Bij leven en welzijn speelt Thiemo Fidder één dezer weken zijn 250ste wedstrijd voor KMD. “Ik zou liegen als ik zeg dat het me niks zou doen. Deze club ligt me nauw aan het hart.”

Op weg naar zijn jubileumwedstrijd speelde Fidder half januari met KMD in Maasland tegen MVV’27. De 27-jarige voorman van orchideekwekerij SION uit De Lier speelt een wedstrijd zoals hij er zo vaak speelt. Hij sleurt, maakt veel vuile meters, helpt in de verdediging en steunt de aanval. Mede door de inbreng van Fidder wint KMD met 3-1.

“We draaien lekker”, zegt Fidder. “De aanpassingen die onze trainer Martin de Mooij heeft gedaan in ons spel, hebben ons goed gedaan. Het is wat minder aanvallend, maar we kunnen nu beter gebruik maken van onze kwaliteiten om de ruimte voorin te benutten.” Hij speelt niet alleen met rugnummer acht, maar is ook een ‘acht’. Achter aanvoerder Jesse de Waard geeft hij vorm aan het Wateringse spel. “Op die plek speel ik al weer een jaar of drie, vier. Daarvoor speelde ik op tien, maar toen Jesse terugkwam was het logisch dat hij op die positie ging spelen.”

Hij maakte negen seizoenen geleden zijn debuut in KMD 1. “Dat was in een bekerwedstrijd, ik kan het me nog goed herinneren. Ik was negentien jaar. Roy Wasmus was trainer. We speelden tegen Laakkwartier, dat in de eerste klasse speelden. We verloren met 9-1. Ik maakte de 1-8.”

Hij had een half jaar nodig om te wennen aan het seniorenvoetbal. Daarna kreeg hij onder Wasmus een basisplaats. “Ik heb in die eerste jaren het hele elftal rondgezworven. Vaak stond ik aan de buitenkant. Ik had toen meer snelheid dan nu, maar daar staat tegenover dat ik volwassener ben geworden. Ik sta niet voor niets al weer een paar jaar in de as.”

Hij vindt het niet erg om het vuile werk voor anderen op te knappen. “Nee hoor, helemaal niet. Ik ken mijn kwaliteiten. Ik ben een harde werker die het van inzet en passie moet hebben.”

Dat hij reserve-aanvoerder is van KMD voelt Fidder als een eer. “Ik ben best trots op die rol, maar ik vind het best dat Jesse de aanvoerdersband draagt. Ik ben niet het type dat voor de wedstrijd handjes schudt en zo. Dat hoeft voor mij niet.”

Dat hij binnenkort behoort tot een illuster rijstje KMD’ers met 250 wedstrijden of meer voelt goed. “Dit is mijn eerste en laatste club”, zegt hij met zekerheid. “Ik kan nog wel even mee, voorlopig ben ik niet van plan te stoppen, maar een doel om de vierhonderd te halen heb ik niet.”