Aron van Soest (25) staat na zijn tweede schouderoperatie weer op het veld. Bij HSSC’61 is hij bepaald niet de enige met het probleem. Het zit letterlijk in de familie.
Van Soests schouder ging voor het eerst uit de kom rond de overgang van de junioren naar senioren. Tijdens een oefening waarin hij een omhaal deed, kwam hij verkeerd terecht op de grond. Geen duel, geen botsing, gewoon een ongelukkige landing. Sindsdien volgden er bijna tien luxaties, verspreid over ruim negen jaar. Een eerste operatie loste het probleem niet blijvend op. Dit voorjaar onderging hij een tweede ingreep, de Latarjet-procedure, gericht op het stabiliseren van het gewricht. “Ik mag nu wel meedoen in de voorbereiding, maar dan een helft, hooguit zestig minuten. Tegen het begin van de competitie moet ik de negentig kunnen volmaken.”
Een familiekwaal
Dat Van Soest zoveel schouderleed kent, blijkt geen toeval. Zijn vader onderging eveneens een operatie, de schouder van zijn zus ging al één keer uit de kom, en zijn jongere broer Remon, ploeggenoot bij HSSC’61, ligt er alweer geruime tijd uit door precies hetzelfde. Alleen oudere broer Arwin bleef tot dusver gespaard. Een officiële diagnose van erfelijkheid kreeg de familie nooit, wel bevestigden meerdere fysiotherapeuten hun vermoeden. “Als ik het goed benoem, is het het labrum dat beschadigd raakt. Genetisch vastgesteld is het nooit, maar het kan eigenlijk niet anders.” Zijn eigen advies aan familieleden is inmiddels vast beleid. “Bij de eerste keer heb je nog hoop dat het daarbij blijft. Bij de tweede keer raad ik altijd aan: laat het gewoon opereren.”
Vorig jaar stond Van Soest voor een lastige keuze. Steeds maar een half seizoen kunnen spelen voordat de schouder er weer uit ging, begon te knagen. “Ik had er eigenlijk niet zoveel zin meer in.” Hij besloot dat als zijn broer Remon, die naar LRC was vertrokken, terug zou keren naar HSSC hij zelf alsnog voor de operatie gaan en het nog een jaar proberen. Zonder enige druk van zijn kant koos Remon er zelf voor terug te komen. Inmiddels heeft het lot de rollen omgedraaid: net nu Van Soest hersteld is en uitkijkt naar samen voetballen, is zijn broer zelf geblesseerd uitgevallen. De twee spelen ook al jaren samen zaalvoetbal in Gorinchem. “Ik vind het super mooi om samen met hem in één team te spelen. En nu ligt hij er weer uit.”
Op het veld laat de geschiedenis van blessures zich ook merken. “Als ik eerlijk ben, verwacht ik inmiddels wel dat het weer een keer gebeurt.” Fanatisme ontbreekt niet, verzekert hij, maar zijn duels gaat hij toch met iets minder overgave aan dan aan het begin van zijn carrière. “Ik begin wel angstvrij, maar zodra er iets gebeurt in een wedstrijd ga je er toch over nadenken.” Ook zijn andere schouder speelde vorig jaar even op tijdens een oefenwedstrijd, wat de onderliggende angst alleen maar voedt.
Sinds hij bij de senioren voetbalt, mist Van Soest bijna elk seizoen zo’n half jaar door blessures, op één uitzondering na. Voor komend seizoen is zijn doel daarom vrij logisch. “Gewoon zoveel mogelijk minuten maken.” Op zijn vaste positie, de zes, hoort hij bij fitte vorm eigenlijk altijd bij de basis. HSSC zelf mikt, zoals vaker de laatste jaren, op een periode en promotie via de nacompetitie. Degradatie is zelden een zorg. Voor Van Soest telt vooral één ding: dit keer een heel seizoen op de been blijven.

