‘Een club als Baronie hoort niet tegen degradatie te spelen’

0
16
Baronie

Na een moeilijk eerste jaar, heeft Omar Baddaje zijn plekje bij vierdedivisionist Baronie inmiddels helemaal gevonden. En dus legt hij dit seizoen niet alleen de lat hoog voor zichzelf, maar zeker ook voor het team. “Een club als Baronie hoort niet tegen degradatie te spelen in de Vierde Divisie.”

Toch gebeurde dat afgelopen seizoen dus wel. “Het was een chaotisch en moeilijk seizoen.” Zowel op, als naast het veld. “De trainer ging weg, de TD ging weg. Er was altijd wel iets. Dat zijn geen fijne omstandigheden.” Verder dan een twaalfde plaats, en één punt boven de nacompetitie, kwam de ploeg onder leiding van interim-trainer Jason Tjien-Fooh uiteindelijk dan ook niet. Wel handhaafde Baronie zich daardoor in de Vierde Divisie. “Daar ben ik wel heel blij mee. Ik had er niet aan moeten denken dat we eerste klasse zouden moeten gaan spelen.”

Laten gaan

Waarom liep het vorig jaar zo moeizaam? “Veel persoonlijke fouten, niet willen omschakelen, elkaar de schuld geven en niet voor elkaar vechten. Vooral daar, hadden we het moeilijk mee.” Want, zo vertelt Baddaje (22). “We lieten het een beetje gaan, als we achterstonden. Dan raakten we in paniek en wilde niemand er eigenlijk echt nog voor gaan. Tenminste, zo voelde dat voor mij.” En dat moet anders, vindt hij. Helemaal, omdat hij de lat dit seizoen een stuk hoger legt. “Een club als Baronie hoort niet tegen degradatie te spelen in de Vierde Divisie. Het is zo’n grote club.” Wat de inwoner van Breda dan wel verwacht? “We hebben er een aantal goede spelers bij gekregen en hebben nu echt veel voetballende kwaliteiten. Daarom hoop ik dat we iedereen kunnen verbazen en bij de eerste zes kunnen eindigen. Dat is misschien een beetje hoog gegrepen, maar dat moet, als Baronie zijnde.” Aan de nieuwe trainer, Ad Looijmans kwam over van DIA, kan het volgens Baddaje in ieder geval niet liggen. “Hij is een trainer die spelers begrijpt en goed met ons om kan gaan. Dus daar heb ik hoge verwachtingen van.”

Heel moeilijk

Verwachtingen die de linkspoot ook had, toen hij drie jaar geleden de overstap maakte van de jeugd van PEC Zwolle naar Sportpark de Blauwe Kei. “Ik had toen eigenlijk nog gehoopt op een stage bij een profclub, maar die kans kwam niet, dus ging ik op de laatste dag van de overschrijvingen hierheen.” Goed om even een stap terug te doen, wilde Baddaje zich graag laten zien in de Derde Divisie. “Helaas draaiden we dat seizoen niet lekker en degradeerden we.” Ook de verdediger zelf, had de nodige tijd nodig om zich aan te passen. “Ik vond het eerste jaar echt heel moeilijk. Als je van een BVO komt, is het echt wel even schakelen. Opeens ben je geen BVO-speler meer, en ga je van vijf keer in de week trainen naar veel minder.” Lekker in zijn vel, zat Baddaje in die periode dan ook niet. “Ik nam weinig aan van de trainer, omdat ik dacht dat ik het beter wist. En ik voelde me op mezelf in het team. Al kwam dat ook vooral door mezelf. In het tweede jaar voelde ik me veel vrijer en begon ik het te accepteren dat ik niet meer bij een profclub zat. Daardoor heb ik het echt naar mijn zin gekregen.” Aan de vooravond van zijn vierde seizoen in het shirt van Baronie, heeft Baddaje zijn plekje inmiddels dan ook helemaal gevonden. En niet alleen als vaste basisspeler. “Ik lig nu ook veel beter in de groep.”

