Kern van acht als fundament van bouwwerk
Met een kern van acht talentvolle spelers begon FC ‘s-Gravenzande zeven seizoenen geleden in de eerste klasse te werken aan een bouwwerk dat inmiddels heeft geleid tot een stevig fundament in de hoofdklasse. ‘Volwassenheid’ is de sleutel van het ’s-Gravenzandse succes op het veld.

FC ’s-Gravenzande eindigde vorig seizoen op een knappe zevende plaats in de hoofdklasse. Bij veel andere clubs zou dat grote optimisme hebben teweeggebracht. Op sportpark Juliana moet de eerste speler nog worden gevonden die roept dat zijn team in de top-5 gaat eindigen.

“Dat zegt wel iets over de realiteitszin”, reageert Koos Klop (61), die sinds zes jaar de teammanager van de hoofdmacht is. “Op de manier waarop wij het doen gaat het met kleine stapjes.”

Bouwsteentje voor bouwsteentje wordt gewerkt aan een stevig bouwwerk bij de fusieclub in ’s-Gravenzande. “Dit is natuurlijk wel een club met visie”, zegt Klop. “Daar is durf, lef en vooruitdenken voor nodig.”

Klop is binnenkort de derde vaste fulltime-kracht die aan de slag gaat op ‘Juliana’. Hij is per 1 oktober aangesteld als verenigingsmanager. FC ’s-Gravenzande had met Ron van Meerten (technisch manager) en commercieel manager Domingos Lopes de Brito al twee professionals op de loonlijst staan. “De club heeft heel goed nagedacht over de organisatie”, weet Klop.

Dat nadenken deed FC ’s-Gravenzande ook over de wijze waarop het hogerop wilde komen. Op hoog amateurniveau zijn voorbeelden genoeg van clubs die de geldbuidel trekken en de ene na de andere speler ‘kopen’. FC ’s-Gravenzande wilde en doet het ook anders. “Het beleid van de club is helder en duidelijk: voor 65 à 70 procent eigen opgeleide jongens en waar nodig halen we gerichte versterkingen zoals dit seizoen met Jordi de Bruin, Gijs Abbas en Menno Roodenburg. Dat doen we alleen als er op die positie geen eigen speler met potentie beschikbaar is. Denken we dat een eigen jeugdspeler op korte termijn klaar is voor de stap doen we het niet. Een speler van buitenaf mag nooit de ontwikkeling van een eigen jeugdspeler in de weg staan.”

VOLWASSENER
Twan van Meerten en aanvoerder Roy Vermolen behoorden zeven jaar geleden tot de kern van spelers waar FC ’s-Gravenzande het elftal van de toekomst op dacht te kunnen bouwen. “Het geraamte van het team is eigenlijk al jaren onveranderd”, zegt Vermolen. “Het verschil is dat we toen achttien, negentien jaar waren allemaal en nu 25 jaar. Als voetballer ben je op je 25ste in de vorm van je leven. We zijn met elkaar een stuk volwassener geworden.”

Dat is ook terug te zien in de lijn van de prestaties. Na de eerste promotie naar de hoofdklasse bleek FC ’s-Gravenzande nog te licht voor de hoofdklasse, na de promotie vorig seizoen oogt het team van Richard Elzinga, die als trainer het stokje overnam van Frans Danen, stabieler. Net als Vermolen gebruikt Van Meerten het woord ‘volwassenheid’ als het gaat om het spel van FC ’s-Gravenzande. “We hebben in de loop der jaren de nodige ervaring gekregen. Dat zie je terug binnen de lijnen.”

“Bij ons eerste avontuur in de hoofdklasse waren we nog heel erg naïef”, vertelt Klop. “Als we dan in de tachtigste minuut op 1-1 kwamen, wilden we per se nog winnen en zetten we alles op de aanval met als gevolg dat we vaak het deksel op onze neus kregen. Nu nemen we genoegen met een punt, consolideren we en vallen we wel aan maar met beleid.”

Het publiek op Juliana krijgt ieder seizoen een herkenbaar elftal te zien, met naast Van Meerten en Voormolen Sander Koeleman, Frank Broos, Yuri Westhoff, Pascal Broch en Danny Koning in de FC-kleuren.

“Als speler is het fijn dat de club vertrouwen in je heeft”, zegt Vermolen. “Echt alles is geregeld. De faciliteiten zijn top, eigenlijk hoef je als speler maar aan één ding te denken: voetballen.”

Klop, zegt trots: “Alle trainers die hier hebben gewerkt keken bij de eerste keer hun ogen uit. We hebben een voorzieningenniveau dat betaald voetbal-waardig is.”

HANDHAVING
De zevende plaats vorig seizoen was meer waarop FC ’s-Gravenzande vorig seizoen had gerekend. “Als gepromoveerde club richt je je in eerste instantie op handhaving”, schetst Van Meerten. “Maar zeven wedstrijden voor het einde hadden we dat doel al bereikt.”

Ligt de lat daardoor hoger komend seizoen? Van Meerten is voorzichtig. “Laten we eerst maar genoeg punten halen.” Vermolen: “Het tweede seizoen in de hoofdklasse is altijd moeilijker. Bij ons eerste avontuur in de hoofdklasse handhaafden we ons in het eerste jaar en degradeerden we in het tweede jaar.”

Van Meerten hoopt in ieder geval tot meer speelminuten te komen. De aanvallende middenvelder bleef ook afgelopen seizoen niet gevrijwaard van blessures. Maart en april miste hij door een blessure opgelopen in de wedstrijd tegen SteDoCo. “Ik kwam ongelukkig ten val waardoor mijn schouder uit de kom raakte. Ik heb acht wedstrijden gemist. Ik heb al de naam van een brokkenpiloot met twee enkelblessures en de nodige spierblessures. In al die jaren heb ik te veel gemist.”

Geef een reactie