Veertien trainers en leiders van Bergambacht ontvangen één dezer dagen een certificaat voor het kadercoachtraject die zij onder leiding van een KNVB-docent hebben gevolgd. Met het aanbieden van de cursus wil de club zijn niet-geschoolde trainers gereedschap geven om hun rol als trainer en coach zo goed mogelijk te vervullen.

Jan-Willem Ooms staat volop in de schijnwerpers. De assistent-trainer en leider van de JO9-1, vader van spelertje Chris, doet voor een wedstrijd tegen een mixteam een wedstrijdbespreking met zijn ‘jongens’. Tijdens de wedstrijd staan de andere dertien trainers en leiders met docent Eric Treling Ooms op de vingers te kijken. In de korte rust en na afloop bespreekt Treling de bevindingen met zijn ‘klas’. “Alles is erop gericht om te leren van elkaar”, zegt hij. “Het geven van feedback is daarin heel belangrijk.”

We willen onze onervaren en niet-geschoolde trainers handvatten geven waardoor ze een betere basis hebben om training te geven en te coachen tijdens wedstrijden”, legt Willem-Jan Barendregt, sinds dit seizoen voorzitter van de technische commissie uit. “We merkten dat daar veel behoefte aan is. De meeste van onze jeugdtrainers zijn ouders. Sommige hebben veel voetbalervaring, sommige helemaal niet. En ook voor ouders met veel ervaring is deze cursus heel erg nuttig. Het geeft inzicht hoe je een training structuur kan geven, maar geeft ook antwoord hoe je moet omgaan met kinderen van een bepaalde leeftijd. Een training is veel meer dan een oefenvorm aanreiken. Een voetballer die op hoog heeft gespeeld, is niet per se een goede jeugdtrainer. Het gaat er ook om dat hij de vertaalslag kan maken naar de jongens en meisjes die hij traint.”

Tijdens één van de vijf bijeenkomsten kwam ook de gebruikte voetbaltaal aan bod. “Voor de doorgewinterde voetballer is dat gesneden koek, maar voor een jongetje dat net is gaat voetballen niet begrijpelijke taal. Als je als trainer tijdens de wedstrijd zegt: ‘kom eruit’ moet je niet gek staan te kijken dat er spelers zijn die zich aan de zijlijn melden voor een wissel, terwijl de voetbalbetekenis uit de verdediging gaan is.

Bergambacht beschouwt het kadercoachtraject als een middel om meer handen en voeten te geven aan de jeugdopleiding. “We zijn bezig, met behulp van de KNVB, een nieuw beleidsplan schrijven. Daarin nemen we alle elementen mee”, zegt Barendregt. “Twee studenten zijn voor hun opleiding onderzoek aan het doen naar het werven en behouden van vrijwilligers. Dat wordt ook onderdeel van het plan. Er moet straks ook een trainersplan komen voor iedere leeftijdscategorie.”

Het doel van Bergambacht om zijn kader breed op te leiden is meerledig. “We willen toe als club naar een situatie waarbij de JO9-3 dezelfde trainingsstof wordt aangereikt als de JO9-1. Er moet geen verschil meer zijn. We willen dat ieder kind, ongeacht of hij talent of weinig talent heeft, met plezier naar de club komt.”

Daarnaast voelen de goedwillende ouders die training geven zich geruggesteund door de club als ze weten dat er aandacht voor hen is. Barendregt: “Je vergroot de betrokkenheid en de band. Vroeger kregen opgetrommelde ouders een net met vijf ballen en vijf pionnen en werden ze naar het veld gestuurd waar ze konden trainen. Nu wordt het iets van ons allemaal.”

Daarom houdt het voor Bergambacht niet op met de kadercoachcursus. “We hopen uiteraard dat er in deze groep trainers zijn die zeggen: ik ga mijn diploma pupillentrainer of TC3 halen. Een deel van onze selectietrainers komt van buitenaf, maar het is het mooiste als je als club zelf in je trainers kan voorzien. Dat is echter nog een weg die lang is.”

Jordi Potuyt, trainer van de JO13-1 en zelf in het bezit van het TC3-diploma, is enthousiast. “Ik denk dat het belangrijk is onervaren trainers tools te geven, maar een goed vervolg is nóg belangrijker. Als hoofdtrainer van de JO13 moet ik de andere trainers in de leeftijdscategorie goed begeleiden en steunen.”