Heimwee

Zijn vertrek bij PEC Zwolle, waar hij op dat moment in de O21 speelde, heeft Baddaje ondertussen dan ook verwerkt. “Dat kwam best wel hard aan, ook omdat ik dacht dat ik wel bij andere clubs op stage zou mogen.” Helemaal nieuw, was zo’n teleurstelling voor hem overigens niet. Al moeten we daarvoor eerst, terug naar het begin van zijn voetbalcarrière. “Ik ben begonnen bij Groen Wit, daar heb ik tot mijn zestiende of zeventiende gespeeld.” Ondertussen, speelde hij vanaf zijn vijftiende ook onder de noemer van Sterren van Morgen. De stichting die regelmatig wedstrijden speelt tegen BVO’s. “Daardoor mocht ik uiteindelijk naar FC Den Bosch.” Veel langer dan een half seizoen, duurde dat avontuur echter niet. “Ik heb toen stiekem met de Sterren van Morgen een wedstrijd gespeeld tegen PSG, daar kwam de club achter, dus moest ik toen weg.” Na een stage bij PEC, belandde hij vervolgens in Zwolle. “In het begin had ik daar heel veel moeite. Ik was net achttien, moest verhuizen én op mezelf gaan wonen. Daardoor had ik enorm veel last van heimwee.” Zijn verblijf daar, bleef dan ook beperkt tot een jaar. “Maar toch heb ik daar heel veel geleerd. Fysiek, tactisch en qua mindset.” Een mindset, die Baddaje ook nu, nog altijd met zich meedraagt. “Ondanks dat ik niet meer bij een BVO zit, sport ik nog steeds minimaal vier dagen per week voor mezelf. Eerst had ik daar niet zo’n behoefte aan, nu weet ik hoe belangrijk dat is.”

Voetballen

Helemaal, omdat hij nog altijd net zo ambitieus is. “Ik wil graag stappen maken, dus dan moet je het nóg serieuzer nemen. Fysiek zijn is dan hard nodig, en het ziet er beter uit.” Genoegen met spelen in de Vierde Divisie, neemt Baddaje dan ook niet. “Uiteindelijk wil ik graag zo hoog mogelijk als ik kan. En ik vond, dat ik de Derde Divisie ook aankon.” Tegenwoordig, vooral als centrale verdediger of linksback. “Vroeger was ik altijd middenvelder, nummer tien. Tot ik bij de Sterren van Morgen ging spelen en ze daar betere middenvelders hadden. Toen werd ik linker centrale verdediger. Dat ging zo goed, dat ik daar ben blijven staan.” Al speelde hij afgelopen seizoen, ook zo nu en dan op zes of acht. “Eigenlijk maakt het me niet zo heel veel uit. Alleen is het op het middenveld soms lastig met looplijnen.” Achterin, komt Baddaje naar eigen zeggen dan ook het beste tot zijn recht. “Ik ben niet zo groot, maar heb wel veel tactisch inzicht. Daardoor weet ik wat er gevraagd wordt in bepaalde situaties.” Toch heeft hij het liefste, de bal aan zijn voet. “Voetballen is mijn sterkste punt. Ik kan beter voetballen, dan verdedigen. Daarom wil ik ook altijd graag voetballen, in plaats van lang.”

Opgeheven hoofd

Slim aan de bal én een echte voetballer, maar ook iemand die de leiding probeert te nemen. “Ik ben eigenlijk altijd wel bezig om mijn teamgenoten aan te coachen.” Al is hij zelf, ook nog lang niet uitgeleerd, vindt Baddaje. “Vooral mijn rechterbeen kan nog veel beter. Maar ook mijn positionering en het aangaan van kopduels.” Ontwikkelpunten die de student Social Work, aan het Maas College in Breda, meeneemt naar dit seizoen. En dat zal nodig zijn ook. “Er is meer concurrentie. Maar dat is alleen maar goed.” Want, zo is hij van mening. “Ik vind ons soms nog te laks. We moeten harder werken en zorgen dat we iedere wedstrijd met opgeheven hoofd van het veld kunnen stappen. Dat is het belangrijkste voor mij.”