Chris Molenaar is bezig aan zijn afscheidstournee als leider van het eerste zondagelftal van VELO. Na dit seizoen zwaait Molenaar, 67 jaar en gepensioneerd, af. “Ik heb van iedere minuut genoten.”

De tegenvallende prestaties van VELO in de eerste klasse dit seizoen, zijn geen reden voor zijn afscheid. “Ik ben er gewoon klaar mee”, zegt Molenaar. “Ik heb dertien jaar het eerste gedaan, daarvoor elf, twaalf jaar jeugdteams. Ik ga zeker niet thuis achter het raam zitten, maar dit hoofdstuk sluit ik af”, is hij gedecideerd. “Ik ben dankbaar dat ik dit heb mogen meemaken. Dankzij mijn vrouw Margreet, die er nooit een probleem van maakte als ik weer naar de club ging.”

Hij koestert zijn mooie herinneringen. “Natuurlijk is er veel veranderd sinds ik als leider begon bij trainer Jan de Jong. De beleving van spelers bijvoorbeeld. Twaalf, dertien jaar geleden leefden die jongens veel meer voor het voetbal. Tegenwoordig zijn er veel meer afleidingen. Voetbal staat niet meer bij iedereen op één. Dat is jammer, maar het is een ontwikkeling die je niet alleen bij VELO ziet. De maatschappij verandert, interesses ook.”

Van Molenaar echter geen kwaad woord over de inzet van de huidige selectie. “Als ze trainen en een wedstrijd spelen doet iedereen zijn stinkende best.

Hij noemt zichzelf bloedfanatiek en ‘van de discipline’, maar heeft oog voor ‘verhoudingen’. De zorgelijke positie van VELO in het klassement komt niet uit de lucht vallen. “Op een paar spelers na is het hele elftal vernieuwd. Deze jongens doen hun best, maar hebben het moeilijk. Als leider geef ik een extra schouderklopje. Het is belangrijk dat het gezellig blijft.

Amper acht maanden geleden stond VELO nog met anderhalf been in de hoofdklasse. “In de finale van de nacompetitie stonden we tegen Alphense Boys met 1-0 voor. We waren een kwartier van de hoofdklasse verwijderd”, treurt Molenaar.

Helemaal met lege handen verlaat hij VELO niet. Hij maakte met de Wateringers twee promoties mee. “Met Jan de Jong promoveerden we, met Corné van Doorn werden we kampioen.”

Hij onderhield met alle trainers (Jan de Jong, Corné van Doorn, Cees Tempelaar, Albert van der Dussen en huidig trainer Patrick van Dullemen) een uitstekende werkrelatie. “Ik stelde me altijd gedienstig op. Ik was een luisterend oor voor spelers, maar ook voor de trainer. Ik organiseerde de uitjes en ook de trainingskampen.”

De spelers en de trainer wilden graag naar het buitenland. Dus ik had een trainingskamp geregeld in Tenerife. Daarna zijn we jarenlang naar Gran Canaria geweest. Dat was altijd één grote verbroedering. Geweldig voor de teambuilding. Als jongens door studie maar een dag of vier konden komen, lieten we ze later invliegen. Eén keer zijn we op wintersport geweest. Dat vond ik niks. Ik kon niet skiën en zat alleen maar in zo’n lift en bergstube. Het jaar erop zijn we de zon weer gaan opzoeken. De afgelopen twee jaar heeft Gerben Voois de organisatie van het trainingskamp gedaan. Hij is veel handiger met de computer dan ik.”

Achteraf gezien waren de eerste jaren onder Jan de Jong het leukst. Dat kwam ook door het begeleidende team. Frits Rijsemus was tweede leider, Mart van Paassen materiaalman, ouwe-jongens-krentenbrood. Frits en Mart zijn in januari nog mee geweest met de trip naar Barcelona. Dat was een soort reünie.”