“Lekker meiden!”, roept trainer Derrick Leeuwin over het veld als zijn ploeg in de oefenwedstrijd tegen Den Hoorn binnen tien minuten een 2-0 voorsprong neemt.

Het regent in de eerste helft complimentjes van Leeuwin richting zijn speelsters. “We hebben de afgelopen weken veel getraind op passing en aanval”, zegt hij. “Ik vind het knap dat het nu al zo uit de verf komt.”

Helemaal verrast is de trainer, die in de ‘staf’ nog drie enthousiaste ouders om zich heen heeft verzameld, ook weer niet. De MO15 van Naaldwijk maakt sinds de start, aan het begin van dit seizoen, snel progressie. “Daar kijk ik best wel van op”, zegt Pieter van Nobelen, assistent-trainer van het team. “Het verschil in ervaringsjaren is namelijk enorm groot. Sommige meiden spelen al zes, zeven seizoenen, andere zijn pas dit seizoen begonnen. Om daar een team van te maken kost normaal gesproken tijd, maar wij zijn echt verbaasd hoe snel die meiden dat samen oppakken.”

We hebben vier dragende speelsters, dat scheelt”, reageert Leeuwin. “Die vier vormen de as, zij zijn het geraamte van het elftal, het houvast van het team. De andere meiden trekken zich daar aan op.”

Maar ook Leeuwin vindt de ontwikkeling van zijn pupillen opmerkelijk. “Zij deed een jaar geleden nog aan paardrijden en zij aan synchroonzwemmen”, wijst hij naar twee van zijn speelsters. Vanwege het verschil in niveau wisten Leeuwin en zijn staf niet wat hen dit seizoen te wachten stond. Vandaar dat voor de najaarscompetitie werd ingeschreven voor de tweede klasse. Daarin bleken de Naaldwijkse meiden in de meeste wedstrijden veel te sterk voor hun tegenstanders. “Steeds winnen met acht, negen doelpunten verschil is ook niet leuk”, meent Van Nobelen.

Daarom werd een hogere indeling aangevraagd bij de KNVB. “We gingen er vanuit dat we in de eerste klasse zouden komen, maar op basis van de resultaten zijn we in de hoofdklasse ingedeeld. Dat wordt pittig, dat weten de meiden. Maar dat vinden ze niet erg”, aldus Leeuwin. Want als er één karaktereigenschap de boventoon voert bij Naaldwijkse meisjes, dan is dat wel tomeloze inzet. “Deze meiden gaan er honderd procent voor en geven nooit op. Bij veel andere meisjesteams zie ik dat veel minder.” Met een MO15, een MO19 en een damesteam is de meisjes- en vrouwentak de laatste jaren behoorlijk gegroeid. “Maar we willen het verder uitbouwen”, verklapt Van Nobelen. “Het liefste hebben we een complete leeftijdslijn. Met een MO15, MO17 en MO19. Dan is de doorstroming gegarandeerd. Daarom zijn we hard aan het lobbyen voor meer meiden.”