindelijk altijd aan wal”, zegt hij lachend.

Ayachi omschrijft Zwaluwen vooral als een warme vereniging. ”Iedereen is welkom. We sturen sterk op veiligheid en normen en waarden. Daarbij moet er aandacht zijn voor alle leden en niet alleen voor de prestatieteams.”

Sportief wil de club de komende jaren nadrukkelijk inzetten op de eigen opleiding. Met het eerste elftal in de derde divisie ligt de lat hoog, maar Zwaluwen wil voorkomen dat het daarvoor vooral buiten de deur naar spelers gaat zoeken. “We willen echte Zwaluwen-spelers opleiden. Jongens die hier vanaf jonge leeftijd spelen en door goede interne begeleiding steeds beter worden. Onze voorkeur is spelers ontwikkelen in plaats van ze van buitenaf te halen.”

De stap naar het vlaggenschip is groot, erkent Ayachi. Toch verwacht hij dat de gekozen koers op termijn resultaat gaat opleveren. ”Onze visie is om spelers vanuit de jeugd te laten doorstromen naar het eerste elftal. Binnen twee à drie jaar zouden we daarvan de eerste resultaten moeten kunnen zien.”

Een jeugdopleiding bestaat volgens Ayachi bovendien uit meer dan trainen en op zaterdag een wedstrijd spelen. Daarom organiseert Zwaluwen ook activiteiten buiten het veld, zoals PlayStation-avonden en eigen jeugdtoernooien rond de feestdagen. “Als je een warme vereniging wilt zijn, moet je meer bieden dan alleen trainingen en wedstrijden.”

Voor Ayachi zit de grootste voldoening uiteindelijk in iets wat nauwelijks in cijfers of resultaten is uit te drukken. ”Als ik hier om me heen kijk, ben ik vooral trots. Je ziet heel veel voetbal, maar vooral ook kinderen die plezier hebben. Ze staan met een glimlach op het veld en je ziet ouders die daar eveneens hun bijdrage aan leveren. Daar doe je het uiteindelijk voor.”