DVO’60 zet jeugd centraal: ‘Wat is er goed voor het kind?’

0
28
DVO’60

EVO’60 heeft de jeugdafdeling de afgelopen jaren zien groeien. En dat was nodig: de Roosendaalse club kampte met een dunne spoeling in de bovenbouw. Inmiddels zit er iets meer spek op de botten. Jeugdcommissaris Edwin van Osch over het beleid erachter: „We hebben de kinderen centraal gezet.”

Op verzoek van het bestuur schreef Van Osch een technisch beleidsplan: een handvest om als club op terug te kunnen vallen. „Het voetballen staat voorop, maar we zijn ook een familieclub waar plezier centraal staat. Het vlaggenschip is ons visitekaartje, daar heerst een prestatieklimaat. Bij de rest staat dat op een iets lager pitje, maar spelen we een leuk potje voetbal, waarbij je zowel kunt presteren als plezier hebt.”

Om werk te maken van het nieuwe beleid begon Van Osch twee jaar geleden met het aanpakken van de totstandkoming van teamindelingen. „Er werd te veel gestuurd op dat ouders het leuk hadden met elkaar. We moesten beter kijken naar de kinderen zelf: vonden zij het wel leuk? Als een kind te goed is, of het juist niet kan bijbenen, moeten we hem plaatsen in een team dat wél bij zijn of haar niveau past. De vraag moet altijd zijn: wat is er goed voor het kind?”

Dat leidde tot wisselingen die in het begin niet altijd soepel verliepen. „Ouders werden soms krampachtig als we hun kind naar een ander team wilden plaatsen. We hebben veel gepraat met trainers en leiders en zijn stapsgewijs aan de slag gegaan, we willen ook weer niet die club zijn die elk jaar alle teams op de schop gooit.”

„elke maand krijgen we nieuwe aanmeldingen’’, gaat Van Osch verder. „We zijn creatief geweest met het opzetten van extra teams, zodat nieuwe kinderen konden aansluiten en gemixt werden met kinderen die er al zaten. Het komt steeds vaker voor dat een kind wel mag meetrainen, maar dat we die geen speeltijd kunnen beloven omdat de teams vol zitten. Dat was een aantal jaar geleden heel anders.” Het familiegevoel van de club is daarin ook een factor volgens Van Osch: naast het voetbal organiseert de club onder meer uitjes naar de bioscoop, toernooien en een kerstbingo.

De grootste uitdaging blijft de bovenbouw. Kinderen gaan naar andere scholen, krijgen bijbanen en andere interesses. „Met maar één team per leeftijdscategorie ben je kwetsbaar. Veel clubs van vier- à vijfhonderd leden hebben daar last van en moeten soms een hele lichting opheffen.”

Bij DVO’60 gaat het in ieder geval de goede kant op. „Een jaar geleden hadden we vier teams in de bovenbouw, nu zijn dat er zes’’, vertelt Van Osch. „Twee keer een O13, twee keer een O14, één O15 en één O19. Dat we nu in twee lichtingen twee teams hebben is erg mooi. We zijn er als club actief mee bezig om de banden tussen die teams aan te halen, zodat er een gevoel van saamhorigheid ontstaat. Zo kunnen ze elkaar te hulp schieten als er spelers tekort zijn bij een van de twee.’’

De instroom in de bovenbouw is volgens Van Osch vooral te danken aan goede mond-op-mond-reclame. „We benaderen niemand actief, maar via schoolvrienden maken kinderen de overstap naar ons. Spelers komen onze kant op voor de mix tussen plezier en presteren.”