Vader Ruud geniet van zoon Stef én van oude liefde VDL

0
16
VDL

Ruud den Engelsman (56) was zeventien jaar toen trainer Rob Schalke hem bij VDL uit de jeugd naar het eerste elftal hengelde. Hij ging een prachtige carrière, voornamelijk in het blauw-witte shirt,  als amateurspeler tegemoet. Nu, bijna 40 jaar later maakt hij als assistent-coach mee hoe zoon Stef furore maakt in Maassluis.

 

Niet veel vaders zitten op de bank en staan elke week op het veld bij hun eigen zoon, dat moet een mooi gevoel geven?

Den Engelsman: ,,Het is bijna net zo mooi als mijn eigen voetbaltijd. Het is leuk als je zoon een leuk potje kan voetballen. Ik vergelijk hem nooit met mijzelf, hij is een andere soort speler dan ik was. Maar iedereen zal dat gevoel herkennen om zo’n leuke tijd door te brengen met sport waar je zoon in een ploeg zit waar je zelf een rol hebt.’’

Hoe werd je opeens assistent-trainer bij VDL?

,,Ik hoorde dat de club nog een tweede trainer zocht. Ik dacht, de kinderen zijn het huis uit, mijn vrouw en ik zijn thuis dus nog met z’n tweetjes en Jolanda zei, als je het leuk vindt moet je het doen. Toen heb ik Stef gebeld, wilde eerst weten hoe hij erin stond als ik assistent zou worden. Stef vond het leuk en dus vroeg ik hem een balletje op te gooien bij Jim (van der Jagt, hoofdtrainer VDL). Dan hoor ik wel of die het wat vindt. Jim belde me vrij snel op en wilde om de tafel. Zo rolde ik in deze functie.’’

Even terug naar je eigen periode als speler, die was prachtig bij VDL toch?

,,Ik speelde eerst acht jaar in het eerste elftal, op mijn 25e ging ik naar buurman Excelsior Maassluis maar na twee seizoenen keerde ik terug naar VDL en ging ik daar weer verder. Ik heb zulke mooie jaren meegemaakt. Behalve Rob Schalke heb ik de oud-profvoetballers Joop Mom en Jan Baksteen als fijne trainers mogen meemaken. Nog wel wat meer, maar die mannen zorgden voor goede elftallen. En we hadden toen een schitterende generatie.’’

Met de huidige hoofdsponsor en vroegere topscorer René Verhagen in de spits en jij erachter.

,,Ik was eerst linksbuiten, maar op zeker moment kwam ik in een vrije rol achter René terecht en wij voelden elkaar goed aan. Samen zorgden we voor veel goals en acties in de zestien meter. Achter mij stond Rob Smit op het middenveld, die moest het vuile werk opknappen en dat deed hij waanzinnig. Rob, altijd met afgezakte sokken, kon enorm bikkelen. Ik hoefde niet veel te verdedigen, dat deed Rob allemaal voor me. Echt een mooie vent om als speler in je elftal te hebben. Later kwam ook ‘Goof’ Garcia erbij. Toepie (Jeroen van der Hoeven) stond rechtsbuiten, Gerard Hoek linksbuiten. Dick Rijsoort achterin met Martin Fastenau en Bert Wevers naast hem. In de goal stond John van der Meij. We hadden toen een fantastische ploeg eigenlijk.’’

Er liep nog iemand rond, Henny Brinkman, de huidige verzorger die je nu 30 jaar later weer meemaakt.

,,Het is bizar hoe dingen soms lopen. Bij mijn debuut in het eerste elftal, als 17-jarige, maakte ik die zondagmiddag (VDL was toen nog een zondagclub, red.) de 1-1 in een belangrijke wedstrijd. Het was een kopbal, waarmee ik scoorde en de man die de voorzet gaf was Henny Brinkman…’’

Hoe kijk je, nu je weer zo terug in de club bent, naar VDL?

,,Ik kijk naar de staf, naar de jongens die in het eerste en tweede elftal staan, ik maak iedereen van dichtbij mee en komt tot de conclusie dat VDL een schitterende club blijft met een warme sfeer en een familiair gevoel. De sfeer met al die gasten, met stafleden die er al 20 of 25 jaar actief zijn, is zo mooi. Het is één bonk gezelligheid, terwijl iedereen weet dat er ook moet worden gepresteerd.’’

Daar zorgt de huidige hoofdcoach Jim van der Jag wel voor zeker?

,,Ik heb best wat trainers meegemaakt, maar VDL heeft een coach met een prima visie. Zijn manier van trainen en coachen spreekt me echt aan. Het is daarom leuk om onderdeel van zijn staf te zijn. Hij heeft afgelopen jaar wel wat neergezet bij VDL. Toen heb ik ook alle wedstrijden gekeken, maar vooral als vader en supporter. Nu maak ik het van nabij mee.’’

Nog één vraag, kan je het allemaal bolwerken?

Den Engelsman lacht, want begrijpt dat er een verhuizing aankomt en dat hij ook in het buitenland moet zijn voor zijn baas. ,,Ik ben ook nog opa, hè. Maar heb inderdaad een baan waarbij ik op pad moet. Na 22 jaar in de kassenbouw zit ik nu in de verkoop van ons bedrijf. Ik reis naar Engeland, was van de week nog in Ierland. Soms moet ik een beetje kijken hoe het past. Maar de passie is er nog op alle fronten.’’