FC ’s-Gravenzande wordt geroemd vanwege de uitstekende organisatie en jeugdopleiding. Belangrijk onderdeel van het beleidsplan is ook de intensieve benadering van de niet-selectiejeugdvoetballers. “De club investeert óók in de breedte”, reageert Fernando Bolleboom. “Het is de visie van FC ’s-Gravenzande dat prestatievoetbal niet zonder breedtevoetbal kan. Onderkant bepaalt bovenkant.”

Bolleboom (41) werd drie jaar geleden aangesteld als coördinator voor de niet-selectieteams. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de eigen Voetbalschool van FC ’s-Gravenzande. “Het gaat om enorme aantallen voetballende kinderen”, zegt Bolleboom. “Alleen al op de dinsdagavond van half zes tot half zeven trainen 29 teams op onze velden. Als er wordt gewisseld, gaat het om meer dan vijftig teams.”

Het bestuur van de fusieclub zag jaren geleden al in dat een coördinator nodig was om de kwaliteit van de trainingen te waarborgen. “FC ’s-Gravenzande is een vereniging. Alle leden moeten zo goed mogelijk gefaciliteerd worden, of je nu in een selectie- of niet-selectieteam zit. Daar is de club heel duidelijk in. Die voorwaarden proberen we te realiseren.”

Selectieteams trainen drie keer in de week, niet-selectieteams twee keer. “Daar staat tegenover dat ze een derde keer kunnen trainen bij de voetbalschool”, vertelt Bolleboom. “Een speler in een selectieteam betaalt een hoger bedrag aan contributie dan een niet-selectiespeler. Dat heeft te maken met de frequentie van trainingen. Als een niet-selectiespeler lid wordt van de voetbalschool betaalt hij of zij een extra bedrag. Voetbalschool Westland staat overigens ook open voor leden buiten FC ’s-Gravenzande.”

Bij de niet-selectieteams werkt FC ’s-Gravenzande met niet-betaalde trainers. “Het zijn vooral ouders”, zegt Bolleboom. “De club heeft een duidelijk vrijwilligersbeleid. Ouders van leden hebben verplichte vrijwilligerstaken. Geen trainer is geen training. Als je zulke duidelijke regels hebt, moet je als club wel zorgen voor een goede organisatie en begeleiding van al die trainers.”

“We organiseren regelmatig avonden, geven cursussen om trainers te stimuleren de kennis te vergroten en zorgen voor, en dat is heel belangrijk, fysieke ondersteuning op de trainingsavonden. Als ik andere clubs een tip moet geven: zorg ervoor dat je mensen hebt rondlopen die als vraagbaak en aanspreekpunt kunnen fungeren. Trainers hebben behoefte aan én aandacht én bevestiging.”

“Ik loop altijd rond en dat geldt ook de verschillende coördinatoren in de leeftijdsjaren”, vervolgt Bolleboom. “Input krijgen en feedback geven, dat is zó belangrijk.”

Voorkauwen

“Wij maakten in het begin ook de fout om de training die gegeven moest worden helemaal voor te kauwen. Dan krijgen de trainers een papier met de training van A tot Z. Dat werkte niet. De trainers vonden het niet leuk en konden hun eigen creativiteit niet kwijt. Nu werken we nog wel met een jaarplanning, maar in elke periode hebben we een thema. Dat krijgt de trainer via de groepsapp van het betreffende leeftijdsjaar een programma door met allerlei oefeningen die hij zou kunnen geven. Je geeft een bepaalde richting aan, maar je laat ook ruimte aan de eigen inbreng. Dat functioneert heel goed. Maar het belangrijkste, ik blijf het herhalen, is de fysieke ondersteuning ten tijde van de training.”

“Prestatiesport kan niet zonder breedtesport”, meent Bolleboom. Hij ondersteunt die mening met cijfers. “Vijfentwintig procent van de spelers die deel uitmaken van de voorselectie waaruit de uiteindelijke selectieteams worden samengesteld, komt uit de breedtesportteams. En tien procent krijgt een plaatsje in een selectieteam. Ook vanuit dat oogpunt is het belangrijk om veel energie en aandacht te besteden aan je niet-selectieteams.”