Het zal een memorabel moment zijn als Willem Looijen, straks ergens begin augustus 2019, lopend vanuit zijn honderd meter verderop gelegen woonhuis bij SVS’65 het sportpark oploopt; omkleden voor de eerste training in Spijk.

SPIJK – Het is dan dertien jaar nadat hij zijn cluppie verliet om het hogerop te zoeken. Zijn route ging langs LRC Leerdam, Kozakken Boys, terug naar LRC Leerdam, SteDoCo en nu voor het derde jaar bij Nivo Sparta in Zaltbommel. Voetballen leerde hij als 6-jarig ventje van zijn stiefvader, Rien Versluis. Vervolgens begon Versluis in 2000 met een jonge groep voetballers uit Spijk. Willem was toen zestien jaar. Vijf jaar later schoot ‘Wimpie’ zijn club bijna in zijn eentje naar de derde klasse.

Hij zou in dat seizoen in totaal 54 doelpunten maken. Vanzelfsprekend was er interesse voor de gemakkelijk scorende spits. De Spijkse doelpuntenmachine was opgevallen bij de ‘grote’ clubs in de regio. GJS informeerde destijds naar de diensten van de huisschilder, maar die had al voor LRC Leerdam gekozen. ,,Toen Kozakken Boys zich een jaar later meldde, was ik natuurlijk zo trots als een pauw. Het is hoe dan ook toch de grootste voetbalclub in de regio. Maar de keuze was verschrikkelijk moeilijk. Ik vond echter dat ik in Werkendam weer een stap kon maken. Er wordt daar altijd drie keer in de week getraind. Ik was toen 23 jaar en wilde zien waar mijn plafond lag.’’ Looijen kreeg landelijke bekendheid door zijn doelpunt, de gelijkmaker, tegen het grote Ajax. Daarmee dwong Kozakken Boys een verlenging af in het bekerduel, maar verloor met 1-2.

Zijn laatste periode bij Nivo Sparta loopt niet naar wens. Begin april raakte Looijen geblesseerd aan een knieband maar hoopt op 11 mei tegen Papendrecht weer van de partij te zijn om met Nivo
Sparta kampioen te worden. Bij SVS’65 lost hij een belofte in. ,,Ik heb beloofd ooit terug te keren en ik wil dan nog wel wat voor mijn cluppie kunnen betekenen. Ik word deze zomer 35 jaar dus moest ik niet te lang meer wachten. Ik ga bij Spijk niet afbouwen. Bovendien train ik mijn zoontje en hem wil ik ook zoveel mogelijk zien voetballen.”

Bron: AD
Fotograaf: Jan Volwerk