“Een hooligan met een klein hartje”, heeft Rob Bulsing, zélf fotograaf, onder de foto gezet, waar hij samen met zoontje Robbie op staat. Wat direct opvalt zijn zijn gespierde armen vol tattoos.

Erik Sosef, voorzitter van Honselersdijk, had al verteld dat achter het stoere uiterlijk een gevoelig persoon schuilt. Eentje die hart heeft voor jeugd. “Type ruwe bolster, blanke pit. Hij is bij de mini-F helemaal op zijn plaats.”

“Klopt helemaal”, reageert Bulsing (54). “Bij die gassies gaat mijn hart helemaal open.” Hij is naast hoofdtrainer van de jongste spruiten van Honselersdijk ook coördinator van de C-jeugd. “Dat zijn vier elftallen. Daar heb je te maken met heel andere problematiek. Dat is niet altijd makkelijk. Ouders bemoeien zich ermee. Dat is anders dan bij het kleine grut.” Hij komt net terug van de supermarkt. “Ik werd herkend door zo’n ‘gassie’. Hé meester, riep hij. Prachtig toch.”

“Ik heb bij de training de hulp van mijn zoontje en twee jongens uit de D. Dat is wel een luxe, maar aan de andere kant ook weer niet. Het zijn kids van vier, vijf jaar. In de training zit alles verwerkt. Aai over de bol, knuffel. Even aan het handje lopen. Ik geniet daarvan”, zegt Bulsing.

“Weet je, op deze leeftijd zijn ze nog volledig onschuldig. Ze zijn onbevooroordeeld, zijn altijd eerlijk. Dat vind ik zó heerlijk. Was de hele wereld maar zo.”

Honselersdijk mag dan de laatste jaren door de vergrijzing van het dorp minder jeugd hebben, de mini-F blijkt daar weinig last van te hebben. “We hebben 23, 24 van die mannetjes lopen. Ze vertellen allemaal door hoe leuk ze het hier hebben.” Hij staat altijd klaar met troostende woorden, maar er wordt ook getraind. Bulsing: “We proberen die kids de eerste beginselen van het voetbal bij te brengen. Stoppen, passen, schieten. Je hebt snel door welk jongetje talent heeft en welke niet. We kunnen allemaal schilderen, maar er is maar één Rembrandt. Ik zet altijd een goede bij een mindere goede speler die zich aan de goede kan optrekken.”

Bulsing heeft sowieso een groot kinderhart. Hij richtte vier jaar geleden de stichting Westlands Hoop op. “Ik heb op een gegeven moment in het ziekenhuis een doodziek jongetje gefotografeerd. Daar werd dat ventje zo vrolijk van dat ik dacht: dat gevoel moeten we toch meer kinderen kunnen geven?”

Hij besloot Westlands Hoop op te richten. “We werken met alleen maar vrijwilligers en leven van giften en donaties. Doel van de stichting is om een wens van een ongeneeslijk ziek kind te vervullen. Dat kan een vliegtochtje zijn maar ook het bakken van pannenkoeken. Grote en kleine dingen dus. In vier jaar tijd hebben we op die manier negenendertig wensen vervuld.” Zelf vindt hij het niet bijzonder wat hij doet. “Ik vind het normaal. Elke keer krijg ik een brok in mijn keel. Als je een gezond kind hebt, sta je er niet bij stil dat het ook anders kan.”