Trots laat hij zijn eigen ruimte zien bij Quintus. “Dat is wel een luxe, hoor”, zegt Eric Doelgani (63). “Een afgescheiden behandelruimte voor de verzorging. Bij veel clubs zit zo’n ruimte aan de kleedkamer vast. Ik kan hier lekker rustig werken.”

Echt rustig is het niet, want spelers lopen in en uit. Het is anderhalf uur voor de wedstrijd tegen Warnica Star, dat even later in de pan wordt gehakt door de Heulenaren (13-0). “De één wil worden gemasseerd, de ander worden ingetaped”, zegt Doelgani. “Sommige jongens doen het liever zelf, het intappen. Ook goed.” Hij hoeft vandaag weinig pijntjes weg te masseren. “Het is de start van de tweede competitie helft . Iedereen is weer fit.

We hebben sowieso een kleine blessurelijst dit seizoen. Bas de Zwart heeft er een tijdje uitgelegen met een knieblessure. Met hem heb ik heel het revalidatieproject doorlopen, want ik doe bij Quintus ook de hersteltraining.”

“Voetballers zijn overal hetzelfde. Na blessures moet je ze afremmen. Dat geldt ook voor Bas. Die wilde meteen vol aan de bak. Maar dat is niet verstandig. Je moet weer weerstand opbouwen, wedstrijdweerstand. Ze horen dan niet graag dat een half uur het maximum is.”

“Dit is een fijne groep jongens,” vervolgt Doelgani. “Nette jongens. Ik voel me gewaardeerd. Het is geen betaald voetbal, maar dat is ook niet alles hoor”, weet hij uit ervaring. Jarenlang behoorde hij tot de vaste medische staf van ADO Den Haag. Eerst van de jeugd, later van het tweede en eerste. “Het was in de periode van Ferrie Bodde, Rick Hoogendorp. ADO speelde toen met veel eigen jeugd. Ik heb de promotie naar de Eredivisie nog meegemaakt. Ik was iedere dag op de club. Ik had ook nog een andere baan. Met mijn baas had ik geregeld dat ik atv-dagen kon gebruiken om ’s middags bij ADO te zijn.” Hij kwam per toeval bij ADO terecht.

“Ik was helemaal niet van plan sportverzorger geworden. Ik speelde bij DSO in Zoetermeer op een bescheiden niveau. Via Loek Weimar ben ik bij het tweede begonnen. Die hadden geen verzorger. Ik ben begonnen met intappen en later masseren. Op een gegeven moment ben ik de cursus sportverzorging gaan doen en ben ik me steeds meer in het vak gaan verdiepen.” “Frans de Kat heeft me gevraagd voor ADO. Daar heb ik tot 2014 gezeten, toen ben ik ook met vervroegd pensioen gegaan. Ik heb nog wel eens de kans gehad om naar FC Groningen te gaan. Ik had daar wat contacten.

Die stap heb ik niet gemaakt, omdat ik weet dat het betaald voetbal ook heel hard kan zijn. Ze zetten je zo bij het oude vuil buiten. Het gaat om commercie en geld. Individuele belangen zijn daaraan ondergeschikt.”

In plaats van naar het hoge noorden ging Doelgani naar Kwintsheul. “Peter Eikelboom is een goede vriend van mij en hij was trainer van Quintus geworden. Hij had me al een paar keer gevraagd. Hij zei dat Quintus een leuke en fijne club was. Hij had niet gelogen. Alle jongens die in het eerste spelen zijn hier ook ooit begonnen. Het niveau is dan wel niet zo hoog, de inzet is altijd honderd procent.”