Hij noemt zichzelf de man van van alles wat. De taken die Pieter Penning bij VDL verricht zijn namelijk niet in één functie te vangen. “Ik ben de oren en ogen van de club. Ik hou in de gaten wat er op de werkvloer leeft.

Penning, 53 jaar, speelde als voetballer nooit in het blauwe shirt van VDL. “Hoewel ik uit Maassluis kom, heb ik jarenlang bij DVO’32 in Vlaardingen gespeeld. Ik ben ook pas op mijn 23ste begonnen. Ik heb nog heel eventjes bij Deltasport gevoetbald, maar als één ding over mijn eigen voetbalcarrière te melden is, is dat hij vooral niet noemenswaardig is”, zegt hij lachend.

Hij kwam bij VDL door het zeven-tegen-zeven toernooi, ruim zestien jaar geleden. “Dat organiseerde ik samen met Marcel van der Kraan, die een vriend van mij is. Destijds was dat zeven-tegen-zeven niet zo ingeburgerd als nu. Het was iedere vrijdag en we hadden heel veel teams. We zorgden ook voor entertainment. Dan gingen we met zijn tweeën kijken of er een geschikte zanger was in de Gouden Snor. De slechtste namen we. Vervolgens werd de tent afgebroken bij VDL.”

Zijn werkzaamheden opsommen is zo’n beetje al een dagtaak. “Officieel heb ik één functie”, vervolgt Penning. “Die van coördinator van de JO9. Ik doe ook de Kiddiez, dat is de jongste groep kinderen. Ik maak de kinderen en vooral hun ouders wegwijs bij de club. Ik vertel ze ook dat als je lid bent van VDL van je verwacht wordt dat je meehelpt.

Hij ergert zich nog wel eens aan het consumptiegedrag van leden en ouders van jonge leden. “Ik ben een warm voorstander van hoe Excelsior’20 het aanpakt. Het mag van mij best strenger. Ik heb liever een club van vijfhonderd leden die zich inzetten dan eentje met 750 waar tachtig procent kijkt hoe twintig procent het werk opknapt.

Zelf geeft hij het goede voorbeeld. Hij kijkt niet op een uurtje meer of minder. Hij helpt keukenkoning Wim van Beieren met de inkoop, staat achter de bar als dat nodig is en zit midden in de organisatie van het Robin van Persie Tournament. “De internationale variant kost zó veel tijd. Er moet enorm veel geregeld worden, van teams tot onderdak.”

Maar hij is vooral de link tussen ‘werkvloer’ en bestuur. “Ik zit altijd bij bestuursvergaderingen om mijn input te geven. Zelf hoef ik daar niet zo nodig in. Ik heb een adviserende functie. Ik loop vijf dagen in de week bij VDL en weet precies wat er speelt.